Raad van State kraakt box 3-plannen kabinet: Belastingdienst noemt invoering onuitvoerbaar

De Raad van State wil dat het kabinet-Jetten zijn plannen voor een nieuw belastingstelsel in box 3 voorlopig van tafel haalt. De overstap naar een vermogenswinstbelasting per 2028 is volgens de hoogste wetgevingsadviseur niet verantwoord. Ook de Belastingdienst waarschuwt dat het voorstel in die vorm niet uitvoerbaar is. De Raad van State adviseert het kabinet daarom opnieuw te beginnen en pas in 2030 een volledig nieuw stelsel in te voeren. Maar de coalitiepartijen D66, VVD en CDA lijken voorlopig niet verder te willen gaan dan één jaar uitstel.
Dat blijkt uit het advies dat de Raad van State maandag 2 november publiceerde. De kritiek richt zich vooral op de haast waarmee het kabinet de belasting op spaargeld, beleggingen en ander vermogen wil hervormen. Volgens de adviseur dreigt daardoor opnieuw een ingewikkeld en kwetsbaar belastingstelsel te ontstaan.
Belastingdienst kan nieuw systeem niet aan
Het kabinet wil af van een belasting op papieren beleggingswinsten. In het nieuwe systeem moeten beleggers in beginsel pas belasting betalen over waardestijgingen wanneer zij hun beleggingen daadwerkelijk verkopen. Dat heet een vermogenswinstbelasting. Inkomsten zoals rente en dividend kunnen nog steeds jaarlijks worden belast.
Het wetsvoorstel dat momenteel bij de Eerste Kamer ligt, gaat grotendeels uit van een andere methode. Daarbij wordt belasting geheven over de jaarlijkse waardestijging van beleggingen, ook wanneer de eigenaar niets verkoopt. Voor onder meer vastgoed gelden uitzonderingen.
Minister Eelco Heinen (VVD) van Financiën wil die aanpak veranderen. Het kabinet stelde eind september voor om vanaf 2028 ook aandelen en andere financiële beleggingen onder de vermogenswinstbelasting te brengen. In 2030 zou vervolgens het volledige box 3-stelsel worden omgezet.
De Belastingdienst ziet dat niet zitten. Uit de uitvoeringstoets blijkt dat het tijdelijke systeem op alle vijf onderzochte onderdelen een negatief oordeel heeft gekregen. Vooral de beperkte mogelijkheden om belastingaangiften te controleren vormen een probleem.
Banken en andere financiële instellingen kunnen in 2028 nog niet alle gegevens aanleveren die de fiscus nodig heeft. Daardoor ontstaan volgens de Raad van State risico's op fouten, fraude en nieuwe juridische procedures.
Ook vraagt het tijdelijke systeem veel extra personeel. De Belastingdienst zou 252 voltijdsmedewerkers moeten inzetten. De aanvullende uitvoeringskosten worden geraamd op ongeveer 31 miljoen euro.
De Raad van State spreekt van een „zware wissel” op de Belastingdienst en de belastingplichtigen. Gezien de bestaande werkdruk en aangekondigde bezuinigingen is invoering per 2028 volgens de adviseur „niet verantwoord”.
Raad van State wil terug naar de tekentafel
De kritiek gaat verder dan de uitvoering. Het kabinet probeert de aanpassing via een zogenoemde novelle te regelen: een wijziging van een wetsvoorstel dat al door de Tweede Kamer is aangenomen.
Volgens de Raad van State is die route ongeschikt voor zo'n ingrijpende belastinghervorming. De haast doet volgens het advies afbreuk aan de zorgvuldigheid van het wetgevingsproces.
Ook het tijdelijke verschil tussen soorten vermogen krijgt kritiek. Sommige bezittingen zouden al vanaf 2028 onder de vermogenswinstbelasting vallen, terwijl voor andere bezittingen nog twee jaar een andere methode geldt. De Raad van State vindt dat onderscheid onvoldoende onderbouwd en juridisch kwetsbaar.
Het advies is daarom om het bestaande wetsvoorstel in te trekken, de novelle niet in te dienen en een volledig nieuwe wet te schrijven. Daarmee zou Nederland per 1 januari 2030 in één keer kunnen overstappen op een vermogenswinstbelasting.
De adviseur wijst het principe van belastingheffing over gerealiseerde winsten dus niet af. De bezwaren gaan vooral over de tijdelijke tussenoplossing, de voorbereiding en de uitvoerbaarheid.
Huidige box 3-regels blijven mogelijk langer bestaan
Als het kabinet het advies volgt, blijven de huidige regels voorlopig bestaan. Daarbij berekent de Belastingdienst de belasting grotendeels op basis van veronderstelde rendementen. Belastingplichtigen kunnen via de tegenbewijsregeling aantonen dat hun werkelijke rendement lager was en zo hun belasting laten aanpassen.
Juist dat systeem heeft de overheid de afgelopen jaren grote problemen bezorgd. De Hoge Raad oordeelde in december 2021 dat de toenmalige box 3-heffing in bepaalde gevallen in strijd was met het eigendomsrecht en het discriminatieverbod. Latere uitspraken dwongen de overheid opnieuw tot aanpassingen en herstelmaatregelen.
Een nieuw stelsel moet die juridische problemen oplossen. Maar een langer verblijf bij de huidige regels brengt ook kosten mee voor de schatkist. De Raad van State vraagt het kabinet daarom beter te onderzoeken hoe groot die financiële gevolgen werkelijk zijn.
Bovendien is nog niet duidelijk hoe de overstap naar de vermogenswinstbelasting moet worden betaald. Eerdere voorstellen om de vrijstelling voor spaarders en beleggers te verlagen, stuitten op politieke weerstand. Volgens de Raad van State ontbreekt daardoor een voldoende uitgewerkt financieel plan.
Kabinet wil mogelijk al in 2029 overstappen
Ondanks de kritiek lijkt het kabinet niet bereid de hervorming meteen tot 2030 uit te stellen. Volgens NOS hebben D66, VVD en CDA maandagavond overeenstemming bereikt over een jaar uitstel. Daarmee zou de invoering verschuiven van 2028 naar 2029, een jaar eerder dan de Raad van State adviseert.
Dat voornemen moet nog definitief worden vastgesteld. Het kabinet houdt dinsdagochtend 3 november een extra ministerraad over box 3 en het belastingplan voor volgend jaar. Daarna moeten de voorstellen naar de Tweede Kamer.
Het minderheidskabinet heeft voor zijn belastingplannen steun van oppositiepartijen nodig. Eerdere onderhandelingen met zowel linkse als rechtse partijen leverden geen akkoord op. De Eerste Kamer heeft bovendien al laten weten grote bezwaren te hebben tegen het oorspronkelijke box 3-voorstel.
Daarmee blijft onzeker wanneer beleggers daadwerkelijk kunnen overstappen op belastingheffing over gerealiseerde vermogenswinsten. Het kabinet wil de hervorming versnellen, maar de Raad van State waarschuwt juist dat een overhaaste invoering opnieuw tot problemen kan leiden.



















































