Brusselse werklozen spreken amper Nederlands

Slechts een heel klein deel van de Brusselse werklozen die begin dit jaar hun uitkering kwijtgeraakt zijn, is Nederlandstalig. Het gaat om 2 tot 3 procent. Dat blijkt uit cijfers van Actiris en de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, waarover de krant Le Soir berichtte.
De cijfers geven een scherp beeld van de taalkloof op de Brusselse arbeidsmarkt. Ze laten zien dat Nederlandstalige Brusselaars veel minder vaak langdurig werkloos zijn dan hun Franstalige stadsgenoten. Tegelijk nuanceren experts het idee dat kennis van het Nederlands automatisch leidt tot werk.
Duizenden verloren hun uitkering
De RVA stuurde in september brieven naar meer dan 5.000 Brusselaars die langdurig werkloos waren. Zij verloren vanaf 1 januari hun uitkering. Van die groep bleek niet meer dan 2 à 3 procent Nederlandstalig te zijn.
Ook bij Actiris is het aandeel Nederlandstaligen beperkt. De Brusselse arbeidsbemiddelingsdienst telde in 2025 bijna 92.000 dossiers van werkzoekenden. Ongeveer 17.000 mensen gaven aan dat ze Nederlands kunnen. Dat is relevant, omdat bij ongeveer een derde van de vacatures bij Actiris kennis van het Nederlands gevraagd wordt.
Toch ligt het aantal echte Nederlandstaligen lager. Actiris kijkt daarbij naar de taal waarin een dossier is opgesteld. Slechts 4 procent van de dossiers was in het Nederlands.
Die ongelijkheid wordt ook zichtbaar in het onderwijs. Uit de Taalbarometer van 2024 blijkt dat 83 procent van de Brusselaars die Nederlandstalig onderwijs volgden, Frans spreekt. In het Franstalig onderwijs ligt dat aandeel veel lager. Daar zegt slechts 6,5 procent van de Brusselaars het Nederlands te beheersen.





















































