Kabinet haalt uit naar veehouders: ‘Stevige zelfreflectie en zelfreinigend vermogen nodig’

De veehouderij krijgt opnieuw een harde boodschap uit Den Haag. Staatssecretaris Erkens vindt dat de hele veeketen stevig in de spiegel moet kijken na beelden van ernstig dierenleed op verzamelplaatsen. Volgens hem moeten slachthuizen, transporteurs, handelaren, veehouders en verzamelcentra hun verantwoordelijkheid nemen.
Zijn scherpste zin valt op: “Ik roep de sector dan ook op om stevige zelfreflectie toe te passen en te werken aan een zelfreinigend vermogen.” Daarmee legt Erkens de druk niet alleen bij de bedrijven waar misstanden zijn gefilmd, maar bij de hele keten.
Dat ligt gevoelig. Boeren voelen zich al langer onder vuur liggen door stikstofbeleid, strengere normen en acties van dierenactivisten. In de sector leeft de vrees dat incidenten opnieuw worden gebruikt om een hele beroepsgroep verdacht te maken.
Beelden van zieke en gewonde dieren
De aanleiding zijn Kamervragen van D66 en de Partij voor de Dieren over dierenleed op verzamelplaatsen. Daar worden dieren samengebracht voordat ze naar het slachthuis gaan.
Erkens bevestigt dat jaarlijks duizenden dieren op zulke locaties dood worden aangetroffen of worden gedood omdat ze te ziek, te zwak of gewond zijn om verder te vervoeren. In 2023 ging het om 16.279 dieren. In 2024 om 16.713 dieren. In 2025 daalde dat aantal naar 11.485.
De staatssecretaris zegt dat de achtergrond van die cijfers nog niet duidelijk is. De NVWA doet daar in 2026 onderzoek naar. Daarbij wordt onder meer gekeken naar vervoerders en naar de herkomst van dieren.
‘Deze dieren hadden niet vervoerd mogen worden’
Erkens heeft ook de beelden gezien van dieren die in slechte toestand bij slachthuizen aankwamen. Sommige dieren waren ernstig kreupel, ziek, gewond of sterk vermagerd.
Hij is daar duidelijk over. “Ik kan bevestigen dat de dieren op de beelden niet geschikt voor het voorgenomen transport waren en niet naar het slachthuis vervoerd hadden mogen worden.” Volgens hem heeft de NVWA daarvoor boetes opgelegd. Ook zegt Erkens dat de meeste dieren op het moment van de beelden dringend medische zorg nodig hadden. “De beelden vind ik verschrikkelijk en gaan me aan het hart.”
Niet het hele systeem schuldig
Toch gaat Erkens niet mee in de harde conclusie van D66 en de Partij voor de Dieren dat het veehouderijsysteem zelf structureel dierenleed veroorzaakt. Daar brengt hij nuance aan. “Een veehouderijsysteem zorgt op zichzelf niet voor een slecht dierenwelzijn,” stelt hij. Dieren kunnen ziek worden of kreupel raken. Dan moeten ze worden behandeld. Ook moet een houder beoordelen of een dier nog geschikt is voor transport.
Daarmee maakt Erkens onderscheid tussen het systeem als geheel en bedrijven of personen die regels overtreden. Dat onderscheid is belangrijk voor boeren. Veel veehouders ervaren het publieke debat namelijk als een proces waarbij de hele sector verantwoordelijk wordt gehouden voor fouten van een kleine groep.
Verzamelplaatsen onder verdenking
De kritiek richt zich vooral op erkende verzamelcentra. Op eerdere beelden van vijf locaties was te zien dat koeien en kalveren werden geslagen en geschopt. Ook zieke en kreupele dieren zouden hardhandig zijn behandeld. Erkens noemt die beelden schokkend. “Op deze manier mag nooit met dieren worden omgegaan.”
Volgens hem tonen de beelden herhaaldelijke overtredingen op vijf verzamelplaatsen in korte tijd. “Dat kan inderdaad niet worden afgedaan als een incident,” schrijft hij. Tegelijk weigert hij alle verzamelplaatsen over één kam te scheren. Iedere locatie moet volgens hem worden beoordeeld op wat daar echt gebeurt.
‘De hele sector wordt geraakt’
Daar schuurt het voor veel boeren. Want hoewel Erkens nuanceert, spreekt hij tegelijk de hele veeketen aan. Volgens hem beschadigen de overtredende verzamelcentra het beeld van de hele sector.
Dat raakt een gevoelige plek. Boerenorganisaties wijzen er al langer op dat negatieve beelden vaak het complete beeld gaan bepalen. Zeker wanneer dierenactivistische groepen beelden maken, verspreiden en daarmee druk opbouwen.
De sector wijst erop dat boeren, transporteurs en handelaren zelf ook steeds vaker doelwit zijn van intimidatie. Denk aan anonieme telefoontjes, dreigbrieven, erfbetredingen en acties bij stallen. Via een meldpunt van LTO Nederland, POV en Vee&Logistiek komen zulke verhalen vaker naar buiten.
POV-voorzitter Linda Verriet waarschuwde eerder bij NieuwRechts dat intimidatie van boeren geen incident is, maar een terugkerend probleem. “Boeren voelen zich onveilig op hun erf en in hun beroep,” zei zij daarover.
Dierenactivisme als extra drukmiddel
Die context speelt mee in de ontvangst van de woorden van Erkens. Veel boeren vinden dierenwelzijn belangrijk en willen misstanden aanpakken. Maar zij vrezen dat beelden en incidenten door activistische organisaties worden gebruikt om de hele veehouderij in kwaad daglicht te zetten.
Verriet stelde bij NieuwRechts dat boeren zich “vogelvrij” voelen wanneer er geen duidelijke grenzen worden gesteld aan activisme. Volgens haar gaan stalbezettingen, geforceerde deuren en anonieme bedreigingen niet alleen over debat, maar over veiligheid en privéleven.
Daarom is de oproep van Erkens voor “zelfreinigend vermogen” dubbel beladen. Aan de ene kant gaat het om duidelijke overtredingen die moeten worden aangepakt. Aan de andere kant voelt de sector opnieuw politieke druk op zich afkomen, terwijl boeren zelf ook zeggen slachtoffer te zijn van intimidatie en framing.
Hogere boetes en camera’s
Erkens wil de regels aanscherpen. Hij denkt aan hogere boetes en aan het beter toepassen van omzetgerelateerde boetes. Ook wil hij verder met cameratoezicht.
Voor verzamelcentra wil hij camera’s inzetten als tijdelijke maatregel na overtredingen. Daarmee moet verscherpt toezicht effectiever worden. Bij de vijf verzamelcentra waar beelden zijn gemaakt, is dat al onderdeel van verbeterplannen. De NVWA bekijkt de beelden daar tweewekelijks.
“De wet overtreden mag niet lonen en waar het dierenwelzijn ernstig in het gedrang is, moeten sancties afschrikwekkend genoeg zijn,” schrijft Erkens.
Zware sancties blijven beperkt
Uit de antwoorden blijkt dat zware maatregelen wel bestaan, maar niet vaak worden ingezet. Sinds 2024 is vijf keer een bedrijf geheel of gedeeltelijk gesloten op grond van de Wet dieren. Dat ging om primaire bedrijven.
Daarnaast is vanaf 2024 drie keer de erkenning van een slachthuis geschorst en één keer de vergunning van een vervoerder. Vanaf 2023 is vijf keer de erkenning van een slachthuis geschorst en één keer ingetrokken. Bij verzamelcentra is twee keer een erkenning geschorst en één keer ingetrokken.
Permanent sluiten kan volgens Erkens niet. Wel kan een erkenning worden geschorst of ingetrokken. In de praktijk heeft dat vaak hetzelfde effect.
Geen verbod op verzamelcentra
D66 en de Partij voor de Dieren vroegen ook of verzamelcentra voor binnenlands transport en slacht verboden kunnen worden. Erkens wil dat niet.
Volgens hem lost een verbod het probleem niet op. Het kan zelfs averechts werken. Dieren kunnen dan langer op het boerenbedrijf blijven, langer in veewagens staan of vaker naar het buitenland worden vervoerd. Ook kunnen dieren dan op plekken worden verzameld waar geen toezicht is.
Boerensector voelt stapeling van druk
De harde woorden van Erkens komen boven op een breder pakket aan kabinetsbeleid. Eerder leidde de stikstofbrief van landbouwminister Jaimi van Essen al tot woede bij boerenorganisaties. Agractie stelde toen dat het kabinet de stikstoffuik verder dichttrekt.
Ook plannen rond grondgebondenheid, strengere emissiedoelen, zonering rond Natura 2000-gebieden en mogelijke ingrepen in dier- en fosfaatrechten zorgen voor onrust. Veel boeren zien daarin een patroon: de overheid zegt te willen verbeteren, maar legt steeds meer druk op de veehouderij.
Het dierenwelzijnsdossier komt daar nu bij. Voor Den Haag draait het om handhaving en bescherming van dieren. Voor boeren voelt het al snel als de volgende aanval op een sector die zich toch al klemgezet voelt.
















































