Rechter ziet geen antisemitisch motief bij bekladding CIDI-pand

De rechtbank in Den Haag heeft twee vrouwen veroordeeld voor het bekladden van het pand van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI). De rechter achtte vernieling bewezen, maar zag geen bewijs voor een antisemitisch motief. Het vonnis leidde direct tot uiteenlopende reacties. Het CIDI spreekt van “laakbaar gedrag”, terwijl critici stellen dat het signaal van de rechter tekortschiet.
De zaak draait om een actie op 7 augustus 2025. De verdachten, Trees L. (67) en Muis L. (62), gooiden ketchup, meel en een zoete vloeistof tegen de gevel van het CIDI-gebouw in Den Haag. Daarbij werd ook een pamflet achtergelaten. De vrouwen ontkenden de actie niet, maar stelden dat zij handelden uit protest tegen Israëlisch beleid.
De politierechter maakte een duidelijk onderscheid. De bekladding is strafbaar, maar valt niet onder haatzaaien of discriminatie. Beide vrouwen kregen een voorwaardelijke geldboete van 350 euro, of zeven dagen hechtenis bij niet betalen, met een proeftijd van twee jaar. De schadeclaim van het CIDI werd afgewezen.
Volgens het Openbaar Ministerie lag dat anders. De officier van justitie stelde dat de keuze voor het CIDI-gebouw niet toevallig was. “Het gaat om de selectie van het object”, aldus het OM. “En dan geldt dat besmeuring van een gebouw dat symbool staat voor Joden gevoelens van onveiligheid oproept voor mensen van joodse komaf.” Daarom werd vervolging ingesteld voor discriminatie en het aanzetten tot haat.
Bewust gefilmd en verspreid op sociale media
De rechter ging daar niet in mee. Wel benadrukte zij dat de actie niet kan worden gezien als vrije meningsuiting. “Ze hadden hun mening ook anders kunnen uiten”, stelde de rechter. Ook het beroep op demonstratierecht werd verworpen. Tegelijkertijd erkende de rechtbank dat de actie impact had op de betrokkenen. “Medewerkers hebben dit niet gevoeld als vandalisme, maar als een duidelijke boodschap: ze weten ons te vinden.”
De rechter wees ook op de manier waarop de actie werd uitgevoerd. “Wat meeweegt, is dat het bewust is gefilmd en verspreid op sociale media, dus het oogde als een strak geregisseerde aanval.” Volgens de rechtbank draagt dat bij aan het gevoel van dreiging bij medewerkers.
Binnen het CIDI zelf werd die dreiging bevestigd. Bestuursvoorzitter Ronnie Eisenmann zei: “We worden dagelijks bedreigd via de telefoon en de mail. Daar leven we mee, maar als er iemand voor de deur staat, weet je nooit van tevoren of die gewelddadig zal worden.” Tegelijk gaf hij aan het oordeel van de rechter te begrijpen: “Ik kan niet in de hoofden van de dames kijken, dus dat de intentie niet te bewijzen is, snap ik.”
De verdachten zelf hielden vol dat hun actie politiek gemotiveerd was en niet gericht tegen Joden. Muis L. verklaarde: “Demonsteren is een recht en dus ook tegen de daden van Israël, en hen die hen steunen en vergoelijken.” Ook gaf zij aan: “Ik heb niet de statuten gelezen voor ik ketchup en meel kocht.” Trees L. voegde daaraan toe: “Het is niet bij me opgekomen dat ik aan jodenhaat gedaan zou hebben.”
'Vogelvrij verklaard'
De uitspraak riep stevige kritiek op. Het CIDI stelde na afloop: “Vernieling is bewezen, antisemitisch oogmerk niet. De rechter noemt de actie ‘laakbaar gedrag’.”
Voormalig PVV-Kamerlid Léon de Jong reageerde nog feller. “Met deze uitspraak verklaart de rechtbank Joden en iedereen die achter Israël staat vogelvrij. Geeft extremisten een vrijbrief om te intimideren en te vernielen. Je kan immers alles doen zonder echte consequenties. Zonder zelfs maar de bewezen schade te hoeven vergoeden. Gerichte aanval met overduidelijk antisemitisch oogmerk, maar de rechter kijkt weg. Zo intens fout!”
Maar de rechter stelt tegelijkertijd dat de verdachten ook online bedreigingen krijgen. “De emoties lopen regelmatig hoog op. Online-dreiging wordt steeds normaler. Ook de verdachten zelf hebben daarmee te maken. Over en weer treedt een verharding op die ik liever niet zou zien.”






















































