Rijswijk onder vuur na uitsluiten Joodse media: provincie eist opheldering

De rel rond het Joods vastgoedonderzoek in Rijswijk wordt groter. De gemeente sloot bewust Joodse media uit van belangrijke informatie, omdat zij zich niet wilde “associëren” met hun berichtgeving over Gaza. Die keuze leidt nu tot politieke druk vanuit Den Haag én de provincie Zuid-Holland, waar de kwestie deze week op de agenda staat.
Aanleiding is de recente beslissing van de gemeente Rijswijk om Joodse media en organisaties niet te informeren over een gevoelig onderzoek naar Joods vastgoed uit de Tweede Wereldoorlog. Die keuze zorgt voor toenemende druk op het gemeentebestuur.
De kwestie staat woensdag op de agenda van Provinciale Staten van Zuid-Holland. Statenlid Toine Beukering wil dat de provincie ingrijpt en de gemeente aanspreekt op haar handelen.
In het verzoek, ingezien door NieuwRechts, wordt gesproken van “veel ophef” in media, gemeenteraad en landelijke politiek. De inzet van het debat is duidelijk. De provincie moet druk uitoefenen op Rijswijk om de neutraliteit van het bestuur te waarborgen en het vertrouwen te herstellen.
Uitsluiting vanwege Gaza-standpunt
De kern van de controverse ligt bij een opvallend besluit van de gemeente. Het college koos ervoor om geen persbericht te sturen naar het Nieuw Israëlietisch Weekblad (NIW) en Irgoen Olei Holland. De reden: de gemeente wilde zich niet associëren met de berichtgeving van deze media over het conflict in Gaza, die te pro-Israëlisch zou zijn. Daarmee werd een directe koppeling gelegd tussen een historisch onderzoek naar Joods vastgoed en een actueel geopolitiek conflict.
Opvallend is dat de gemeente hiermee inging tegen het advies van zowel de begeleidingscommissie als de onderzoeker. Zij adviseerden juist om deze media te gebruiken om betrokkenen te bereiken. Door die keuze bestaat de kans dat belangrijke getuigen en nabestaanden nooit zijn bereikt. Dat kan gevolgen hebben voor de volledigheid van het onderzoek.
Juridische en bestuurlijke zorgen
In het document worden stevige zorgen geuit over mogelijke schending van grondrechten. Zo wordt gewezen op artikel 1 van de Grondwet, waarin discriminatie op basis van politieke opvattingen verboden is.
Ook wordt gesproken over een mogelijke aantasting van de vrijheid van meningsuiting. Organisaties zouden zijn uitgesloten vanwege hun vermeende politieke kleur.
Daarnaast valt de term ‘cancel culture’ binnen het openbaar bestuur. Daarmee wordt bedoeld dat politieke overwegingen invloed krijgen op bestuurlijke keuzes.



















































