Zuid-Holland dreigt gemeenten met dwang om meer statushouders te huisvesten

Zuid-Holland geeft Albrandswaard, Oegstgeest en Vlaardingen nog één laatste kans om hun wettelijke taak uit te voeren. De drie gemeenten huisvesten al minstens drie jaar te weinig statushouders volgens de opgelegde quota's. Zij moeten hun achterstand uiterlijk op 1 juli 2027 hebben weggewerkt. Gebeurt dat niet, dan neemt de provincie de huisvesting over op kosten van de gemeenten.
De achterstanden zijn aanzienlijk. Albrandswaard moet nog 33 statushouders aan woonruimte helpen. Oegstgeest loopt 23 plaatsen achter en Vlaardingen 50. Deze aantallen komen bovenop de nieuwe opdracht voor de tweede helft van het jaar. De gemeenten moeten dus niet alleen oude tekorten wegwerken, maar ook nieuwe statushouders huisvesten.
Provincie kan kosten verhalen
Als de gemeenten opnieuw tekortschieten, kan Zuid-Holland zelf de benodigde huisvesting regelen. De rekening komt dan bij de betrokken gemeenten terecht. De provincie gebruikt daarmee een wettelijke bevoegdheid voor gemeenten die hun taak herhaaldelijk niet uitvoeren. De waarschuwing is daarom meer dan alleen een dringend verzoek.
Eerder kregen Krimpenerwaard, Leidschendam-Voorburg, Voorne aan Zee en Zwijndrecht al zo’n laatste waarschuwing. Zij moeten hun achterstand uiterlijk op 1 april 2027 hebben weggewerkt. Voorne aan Zee is daar inmiddels in geslaagd. Voor de overige drie gemeenten blijft de deadline staan.
Druk op asielzoekerscentra
Statushouders zijn asielzoekers van wie de aanvraag is goedgekeurd. Gemeenten moeten hen volgens de wet aan woonruimte helpen. Zolang dat niet gebeurt, blijven zij in een asielzoekerscentrum wonen. Daardoor houden zij bedden bezet die nodig zijn voor andere asielzoekers.
Veel gemeenten lopen achter op hun opdracht. In het afgelopen halfjaar hebben 246 van de 342 Nederlandse gemeenten minder statushouders gehuisvest dan het kabinet van hen vroeg. Dat blijkt uit cijfers van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Provincies moeten wettelijk ingrijpen wanneer gemeenten langdurig te weinig woonruimte regelen. Toch zijn de meeste provincies voorzichtig en proberen zij gemeenten eerst te helpen bij het vinden van oplossingen.
Critici vinden dat de provincie niet alleen naar de wettelijke aantallen moet kijken. Volgens hen moet ook het draagvlak binnen gemeenten zwaar meewegen bij besluiten over opvang en huisvesting. Zij stellen dat het serieus verlagen van de asielinstroom prioriteit moet krijgen boven dwang voor gemeenten om meer asielzoekers op te vangen en statushouders te huisvesten.




















































