Géén productie van menselijk leven voor onderzoek

In deze column reageert SGP-Kamerlid Diederik van Dijk op het aangenomen initiatiefwetsvoorstel van D66 en VVD dat het kweken van menselijke embryo’s voor wetenschappelijk onderzoek mogelijk maakt. Van Dijk zet daar een principieel bezwaar tegenover en betoogt dat het creëren en vernietigen van embryo’s een grens overschrijdt in de omgang met menselijk leven. Vanuit zijn visie op menselijke waardigheid, barmhartigheid en verantwoordelijkheid waarschuwt hij voor instrumentalisering van het prille leven en voor verdere stappen die deze ontwikkeling volgens hem onvermijdelijk met zich meebrengt.
Recent heeft de Tweede Kamer uitvoerig gedebatteerd over een initiatiefwetsvoorstel van D66 en de VVD dat het mogelijk maakt om menselijke embryo’s te kweken en die te benutten voor onderzoek. Bij de stemmingen bleek dit wetsvoorstel op een royale Kamermeerderheid te kunnen rekenen. Een meerderheid van de Kamerleden acht het geoorloofd om embryo’s te benutten voor onderzoek om erfelijke ziekten en lijden te voorkomen, maar ook om de IVF-praktijk te verbeteren. Na dit onderzoek worden de betreffende embryo’s vernietigd. Een flink aantal partijen, waaronder ook de CDA-fractie in meerderheid, vinden dit onderzoek zo belangrijk dat dit zwaarder weegt dan de beschermwaardigheid van embryo’s. Vanuit het oogpunt van barmhartigheid mogen we in hun ogen menselijk leven (embryo’s) creëren en gebruiken om lijden te voorkomen of mensen met een kinderwens te helpen. Hier kiest de SGP principieel een andere weg. Het voorkomen van lijden is legitiem, maar niet als daar ander menselijk leven voor wordt opgeofferd.

















































