Slavernijmuseum heeft al 22 miljoen tekort, directeur verwacht nóg hogere kosten

Het Nationaal Slavernijmuseum in Amsterdam opent pas in 2033, drie jaar later dan gepland. Tegelijkertijd kampt het project met een financieel tekort van 22,3 miljoen euro. Directeur John Leerdam betwijfelt of de eerder geraamde 110 miljoen euro voldoende zal zijn om het museum te realiseren. „Dat denk ik niet”, zegt hij in een interview met Trouw. Terwijl het definitieve gebouw nog jaren op zich laat wachten, werkt de organisatie aan een tijdelijk museum dat mogelijk al in 2027 of 2028 opengaat.
Het museum moet verrijzen op de Kop van het Java-eiland in Amsterdam. De plannen bestaan al sinds 2017, toen de gemeenteraad instemde met het initiatief. In 2024 werd de locatie vastgesteld en aanvankelijk zou het museum in 2030 opengaan.
Die planning blijkt niet haalbaar. Volgens de gemeente kosten het ontwerp, de vergunningen, de inspraak en de aanbesteding meer tijd dan verwacht. Ook moet het gebouw nog worden ingericht.
De selectie van een architect is nog bezig. Uit ruim honderd inzendingen zijn tien ontwerpteams gekozen. Daarvan blijven er maximaal vijf over. In de zomer van 2027 moet de definitieve keuze vallen, waarna het ontwerp eind 2028 gereed moet zijn. De aanbesteding staat gepland voor eind 2029.
Leerdam, voormalig PvdA-Kamerlid, zegt dat de vertraging in overleg met de gemeente Amsterdam en het Rijk is besloten. Volgens hem gaat het niet alleen om het neerzetten van een gebouw. De museumorganisatie heeft naar eigen zeggen ongeveer 6000 gesprekken gevoerd met betrokkenen en nazaten van tot slaaf gemaakten in Nederland, Suriname en het Caribisch gebied.
„Je kunt niet door dit dossier heen rennen”, zegt de directeur. De gesprekken zijn volgens hem regelmatig emotioneel en vragen om een zorgvuldige aanpak.
Miljoenentekort en stijgende kosten
De vertraging heeft financiële gevolgen. Amsterdam meldde op 22 oktober dat inmiddels een tekort van 22,3 miljoen euro bestaat. Dat komt voor een belangrijk deel door hogere prijzen. Ook de aanleg van het park rond het museum valt duurder uit.
Volgens de gemeente heeft het Rijk 32,2 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de bouw en oprichting. Amsterdam draagt zelf 48,8 miljoen euro bij. Het stadsbestuur onderzoekt hoe het resterende tekort kan worden gedekt. Daarbij wordt onder meer gekeken naar aanpassingen aan het ontwerp en aanvullende investeringen.
Leerdam verwijst in Trouw naar een eerdere begroting van ongeveer 110 miljoen euro. Ook dat bedrag biedt volgens hem geen zekerheid. „We gaan ons best doen om ons aan de begroting te houden, maar die cijfers dateren uit een eerdere fase waarbij er nog met 2030 rekening werd gehouden.”
Door de latere opening moet volgens de directeur opnieuw naar de kosten worden gekeken. Hoeveel geld uiteindelijk nodig is en wie eventuele extra uitgaven betaalt, staat nog niet vast.
Leerdam benadrukt dat de museumfinanciering losstaat van de 200 miljoen euro die het kabinet na de excuses voor het slavernijverleden beschikbaar stelde voor maatschappelijke initiatieven en herstel. Ook de gemeente maakt dat onderscheid.
Tijdelijk museum moet eerder openen
Om het publiek niet tot 2033 te laten wachten, onderzoekt de stichting een tijdelijke locatie in Amsterdam. Leerdam hoopt daar in 2027 of 2028 de deuren te kunnen openen.
Het H'ART Museum aan de Amstel is een van de locaties waarmee contact is geweest. Volgens Leerdam zijn ook andere musea benaderd. Hij zegt al een locatie op het oog te hebben, maar wil die nog niet bekendmaken omdat de afspraken niet rond zijn.
Ook minister Rianne Letschert (D66, Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) dringt aan op een tijdelijke voorziening. In een Kamerbrief van 29 oktober schrijft zij dat zij Amsterdam heeft gevraagd daarvoor een oplossing te zoeken. De stichting onderzoekt inmiddels hoe zij vanuit een tijdelijke locatie activiteiten kan organiseren. Een definitief besluit over de locatie of openingsdatum is nog niet genomen.
Directeur ontvangt doodsbedreigingen
De voorbereiding van het museum leidt volgens Leerdam ook tot heftige reacties. Hij vertelt dat de organisatie maandelijks tientallen vijandige berichten ontvangt. „Tientallen keren per maand krijgen we haatmails, doodsbedreigingen en discussies over ras en huidskleur in onze inbox. Die zijn soms heel persoonlijk”, zegt hij.
Om medewerkers te helpen met de emotionele gevolgen van de gesprekken en bedreigingen, heeft de museumorganisatie de Curaçaos-Nederlandse psychiater Glen Helberg ingeschakeld.
Leerdam benadrukt dat het museum bedoeld is voor de hele Nederlandse samenleving. Volgens hem moet het ruimte bieden aan verschillende perspectieven op het slavernijverleden.
Ook aandacht voor Indonesië
Ondertussen werkt de stichting aan de toekomstige collectie. Leerdam wil onder meer de grootste verzameling Surinamica van Nederland verwerven, met boeken en historische voorwerpen die de geschiedenis van Suriname laten zien.
Ook wil de museumorganisatie het verhaal van de Nederlandse slavernij in Azië uitgebreider opnemen. Gesprekken met gemeenschappen die verbonden zijn aan voormalig Nederlands-Indië moeten volgens de directeur volgend jaar plaatsvinden.
Daarmee wil hij voorkomen dat het museum zich uitsluitend op de trans-Atlantische slavernij richt. De ervaringen van de Indische en Molukse gemeenschappen moeten eveneens een plaats krijgen.
Voor Leerdam is het museum bovendien geen afsluiting van de discussie over het Nederlandse slavernijverleden. Hij wil het project nadrukkelijk los zien van de excuses die de regering en koning Willem-Alexander eerder aanboden. „We zijn geen verlengstuk daarvan of een goedmakertje”, zegt hij.
Voorlopig blijft het museum vooral een project op papier. De architect moet nog worden gekozen, de financiering is niet rond en de beoogde opening ligt minstens zeven jaar in de toekomst. Of het tijdelijke museum de wachttijd kan overbruggen, moet de komende periode blijken.

























































