Afsplitsers zijn een zegen voor de democratie
De breuk binnen de PVV is in optima forma een illustratie van wat het allergrootste probleem is van de Nederlandse politiek: dat wij leven in de illusie van een democratie, en geregeerd worden door partijpolitiek. En nu is de vraag: wie hebben zich afgesplitst? Echte volksvertegenwoordigers, of de volgende Zonnekoning met zijn discipelen?
Dat Geert Wilders te boek staat als onze eigen politieke polderdictator is eigenlijk onterecht. Hij komt er als enige openlijk voor uit door te weigeren van zijn partij een ledenclub te maken, maar zijn alleenheerschappij is gemeengoed, in plaats van een unicum. De schone schijn is het enige dat de leiders van de meeste andere partijen in ons parlement onderscheidt van Wilders. Dat een partij leden heeft, congressen organiseert en een stel mensen dat zich Kamerlid mag noemen van dinsdag tot en met donderdag gijzelt in Den Haag en in blauwe stoeltjes hun hand laat opsteken, wil niet zeggen dat daar enige invloed vanuit gaat. De realiteit is dat in Nederland vrijwel elke partij een dictatuur is van de partijbobo’s, simpelweg omdat ons parlementaire stelsel helemaal niet meer draait om het als volksvertegenwoordiger zonder last of ruggespraak behartigen van de belangen van de kiezer, maar om het behartigen van de belangen en het in stand houden van het politieke systeem waar je zelf onderdeel van bent. En dat werkt het beste als je je hoofd buigt, je mond houdt en je conformeert.















































