Europeanen willen geen snelle EU-entree voor Oekraïne

Een meerderheid van de Europeanen zit niet te wachten op een snel EU-lidmaatschap van Oekraïne. Dat blijkt uit een groot onderzoek van de European Council on Foreign Relations (ECFR) in vijftien Europese landen. De uitkomst is opvallend, omdat Europese leiders al jaren spreken over blijvende steun aan Kyiv en een grotere militaire rol voor Europa.
Volgens het onderzoek blijft er steun voor Oekraïne in de strijd tegen Rusland. Maar die steun heeft grenzen. In de meeste onderzochte landen is geen meerderheid voor snelle toetreding van Oekraïne tot de Europese Unie. Ook is er weinig enthousiasme voor deelname aan een vredesmissie in Oekraïne na afloop van de oorlog.
Meer defensie, maar weinig oorlogsenthousiasme
Het onderzoek wordt door de Volkskrant gepresenteerd als bewijs dat Europeanen meer strategische zelfstandigheid willen. Veel respondenten zouden vinden dat Europa militair sterker moet worden, zeker nu het vertrouwen in de Verenigde Staten onder president Donald Trump sterk is gedaald.
Slechts 11 procent van de Europese respondenten ziet de VS nog als bondgenoot. Een kwart noemt Amerika zelfs een rivaal of vijand. Veel ondervraagden verwachten niet dat de VS Europa automatisch zal helpen bij een aanval.
Daaruit trekken onderzoekers de conclusie dat Europa meer op eigen benen moet staan. In veel landen is steun voor hogere defensie-uitgaven. Ook in Nederland bestaat steun voor gezamenlijke Europese schulden voor defensie.
Toch betekent dat niet dat burgers staan te springen om nieuwe militaire avonturen. De terughoudendheid rond Oekraïne laat juist zien dat veel Europeanen wel veiligheid willen, maar geen open einde in een nieuw geopolitiek project.
Oekraïne blijft gevoelig
De steun voor Oekraïne is vooral in Noord- en West-Europa nog aanwezig. Daar zien veel mensen Oekraïne als belangrijke partner tegen Rusland. Maar zodra het concreet wordt, verandert het beeld.
Een snel EU-lidmaatschap krijgt in de meeste landen geen meerderheid. Ook landen die doorgaans hard pro-Oekraïne zijn, zoals Estland, zijn terughoudend. Duitsland ziet snelle toetreding evenmin zitten. Nederland vormt volgens het onderzoek juist een uitzondering.
ECFR-onderzoeker Pawel Zerka noemt die terughoudendheid een “gevaarlijke tendens”. Hij vreest dat anti-Oekraïense sentimenten in Oost-Europa sterker worden. Maar er is ook ruimte voor nuance. Veel Europeanen maken onderscheid tussen hulp aan Oekraïne en het langdurig binnenhalen van Oekraïne in de EU, met alle kosten, verplichtingen en risico’s van dien.
























































