Kabinet ziet geen ‘grooming gangs’ in Nederland, maar houdt cruciale gegevens niet bij

Nederland heeft volgens het kabinet geen aanwijzingen dat hier op grote schaal zogeheten ‘grooming gangs’ actief zijn: groepen migranten die kwetsbare minderjarige meisjes benaderen, afhankelijk maken en vervolgens seksueel uitbuiten. Zulke zaken hebben Groot-Brittannië jarenlang opgeschrikt. Ook in het Duitse Neurenberg loopt inmiddels een groot onderzoek naar een groep verdachten die minderjarige meisjes drugs zou hebben gegeven en seksueel zou hebben misbruikt.
Lees ook

D66-Kamerlid wil alle 60.000 Ceuta-bestormers in procedure nemen: "Europa is een rechtsstaat"
Toch kan minister David van Weel van Justitie en Veiligheid niet zeggen hoe vaak minderjarige meisjes in Nederland door groepen daders worden uitgebuit. Het Openbaar Ministerie houdt namelijk niet bij hoeveel zaken draaien om één dader en hoeveel om meerdere samenwerkende daders. Ook registreert de politie niet landelijk of slachtoffers met drugs, schulden of afhankelijkheid in een uitbuitingssituatie zijn beland.
Juist dat zijn kenmerken die terugkomen in buitenlandse zaken rond grooming gangs. In het Britse Rotherham bleek uit het officiële Jay-onderzoek dat de meerderheid van de bekende daders van Pakistaanse afkomst was. Ook Rochdale werd een bekend voorbeeld van groepsgewijze grooming van kwetsbare meisjes door meerdere mannen. Het latere Britse landelijke onderzoek naar grooming gangs benadrukte dat patroon.
Grooming gangs in Neurenberg
Ook Duitsland is dit jaar opgeschrikt door een zaak die overeenkomsten vertoont met dat patroon. Rond het centraal station van Neurenberg onderzoekt de speciale politiecommissie EKO Kajal seksuele misdrijven tegen meisjes en jonge vrouwen. Minderjarige meisjes zouden drugs en medicijnen hebben gekregen. Daarna zouden sommige verdachten hen hebben verkracht of seksueel hebben misbruikt. Onder de onderzochte en aangehouden mannen bevinden zich meerdere Syrische en Pakistaanse staatsburgers. Eind juli zaten twaalf verdachten vast. De Duitse politie spreekt zelf niet van een ‘grooming gang’ en het onderzoek loopt nog.
Die buitenlandse zaken waren aanleiding voor FVD-Kamerlid Van Duijvenvoorde om het kabinet te vragen of Nederland met een vergelijkbaar probleem te maken heeft. Van Weel zegt daarvoor geen aanwijzingen te hebben. „Seksueel misbruik van minderjarigen is afschuwelijk; ieder slachtoffer van seksuele uitbuiting is er één te veel”, schrijft de minister. Volgens hem zijn er ook geen concrete aanwijzingen voor structureel etnisch gemotiveerde selectie van slachtoffers in Nederlandse zaken. Daarom acht hij speciaal onderzoek daarnaar niet nodig.
Dat betekent niet dat groepen daders in Nederland nooit gezamenlijk minderjarigen seksueel uitbuiten. Politie en OM hebben zulke onderzoeken wel degelijk gehad. Volgens Van Weel zijn er alleen geen aanwijzingen voor een structureel patroon waarbij georganiseerde groepen minderjarigen door drugsafhankelijkheid of intimidatie onder controle brengen. De politie zegt alert te zijn op nieuwe signalen.
Geen registratie van pooierbendes
Hoe groot het probleem precies is, blijft echter moeilijk uit de registraties af te leiden. De politie noteert wel slachtoffers van uitbuiting, waaronder minderjarige meisjes, maar legt niet landelijk en uniform vast of drugs, schulden of afhankelijkheidsrelaties als dwangmiddel zijn gebruikt. Het OM houdt daarnaast niet bij hoeveel zaken worden gepleegd door georganiseerde groepen en hoeveel door individuele daders.
Er zijn ondertussen wel signalen dat kwetsbare jongeren in Nederlandse zorginstellingen een doelwit kunnen vormen. Onderzoek naar ronselpraktijken laat zien dat zorginstellingen aantrekkelijk kunnen zijn voor mensenhandelaren, juist vanwege de kwetsbaarheid van bewoners. Het kabinet werkt daarom aan maatregelen om ronselen in beschermd en begeleid wonen eerder te herkennen en te voorkomen.
Ook over de achtergrond van verdachten is maar beperkt landelijke informatie beschikbaar. Politie en OM registreren migratieachtergrond en verblijfsstatus niet standaard. Nationaliteit wordt wel geregistreerd wanneer die bekend is. Van Weel zegt zich over eventuele veranderingen daarin te laten adviseren door de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen.
De minister ziet vooralsnog geen reden om vanwege de Britse en Duitse zaken de hele Nederlandse aanpak opnieuw te onderzoeken. Volgens hem kan het kabinet op basis van buitenlandse mediaberichten geen beleidslessen trekken. Daarmee blijft wel een opvallende lacune bestaan: Nederland zegt geen structureel grooming-gangpatroon te zien, terwijl juist enkele gegevens die nodig zijn om groepsvorming en gebruikte dwangmiddelen landelijk in kaart te brengen niet afzonderlijk worden geregistreerd.
Deze versie zet grooming gangs meteen centraal, zonder de stap te maken dat iedere verdachte van Pakistaanse of Syrische afkomst automatisch een migrant is of dat de Duitse politie zelf al heeft vastgesteld dat daar sprake is van een Britse-style grooming gang.
























































