Het probleem is niet vuurwerk, het probleem is Den Haag
Nu de kruitdampen zijn opgetrokken buitelen de politici over elkaar heen om van de daken te schreeuwen dat geweld tegen politie, brandweer en ambulancepersoneel echt niet kan. Al heel snel wordt er gewezen naar het vuurwerk. Dat verbod moet en zal er komen, want dan zal deze ellende voorgoed voorbij zijn.
Het doet mij denken aan Lea Bouwmeester. Zij was het PvdA-kamerlid dat vol trots mij vertelde dat haar grootste bijdrage aan al die jaren van haar parlementaire werk het alcoholverbod voor de jeugd was. Vanaf achttien jaar mochten jongeren pas een biertje bestellen in de horeca, niet meer vanaf zestien. Dit moest het aantal comazuipers terugdringen. Probleem was alleen dat deze comazuipers helemaal niet in de horeca zich knock-out dronken, maar juist thuis, in de zuipkeet of in het bos. Het enige dat de nieuwe wet voor elkaar kreeg was dat mensen van zestien en zeventien jaar geen biertje aan de bar kregen en dus juist voor een drankje waren aangewezen op de thuis-, keet- en bosborrels. Het probleem van de comazuipers werd door de nieuwe regelgeving juist vergroot. Dat komt doordat het ongekend naïef en wereldvreemd is van zo’n politica om te denken dat de behoefte van een mens zich door dit soort verboden laat stoppen. Dat de jeugd hierdoor juist onttrokken is aan enige sociale controle en volwassen personeel achter de toog kwam nooit in haar op. Met alle gevolgen van dien.
















































