Martin Bosma ziet democratie afbrokkelen door ongekozen linkse bestuurders: ‘Miljoenen rechtse kiezers worden genegeerd’

PVV-Kamerlid Martin Bosma heeft tijdens het begrotingsdebat Binnenlandse Zaken uitgehaald naar de politieke invloed van GroenLinks-PvdA, tegenwoordig PRO. Volgens hem heeft de partij een groot deel van de Nederlandse instituties in handen, terwijl miljoenen rechtse kiezers nauwelijks vertegenwoordigd zijn. Bosma waarschuwt dat het vertrouwen in de democratie daardoor steeds verder afbrokkelt. Hij pleit voor referenda en gekozen burgemeesters om burgers meer zeggenschap te geven.
Lees ook

Martin Bosma wijst op klassenjustitie: ‘Universitair geschoold Nederland wint altijd’
Bosma begon zijn betoog met cijfers uit het rapport Burgerperspectieven van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Volgens de door hem aangehaalde uitkomsten wil 17 procent van de Nederlanders het politieke systeem omverwerpen. Daarnaast zou 31 procent vinden dat hardere actie tegen de overheid nodig is.
Nog zorgwekkender vindt Bosma dat volgens zijn lezing 8 procent geweld tegen de overheid gerechtvaardigd acht. Dat zou neerkomen op ongeveer anderhalf miljoen Nederlanders. De PVV’er ziet deze cijfers als een waarschuwing dat de afstand tussen burgers en bestuur gevaarlijk groot wordt.
Volgens Bosma worden de wensen van praktisch opgeleide Nederlanders stelselmatig genegeerd. Hij noemt immigratie, sociale zekerheid, Europese samenwerking en klimaatbeleid als voorbeelden. De politieke besluitvorming zou vooral aansluiten bij de voorkeuren van hoogopgeleide Nederlanders.
Bosma stelt dat dezelfde linksliberale politieke opvattingen overheersen binnen het onderwijs, de media, de ambtenarij en de rechterlijke macht. Daarbij richtte hij zijn pijlen nadrukkelijk op PRO. Volgens hem is de partij niet alleen in de politiek, maar ook binnen tal van publieke organisaties sterk vertegenwoordigd.
Het Kamerlid somde een lange reeks benoemingen en bestuursfuncties op die volgens hem wijzen op politieke verwevenheid.
Zo bekritiseerde hij de benoeming van Sybrand Buma bij de Raad van State. Bosma wees op diens politieke verleden en de banden met de verantwoordelijke bewindspersoon. Ook sprak hij over een D66-benoeming bij de raad van toezicht van de NPO.
Vervolgens richtte hij zich op bestuurders met een achtergrond bij GroenLinks of de PvdA. Hij noemde onder meer de NPO, het Commissariaat voor de Media, adviesraden en verschillende belangenorganisaties.
Volgens Bosma is de politieke kleur van deze bestuurders niet zonder gevolgen voor het beleid. Hij verwees daarbij naar het besluit om Nederland niet te laten deelnemen aan het Eurovisie Songfestival. Ook haalde hij de Raad van State aan, die volgens hem regelmatig adviezen geeft die gunstig zijn voor immigratie en Europese integratie.
Dat bestuurders een politieke achtergrond hebben, bewijst op zichzelf niet dat zij hun functie partijdig uitoefenen. Bosma presenteerde de voorbeelden echter als onderdeel van een breder patroon.
‘Nul procent heeft voor deze mensen gekozen’
Bijzonder kritisch was Bosma over de benoeming van burgemeesters. Volgens hem heeft ongeveer 30 procent van de Nederlanders een burgemeester met een achtergrond bij PRO. Tegelijkertijd zouden kiezers rechts van de VVD nauwelijks vertegenwoordigd zijn onder burgemeesters. Hij benadrukte dat burgemeesters niet rechtstreeks door inwoners worden gekozen. “Nul procent van de Nederlanders heeft voor deze mensen gekozen”, stelde Bosma.
Volgens de PVV’er is dat moeilijk te verdedigen wanneer een aanzienlijk deel van de bevolking zich niet vertegenwoordigd voelt. Hij waarschuwde dat het politieke stelsel zich steeds verder verwijdert van de mensen namens wie het bestuur handelt.
Tijdens het debat kreeg Bosma vragen over mogelijke oplossingen. Ook Mona Keijzer mengde zich in de discussie. Zij deelde zijn zorgen over de democratische vertegenwoordiging, maar vond dat er meer concrete stappen nodig zijn. Keijzer riep op om gezamenlijk werk te maken van voorstellen die burgers meer invloed geven. Daarbij kwamen onder meer referenda en de gekozen burgemeester ter sprake.
Bosma reageerde instemmend. Hij wees erop dat Nederland eerder een raadgevend referendum kende, maar dat deze mogelijkheid onder verantwoordelijkheid van D66-minister Kajsa Ollongren werd afgeschaft. Volgens hem is daarmee een mogelijkheid verdwenen waarmee burgers rechtstreeks hun mening over belangrijke politieke besluiten konden geven.
Bosma verwees ook naar het Amerikaanse beginsel no taxation without representation: geen belastingheffing zonder politieke vertegenwoordiging. Hij trok een vergelijking met Nederlanders die volgens hem wel belasting betalen, maar weinig invloed hebben op de richting van het beleid.
De PVV’er vindt dat het Nederlandse staatsbestel onvoldoende is meegegroeid met maatschappelijke veranderingen. Hij wees erop dat de huidige parlementaire inrichting grotendeels teruggaat op de grondwetsherziening van 1848. Ondertussen veranderen de samenleving en de internationale politiek ingrijpend.
Volgens Bosma maken onder meer technologische ontwikkelingen en politieke verschuivingen in Europa het noodzakelijk opnieuw na te denken over de inrichting van de democratie. “We moeten veel fanatieker nadenken over manieren waarop we de burger weer kunnen laten spreken”, sloot Bosma zijn betoog af.






















































