‘Orbán Derangement Mania’: hypocrisie van Brussel pijnlijk blootgelegd

Jarenlang bezorgde Viktor Orbán de eurocraten hun eigen versie van de ‘Trump Derangement Mania’ – we zouden het ‘Orbán Derangement Mania’ kunnen noemen. Geconfronteerd met Orbáns verkiezingsnederlaag op 12 april had EU-Commissievoorzitter Ursula von der Leyen misschien wat waardigheid in de overwinning kunnen tonen. Dat deed ze niet. Raadsvoorzitter António Costa toonde slechts een greintje fatsoen. In Portugal ging het met Renew Europe gelieerde Liberal Initiative ver buiten de grenzen van een beschaafd politiek discours door op pathetische wijze te beweren dat Orbán een “door Trump en Poetin gesteunde verrader” was. Je vraagt je af wat ze nu denken, nu Orbáns aartsvijand en de nieuw gekozen premier Péter Magyar duidelijk maakt dat het Hongaarse beleid inzake immigratie, energie en Rusland onder zijn leiding veel minder zal veranderen dan zijn buitenlandse enthousiastelingen misschien hadden verwacht.
Zelfs de meest enthousiaste liberale verdedigers van Magyar zullen niet kunnen ontkennen hoezeer hij de laatste tijd op Orbán lijkt. De EU straft Boedapest al geruime tijd voor zijn onverzettelijke houding tegen massale immigratie. Brussel heeft Orbán daarom gedemoniseerd als een nativist en een xenofoob; in een poging de Hongaarse wil te breken, hebben ze Hongarije zelfs een dagelijkse boete van één miljoen euro opgelegd vanwege de weigering van de door de EU opgelegde migrantenquota.




















































