Man verkracht 7-jarig meisje in Zuiderpark, krijgt slechts twee jaar cel

Een 55-jarige Rotterdammer is veroordeeld tot slechts twee jaar cel en tbs met dwangverpleging voor het aanranden en verkrachten van een 7-jarig meisje in het Zuiderpark. De straf valt lager uit dan de eis van het Openbaar Ministerie, dat vijf jaar cel en tbs had geëist. De rechtbank vindt niet alle aanklachten bewezen, waaronder vrijheidsberoving.
Het misdrijf vond plaats op 12 augustus 2025, op klaarlichte dag. Het meisje was samen met haar moeder in het park en zocht naar kikkers toen ze even uit het zicht verdween. De verdachte sprak haar aan en trok haar een rietkraag in. Haar moeder lag op het gras en sloot even de ogen; even later stond haar dochter voor haar, de onderbroek nog omlaag.
Het meisje vertelde dat een naakte man haar op de grond had gedrukt. Ze wilde haar moeder roepen, maar hij legde zijn hand op haar mond. De politie vond DNA in haar onderbroek en op haar onderlichaam, wat leidde naar de 55-jarige Marinus L. Zijn telefoon straalde aan bij een mast aan de Ahoyweg, en beelden van een deurcamera toonden de man die vlak na het misbruik thuiskwam. Het DNA van de verdachte zat op het slachtoffer.
Zwijgende verdachte
In de rechtszaal was L. een zwijgzame man die steeds met de blik naar de schoenen de zaal in- en uitliep. Op elke vraag van de rechters zei hij: 'Geen antwoord.' Hij beriep zich ook bij de politie op zijn zwijgrecht. De enige met wie hij sprak was de psycholoog.
Daar zei hij: 'Zij kwam daar, het gebeurde gewoon, impulsief. Dat soort dingen moet ik niet doen, ik schaam mij. Ik kan mij wel voor de kop schieten.' Hij ontkende verkrachting en zei dat hij haar alleen had betast. Zijn advocaten stelden dat die verklaring was afgedwongen. Advocaat Paul Hogerbrugge: 'Cliënt heeft het gesprek als dwingend ervaren waarbij hij zich heeft laten verleiden tot uitspraken. Kort gezegd: hij staat er niet meer achter.'
DNA van een derde
Bij een contra-expertise ontstond verwarring over de sporen. Het Nederlands Forensisch Instituut vond DNA van de verdachte in de schaamstreek van het meisje. Het Forensisch Laboratorium voor DNA-onderzag trok een andere conclusie: geen DNA van de verdachte op die plek, wel van een onbekende man. Tirza Joumman: 'Op de venusheuvel en de onderbroek van het meisje is DNA van een derde persoon gevonden, van een onbekende man. Dat kan net zo goed de dader zijn, maar het Openbaar Ministerie heeft dat alternatieve scenario niet onderzocht.'
Het OM stelde tegen dat er DNA van zowel de verdachte als de onbekende man was gevonden. De rechtbank liet de man vastzitten. 'Er liggen nog allerlei vragen over dit onderzoek.'
Lagere straf en eerdere zaken
De rechtbank stelde een psychische stoornis vast en concludeerde dat zijn gedrag destijds door die stoornis werd beïnvloed. Andere stoornissen konden niet worden vastgesteld, omdat L. beperkt meewerkte aan onderzoeken. Volgens de rechtbank heeft de man 'een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van het jonge slachtoffer.' 'Hij heeft zich hierbij enkel laten leiden door zijn eigen seksuele driften,' stellen de rechters.
'Deze zorgeloze en nieuwsgierige ontdekking van de wereld om haar heen is door de verdachte op afschuwelijke wijze verstoord,' aldus de rechtbank. Het meisje, afkomstig uit Oekraïne, heeft nog altijd last van het drama. Pas een jaar na dato had zij een intakegesprek voor traumabehandeling, waar lange wachtlijsten voor bestaan.
Het DNA van L. leverde ook een match in een zedenzaak uit 2011, waarbij een meisje in een kelderbox werd gevolgd. Volgens de aanklacht sloot de man de deur, zodat het meisje niet kon vertrekken. Ook zou hij zichzelf hebben betast.
Het zedendelict uit 2011 is inmiddels verjaard. De mogelijke vrijheidsberoving kon nog wel worden vervolgd, maar de rechtbank vond daarvoor onvoldoende bewijs. Daarom werd de man op dit onderdeel vrijgesproken. L. werd eerder veroordeeld voor schennispleging in 1997, 2002, 2010 en 2015.




















































