NPO-duider slaat alarm over Forum: “Gevaarlijke connecties”

In het NPO Radio 1-programma Jortcast klonk deze week hoorbare onrust over Forum voor Democratie. Aanleiding is de groei van de partij in de peilingen, én signalen over mensen op kandidatenlijsten en contacten rond de partij. “Lidewij de Vos komt over als iemand die gematigder is dan Thierry Baudet. Maar die partij is helemaal niet veranderd. Ze zijn even radicaal als ze altijd al waren,” stelt hoogleraar Matthijs Rooduijn op de radio.
Te gast was politicoloog en hoogleraar Matthijs Rooduijn (Universiteit van Amsterdam). Hij werd bevraagd over de positie van partijen rechts van de VVD, over de verhoudingen in de Kamer en over de opmars van FVD. De toon in het gesprek was duidelijk: presentator Jort Kelder wilde vooral weten “hoe gevaarlijk” Forum is, mede door berichten over “dubieuze figuren op de kandidatenlijst” en bijeenkomsten “waar extreemrechtse gasten op afkomen”.
Versnippering rechts van de VVD
Na een korte bespreking van het minderheidskabinet verschoof het gesprek naar de rechterflank. Rooduijn schetste een verdeeld landschap met meerdere partijen die elkaar op thema’s overlappen, maar op andere punten botsen. Hij gebruikte daarbij de term “uiterst rechts” voor partijen die streng zijn op asiel en immigratie, sterk inzetten op “law and order”, anti-establishment zijn en kritisch over Europa. “Maar ze verschillen ook op een heleboel vlakken van elkaar. Als het gaat over zorg, als het gaat over sociale zekerheid, dan zijn het niet partijen die heel dicht bij elkaar zitten.”
De vraag kwam op of deze partijen kunnen samenwerken, bijvoorbeeld bij een strenger asielbeleid. In het gesprek klonk het idee dat zo’n koers met een rechtse meerderheid haalbaar kan zijn, terwijl andere dossiers juist ruilmateriaal worden in onderhandelingen met partijen als GroenLinks-PvdA. Daarbij werd benadrukt dat een minderheidskabinet kwetsbaar kan worden als verschillende partijen hun steun afhankelijk maken van bredere ‘pakketdeals’.
Focus op Forum voor Democratie
Het meest uitgebreide deel ging over Forum voor Democratie. In het radiogesprek werd teruggeblikt op het ontstaan van de partij en de koerswijziging tijdens de coronaperiode. “Form voor Democratie is ontstaan als een partij juist tussen de PVV en de VVD in”, zei Rooduijn. Maar volgens hem is dat beeld gekanteld: “Tijdens corona zijn ze echt volledig afgedreven en zijn ze naar extreem rechts opgeschoten.”
Ook werd gesproken over de nieuwe zichtbaarheid van partijleider Lidewij de Vos. Volgens Rooduijn is dat een bewuste strategie. “De strategie was heel duidelijk”, zei hij, met als uitleg dat de partij iemand naar voren schoof die “gematigder overkomt”. Over De Vos zei hij: “Ze komt over als iemand die gematigder is dan Thierry Baudet. Maar die partij is helemaal niet veranderd. Ze zijn even radicaal als ze altijd al waren.”
In het programma werd die mediaverandering neergezet als effectief. De Vos wordt vaker uitgenodigd en krijgt meer spreektijd. Dat kan, zo klonk het, ook effect hebben op de beeldvorming rond de partij en daarmee op de peilingen.
Het radiogesprek zoomde vervolgens in op kandidatenlijsten en personen rond de partij. Rooduijn noemde “allerlei connecties met extreemrechtse organisaties” en verwees naar voorbeelden op kandidatenlijsten. Hij zei ook dat dit wat hem betreft een rode vlag is. “Als je een kandidaat hebt die Brenton Tarrant en Anders Breivik omschrijft als het 'goddelijke duo', dan ben je behoorlijk extreem.” Daarop volgde zijn conclusie: “Dat zijn denk ik wel echt gevaarlijke connecties.”
De verdediging vanuit de partij kwam ook langs. In het gesprek werd een reactie aangehaald die neerkwam op: we kunnen niet alles weten van kandidaten of bezoekers. Rooduijn plaatste daar een kanttekening bij en stelde dat partijen in veel gevallen wel degelijk weten wie ze voordragen. “Ze zetten deze mensen op hun lijst en dat weet je wel.”
“Ze willen eigenlijk een zuil zijn”
Opvallend was ook de beschrijving van FVD als beweging die meer wil dan zetels. In het gesprek werd gesproken over plannen die breder zijn dan parlementair werk, zoals eigen netwerken en platforms. Rooduijn vatte dat als volgt samen: “Ze zijn van onder op aan het bouwen en echt een beweging aan het maken. Een hele grote ja, een zuil willen ze eigenlijk zijn in de samenleving.” De politiek, zo klonk het, is dan een onderdeel, maar niet het enige doel.
Tegelijkertijd maakte Rooduijn onderscheid tussen “radicaal rechts” en “extreem rechts”. De kern daarvan: radicaal rechts beweegt binnen democratische kaders, extreem rechts wil die kaders aantasten. Over FVD zei hij dat de partij lang als radicaal rechts kon worden gezien, maar dat er door nieuwe signalen en contacten een andere discussie ontstaat.
Aan het einde van het gesprek kwam de vraag terug wat groei van FVD in peilingen betekent. Rooduijn stelde dat het bestaan van rechtse partijen op zichzelf niet vreemd is, omdat ze thema’s van kiezers vertegenwoordigen. Maar hij trok een duidelijke lijn bij extremisme. “Als het naar extremisme neigt of als het gaat over het om zeep helpen van de liberale democratie of het liberalisme, dan denk ik dat dat heel gevaarlijk is.”





















































