Raad van State adviseert wederom tegen taakstrafverbod bij geweld tegen hulpverleners

De Raad van State heeft opnieuw geadviseerd om het taakstrafverbod niet uit te breiden voor geweld tegen hulpverleners. Het hoogste adviesorgaan benadrukt het belang van maatwerk door rechters bij het opleggen van straffen.
Het kabinet had in december een wetsvoorstel ingediend dat een taakstrafverbod moest regelen voor geweld tegen hulpverleners en handhavers. Volgens de toenmalige minister van Justitie, Foort van Oosten, zijn een taakstraf of geldboete onvoldoende passend voor dergelijke vergrijpen. Momenteel geldt een taakstrafverbod voor zware mishandelingen en ernstige seksuele misdrijven. Het voorstel beoogde dit uit te breiden naar minder zware vormen van mishandeling waarbij hulpverleners en handhavers slachtoffer zijn.
De wens om het taakstrafverbod uit te breiden is al vaker geuit in de politiek. Eerdere soortgelijke wetsvoorstellen, waaronder een initiatief van JA21-Kamerlid Joost Eerdmans en het toenmalige VVD-Kamerlid Dilan Yesilgöz, kregen echter kritiek. Zo verwierp de Eerste Kamer in 2022 een vergelijkbaar voorstel. Een van de voornaamste bezwaren die de Raad van State nu opnieuw aanhaalt, is dat de bewegingsvrijheid van rechters te veel wordt ingeperkt, waardoor maatwerk niet meer mogelijk zou zijn.
De Raad van State waarschuwt dat een beperking tot celstraffen in zulke gevallen kan leiden tot minder effectieve en "disproportioneel zware" straffen. Hoewel geweld tegen hulpverleners "in alle gevallen onacceptabel" wordt genoemd en "hard moet worden opgetreden", betwijfelt de Raad van State of een uitbreiding van het taakstrafverbod hiervoor de geschikte oplossing is.
De Raad adviseert het kabinet dan ook om het wetsvoorstel niet in deze vorm aan de Tweede Kamer voor te leggen. Hoewel het kabinet niet verplicht is dit advies op te volgen, worden kritiekpunten van de Raad vaak meegenomen in verdere overwegingen. Eerder uitten ook de Nederlandse Orde van Advocaten en de Raad voor de rechtspraak al kritiek op het voorstel. Zij stelden dat rechters het "hoognodige maatwerk" niet meer zouden kunnen leveren en vreesden dat "relatief lichte vergrijpen" snel als mishandeling zouden worden bestempeld.






















































