Onderzoek: Joodse studenten voelen zich onveilig, universiteiten grijpen niet in

Joodse studenten in Nederland lopen aantoonbaar risico op intimidatie en geweld. Dat blijkt uit een nieuw rapport over antisemitisme op universiteiten en hogescholen. Onderwijsinstellingen schieten tekort in bescherming, terwijl pro-Gaza-demonstraties op campussen ruim baan blijven krijgen. Die demonstraties lijken steeds vaker te verschuiven van politieke kritiek naar openlijk antisemitische uitingen.
Het rapport, waarover PowNews verslag doet, beschrijft een patroon van dreiging, intimidatie en wegkijken door instellingen. Joodse studenten doen meldingen, maar worden vaak doorverwezen naar vertrouwenspersonen zonder concrete opvolging. Tegelijkertijd blijven universiteiten demonstraties faciliteren, ook wanneer die ontaarden in vijandige en agressieve situaties.
Demonstraties blijven, oorlog zakt weg
Opvallend is dat de protesten doorgaan terwijl het hevigste deel van de oorlog in Gaza voorbij is en er wordt gesproken over een wapenstilstand. Toch blijven er actiebijeenkomsten, marsen en zelfs feesten georganiseerd om aandacht voor Gaza vast te houden. Volgens betrokkenen roept dat vragen op.
Zij wijzen erop dat andere conflicten nauwelijks aandacht krijgen. Er wordt niet gedemonstreerd voor Iraniërs, Koerden of Druzen. Het blijvende activisme rond Gaza laat volgens hen zien dat het niet meer gaat om humanitaire zorgen, maar om iets anders. De samenstelling van de demonstraties zou dat bevestigen: extreemlinkse activisten, vaste beroepsdemonstranten, radicale moslims en ook neonazistische elementen.
Bedreigd met een mes
De Joodse student Abigail Asuss, voorzitter van L'Chaim, vertelt in de reportage dat zij tijdens een demonstratie met een mes werd bedreigd toen hij probeerde te filmen. De bedreiger zou hebben gezegd: “Ik ga je steken. Ik ga je steken.” De student herkende de man als een andere student. Iemand met een rugtas en laptop, duidelijk afkomstig van de universiteit zelf.
Asuss deed melding bij zijn onderwijsinstelling en werd doorverwezen naar een vertrouwenspersoon. Die reactie stelde hem teleur. Ze kreeg vooral medeleven te horen, maar geen zicht op maatregelen. Juist dat raakt volgens haar de kern van het probleem. De ervaringen van Joodse studenten worden weggezet als een gevoel, terwijl het volgens hen om een harde realiteit gaat.
“Dit is geen gevoel, dit is echt”
Volgens de student is het belangrijk om onderscheid te maken. Niet elk pro-Palestijns protest is antisemitisch. Maar hij ziet dat de reacties vanuit die demonstraties vaak wel gericht zijn tegen Joden of Israëlische studenten. Er worden slogans geroepen die oproepen tot moord. Ook worden leuzen gebruikt die verwijzen naar een intifada, wat volgens hem eveneens een oproep tot geweld is.
Hij legt uit waar voor hem de grens ligt tussen legitieme kritiek en antisemitisme. Kritiek op Israël is volgens hem prima als die vergelijkbaar is met kritiek op andere landen en overheden. Het wordt antisemitisch wanneer een hele bevolkingsgroep verantwoordelijk wordt gehouden of wanneer er complotten en ontmenselijkende uitspraken worden gebruikt. Hij noemt voorbeelden van berichten die hij ontvangt, waarin Joden worden weggezet als kindermoordenaars of waarin grove antisemitische spot wordt gebruikt.
“Geweld is een optie”
In dezelfde reportage komen ook demonstranten aan het woord. Een activist zegt dat hij begrijpt waarom Joodse studenten zich onveilig voelen, maar benadrukt dat het protest volgens hem niet over religie gaat. De strijd zou gericht zijn tegen Israël en wat hij noemt “de zionistische entiteit”.
Wanneer hem wordt gevraagd hoe hij kijkt naar Joodse wetenschappers, antwoordt hij dat hij hen zou bestrijden vanwege hun zionisme. Op de vraag of dat met geweld zou zijn, zegt hij letterlijk: “Ja. Met geweld.” Hij voegt daaraan toe: “Ik zeg niet dat ik het doe. Ik zeg niet dat het een goede optie is. Maar ik begrijp waar die gedachtegang vandaan komt en het werkt.”

















































