Nederland als enige rijke land met dalend pensioenvermogen

Nederlandse pensioenfondsen zagen hun gezamenlijke vermogen in 2025 met 2,8 procent dalen. Daarmee was Nederland het enige land binnen de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) waar het totale pensioenvermogen kromp. In de andere 37 welvarende landen namen de pensioenvermogens juist toe. De cijfers zetten volgens critici opnieuw vraagtekens bij de beleggingskeuzes van Nederlandse fondsen.
De uitkomst is opvallend door de aanhoudende discussie over hun rendementen. Ook in de Tweede Kamer klinkt al langer kritiek op de prestaties. Uit recent onderzoek van adviesbureau OverRendement bleek bovendien dat veel fondsen hun geld niet optimaal beleggen.
Bescherming tegen rentedaling pakt verkeerd uit
Volgens de OESO kwam het verlies vooral door obligaties en het afdekken van het renterisico. Veel fondsen wilden hun dekkingsgraad beschermen in aanloop naar de overstap naar het nieuwe pensioenstelsel. Daarvoor sloten zij financiële contracten af die bekendstaan als renteswaps.
Met zulke contracten beschermen fondsen zich tegen een dalende rente. De constructie wordt echter duur wanneer de rente juist stijgt. Dat gebeurde in 2025, waardoor de vermogens van pensioenfondsen verder afnamen.
Achteraf bleek de gekozen bescherming dus verkeerd uit te pakken. De fondsen hielden rekening met een rentedaling, maar kregen te maken met een rentestijging. Dat voedt de kritiek dat langetermijnbeleggers kostbare aanpassingen deden vanwege een eenmalige stelselwijziging op korte termijn.
ABP koopt geen extra bescherming
Niet ieder pensioenfonds kiest voor dezelfde aanpak. PME stapt in 2027 over naar het nieuwe stelsel en dekt het renterisico wel af. ABP maakt die overstap eveneens in 2027, maar koopt geen extra bescherming tegen renteschommelingen.
Volgens ABP biedt zo’n maatregel ‘geen garanties, is duur en kan groei in de weg staan’, meldt De Telegraaf. Het fonds kiest er daarom voor geen extra geld uit te geven aan deze vorm van bescherming. Daarmee wijkt ABP af van fondsen die hun dekkingsgraad vooraf sterker willen afschermen.
Minder vermogen, maar toch een betere positie
De daling van het pensioenvermogen vertelt niet het volledige verhaal. Nederlandse pensioenfondsen moeten namelijk ook rekening houden met hun dekkingsgraad. Die laat zien of een fonds voldoende geld heeft om huidige en toekomstige pensioenen te betalen.
Bij een hogere rente hoeven fondsen minder geld opzij te zetten voor toekomstige uitkeringen. Daardoor kan de dekkingsgraad stijgen, terwijl het totale vermogen juist daalt. Een hogere dekkingsgraad geeft fondsen bovendien meer ruimte om bij de overstap naar het nieuwe stelsel geld te verdelen.
Zo ontstond in 2025 een opvallende situatie. Fondsen boekten negatieve rendementen en zagen hun vermogen krimpen, maar stonden er op papier toch beter voor. Daardoor konden zij de pensioenen alsnog verhogen.






















































