Nederland is politiek Den Haag helemaal zat - meerderheid pessimistisch

Een overweldigende meerderheid heeft het helemaal gehad met politiek Den Haag en is pessimistisch over de staat van Nederland. Veel mensen zetten grote vraagtekens bij "de wil én het vermogen van de politiek om de grote problemen van dit moment aan te pakken", meldt het Sociaal en Cultureel Planbureau in een alarmerend onderzoek. De grootste groep (49%) is pessimistisch over de stand van het land. 19% is optimistisch en 22% vindt het evenveel de goede als de verkeerde kant opgaan. Bijna de helft van de pessimisten noemt de politiek als reden om somber te zijn.
Het SCP vroeg aanhangers van politieke partijen het kabinet een rapportcijfer te geven. Meest optimistisch zijn VVD-stemmers (6,9) en D66-stemmers (6,3). Meest negatief zijn PVV en FVD-stemmers (2,8). 
Veel mensen zijn erg kritisch op de politiek. Mensen hebben het gevoel dat politici niet luisteren of niet goed weten wat er speelt en daarom besluiten nemen die verkeerd zijn of niet in lijn zijn met de wensen van burgers. Het beeld dat politici niet luisteren, is voor veel mensen een reden om zich niet goed vertegenwoordigd te voelen. De lange formatie en langlopende dossiers als de kindertoeslagenaffaire en de gaswinning in Groningen lijken dat beeld te versterken. Het zijn vooral die twee dossiers die worden genoemd als mensen twijfelen aan de intenties en competenties van politici. Mensen vinden politici niet eerlijk, vergeten gemakkelijk (Rutte) en lijken niet bij machte grote maatschappelijke problemen en crises op te lossen.
Niet alles is kommer en kwel schrijft het SCP. Maar toch: "Er gaan ook dingen goed in Nederland en er is een groep die het de goede kant op vindt gaan met het land. De optimisten zijn wel sterk in de minderheid en sterke punten worden veel minder vaak genoemd dan problemen."
Hoewel het vertrouwen in de politiek klein is, is zo'n 70 procent van de Nederlanders tevreden over het functioneren van de democratie. De kwaliteit van de gezondheidszorg, de saamhorigheid en het hoge welvaartsniveau in Nederland worden genoemd als positieve punten. Nederlanders waarderen vooral vrije verkiezingen en de vrijheid van meningsuiting. Toch zien de meeste mensen ruimte voor verbetering.
Bij de vraag van het CBS die specifiek ging over de economische situatie in de komende twaalf maanden toont men zich in het voorjaar van 2022 eveneens zeer pessimistisch, een dieptepunt dat in veel opzichten nog groter lijkt dat aan het begin van de coronacrisis toen het oordeel over de economische toekomst (ook) historisch laag was. Het consumentenvertrouwen en het vertrouwen in de eigen financiële situatie van mensen was eind juni lager dan bij aanvang van de coronacrisis. Dat is zorgwekkend.
Veel mensen hebben weinig vertrouwen in de Belastingdienst, meldt het SCP. Die wordt in antwoorden vaak genoemd (naar aanleiding van de kindertoeslagenaffaire, en mensen hekelen de traagheid en onbetrouwbaarheid van deze instantie). Net als het belastingstelsel en de hoogte van de belastingen (belastingklimaat; de tarieven stijgen volgens velen sneller dan hun inkomen).
Samen met het gegeven dat mensen de inkomensongelijkheid en het prijspeil zien stijgen, ontstaat het beeld dat mensen zich zorgen maken over de betaalbaarheid van het dagelijks leven.
Mensen die het thema wonen noemen, hebben het vooral over de wooncrisis, stelt het SCP, vanwege het gebrek aan betaalbare huisvesting. Menigeen stelt dat het vooral jongeren en jonge gezinnen zijn die geen mogelijkheden hebben om een zelfstandige woning te betrekken. Goede woningen zijn er niet, laat staan dat de jonge starters op dit moment een woning kunnen betalen. Naast zorgen over de crisis op de koopwoningmarkt uiten mensen hun zorgen over de wachtlijsten voor sociale huurwoningen.
Opvallend is ook dat een meerderheid van de Nederlanders tegen verdere uitbreiding van de EU is. Netto vinden alleen GroenLinks en Volt stemmers dat de EU verder zou moeten worden uitgebreid. Ook zijn oudere mensen sceptischer tegenover EU-uitbreiding ten opzichte van jonge mensen:
De oplossingsrichting om uit deze neerwaartse spiraal te komen ligt in de kern van de definitie van het maatschappelijk onbehagen, schrijven de onderzoekers. Centraal is het afnemende gevoel dat we als samenleving grote problemen kunnen oplossen en het ontbreken van een langetermijnperspectief vanuit de politiek. Door duidelijker aan te geven waar men op lange termijn naartoe wil, met een visie die de problemen in samenhang kan bekijken, kan de negatieve spiraal mogelijk worden doorbroken.

















































