Wat maakte Pim nou zo geliefd en zo bijzonder?

Hieronder staat de tekst van de Pim Fortuynlezing die BBB-Kamerlid Caroline van der Plas vandaag uitspreekt. Dat gebeurt op een beladen datum. Precies 24 jaar geleden, op 6 mei 2002, werd Pim Fortuyn vermoord in Hilversum. In haar lezing staat Van der Plas stil bij zijn politieke erfenis en bij de betekenis daarvan voor het Nederland van nu.
Beste mensen,
Dank voor jullie mooie uitnodiging om vanavond hier voor jullie te mogen komen spreken. Vandaag 24 jaar geleden om deze tijd was Nederland in diepe shock vanwege de moord op Pim Fortuyn.
De minister-president die Nederland nooit heeft gehad.
Het was 6 mei, rond een uurtje of half zes ’s avonds, toen ik met mijn vader in een plaatselijk café zat. We hadden met mijn moeder afgesproken om rond zes uur te gaan eten in ons favoriete Italiaanse restaurant Bella Roma in Deventer. Terwijl ik met mijn vader in het café zat, luisterden we naar Radio 3, tegenwoordig 3FM.
In de uitzending was Pim te gast bij deejay Ruud de Wild. Iedereen was aan het luisteren. De humor en de scherpe en rake analyses konden op bijval rekenen in het café. Vlak voor zessen, was de uitzending afgelopen. Mijn vader en ik liepen naar de overkant naar het Italiaanse restaurant, waar mijn moeder op ons wachtte.
Nietsvermoedend zaten we daar te wachten op onze bestelling. Mijn vader, mijn moeder en ik. Nog even over Pim Fortuyn pratend en de uitzending met Ruud de Wild. De verkiezingen zouden over 9 dagen zijn en mijn vader en ik hadden onze stem bepaald: Wij zouden stemmen op Pim. Mijn moeder twijfelde nog. Mijn vader en ik niet. Ook al had ik altijd CDA gestemd, ditmaal ging mijn stem met volle overtuiging naar Pim Fortuyn.
Toen werd mijn vader gebeld op zijn mobiele telefoon. Zo eentje waarmee je alleen nog maar mee kon bellen en sms’en…
Hij bleef stil en ik zag aan zijn gezicht dat er iets ergs was gebeurd. Ik dacht aan een sterfgeval in de familie. Hij drukte het gesprek weg. “Pim Fortuyn is neergeschoten. Op het Mediapark.”
Ongeloof
In het hele restaurant kwam het nieuws keihard aan bij de gasten. Het was niet te geloven. Dat kon toch helemaal niet? We hadden hem nét nog gehoord op de radio! Dit kon niet waar zijn. Maar het was waar. En de volle omvang kwam al snel.
Pim was niet alleen neergeschoten. Pim was DOODGESCHOTEN. Dood. Pim. Op het Mediapark. Negen dagen voor de verkiezingen, waar zijn LPF waarschijnlijk de grootste partij zou worden…
Ik weet niet eens meer of we zijn gebleven om onze maaltijd op te eten, of dat we hebben afgerekend en naar huis zijn gegaan. Ik denk het laatste, want wat ik me nog herinner is dat ik de hele avond en nacht voor de tv zat. Beelden van Pim liggend op straat, badend in het bloed. Zijn nette pak en roze en donker gestreepte stropdas nog aan. Zijn mond half open. Een bloedend hoofd. Stil. Bewegingsloos. Gedehumaniseerd. Ik weet nog dat ik toch hoopte dat hij niet dood was. Dat hij toch gereanimeerd zou kunnen worden.
Maar dat gebeurde niet. Kon ook niet natuurlijk.
De tweede gedachte was: Wie zou hem willen vermoorden? Een moslim? Oh God, als dat zo is, dan wordt het een burgeroorlog in Nederland. Die gedachte had ik niet alleen. Die gedachte had volgens mij iedereen in Nederland. Dit uitte zich ook voor het Tweede Kamergebouw, direct na de moord.
Rellen in verbijstering. Rellen in verbijstering om de eerste politieke moord sinds het lynchen van de gebroeders De Witt in 1672.
Maar het was geen moslim. Het was geen asielzoeker. Het was geen Marokkaan. Het was een oer-Hollandse extremist met de naam: Volkert van der Graaf. Naar al heel snel bleek, een dieren- en milieuextremist. Een extreemlinkse gek uit het gemoedelijke Harderwijk.
De kogel kwam van links…
Maar wat maakte Pim nou zo geliefd en zo bijzonder?
Hij benoemde de problemen in Nederland zoals ze waren. In klare taal, scherp en vaak met humor. Ik vond het knap dat iemand die eigenlijk tot dezelfde elite behoorde als waar hij tegen streed, zo’n groot deel uitmaakte van “ons”: het gewone volk. Mensen met zorgen over waar Nederland naar toe ging. Zorgen waar geen antwoorden of erkenning op kwamen.
Mensen met gewone banen. Mensen met gewone wensen. Mensen die niet veel vroegen van de overheid. Maar die te maken hadden met een overheid die wél veel van de mensen vroeg.
Pim Fortuyn.
Elitair, met zijn maatpakken, zijn statige herenhuis, zijn hondjes, zijn sigaar, zijn wijntje, zijn kreeft met champagne in een restaurant, zijn Bentley met chauffeur en zijn geaffecteerde uitspraak.
Pim sprak de taal van de mensen in Nederland. Hij zag de problemen van Nederland, hij benoemde ze. Hij ging de zelf wijken in. Wijken met flats en arbeiderswoningen, die vervallen en oud waren. Verpauperd.
Wijken die in korte tijd waren veranderd van gezellige volkswijken, met een plantje op de vensterbank, een schoongeveegde stoep, en met mensen die omzagen naar elkaar, naar verpauperde straten en huizen waar steeds meer migranten en arbeidsmigranten kwamen te wonen. Mensen die geen Nederlands spraken, mensen die niet meededen aan de samenleving, mensen van wie je je zelf afvroeg: zijn zij zélf wel gelukkig hier?
Anonieme mensen, met de vitrages dicht. Met kinderen die aan hun lot werden overgelaten op straat, vuilnis en meubilair op straat gegooid, kinderen en jongeren die opgroeiden in wijken waar de criminaliteit welig tierde. Drugsgebruikers, drugshandel, berovingen, noem het maar op. En de gemeentes en de politiek? Die deden niks. Geen ‘law & order’, geen gezag.
Het is vandaag bijna 25 jaar geleden dat Pim werd vermoord
Vermoord om zijn mening. Vermoord omdat hij het genoeg vond zo. Vermoord omdat hij uitsprak wat vele mensen in Nederland dachten, maar die het niet zo goed onder woorden konden brengen als hij.
Dit waren mensen die op hem gingen stemmen omdat hij opkwam voor mensen zoals zij.
Vandaag is het 6 mei 2026. We eren Pim Fortuyn nog steeds en vragen ons na 24 jaar nog steeds af: Wat zou er gebeurd zijn met ons land als hij níet zou zijn vermoord. Wat zou er zijn gebeurd als hij wél minister-president was geworden?
We zullen het nooit weten.
Want kogels uit het pistool van een extreemlinkse gek maakten een einde aan zijn leven.
Pim sprak klare taal. De taal van de mensen thuis. Een taal die in politiek Den Haag en in een deel van de media niet goed viel. Pim wilde vastgeroeste structuren loswrikken. Pim wilde law & order terug in Nederland. Pim wilde dat de mensen in Nederland zich weer veilig zouden kunnen voelen in hun eigen straat, in hun eigen wijk, in hun eigen stad, in hun eigen land. En ja, de klare taal was schurend af en toe. En dat moet mogen én kunnen in een democratische rechtstaat.
Maar dat kon dus niet.
Want, in plaats van de problemen die wij – ook toen al – hadden, te zien en te erkennen en te luisteren naar de problemen in de steden en daarover in gesprek te gaan, of ervoor te zorgen dat de problemen werden aangepakt, staken politici, bestuurders, journalisten hun energie in het demoniseren van Pim.
Mag ik dat zeggen? Ja, dat mag ik zeggen. Sterker nog: ik heb het al gezegd.
Pim Fortuyn werd afgeschilderd als een nazi, een fascist, de nieuwe Hitler, de Nederlandse Jorg Haider, ja zelfs als een “Untermensch”. Moet je je voorstellen dat je zo wordt genoemd door de gevestigde orde: een minderwaardig mens.
Maar de smeercampagne werkte averechts. De achterban groeide.
Maar… de haat groeide ook.
Terug naar vandaag
Helaas moet ik constateren dat er niets is veranderd. We hebben niets geleerd van onze geschiedenis. Inmiddels zit een politicus al ruim 20 jaar in isolatie vanwege ernstige doodsbedreigingen. En inmiddels is het aantal bedreigde politici groter dan ooit.
Iedereen die problemen benoemt, wordt door een bepaalde groep mensen in de racisten-, fascisten- en nazihoek gedrukt. Hopende dat je je mond gaat houden.
Ik kan er zelf over meepraten. Ook ik ben – óók in de media – neergezet als een fascist. Een bruinhemd. Als extreemrechts. Sommige columnisten, of andere invloedrijke types hebben mij ervan beschuldigd dat ik meewerk aan genocide. Dat ik betaald wordt door de regering Israël.
Toen ik op Prinsjesdag via mijn kleding mijn steun betuigde aan de Joodse gemeenschap, die zo zwaar lijdt onder het opkomende antisemitisme, schreef een columnist dat ik een “genocidejurk” had gedragen. Talloze bedreigingen heb ik gehad. Talloze. Een stroom van bagger en haat, krijg ik elke dag over mij heen. Alleen maar omdat ik op sommige onderwerpen een andere mening heb dan deugend links.
Er is niets geleerd van de geschiedenis.
En de problemen in Nederland? Die zijn er nog steeds. We hebben het de afgelopen jaren gezien en de afgelopen weken ook. De onrust en onvrede onder mensen in Nederland sluimert als een veenbrand, heb ik meermaals ook in debatten gezegd. Tijdens de covid-crisis, waar mensen die kritisch waren, als wappies en gekken werden neergezet en er ook niet naar hun zorgen werd geluisterd, is die veenbrand verder gaan woekeren.
De law & order is ver te zoeken. Nederland heeft al jaren een gezags- en een gedragscrisis en het wordt door de gevestigde orde nog steeds niet erkend. “Rustig doorlopen mensen, er is hier niets aan de hand”….
Groepen “jongeren” maken onze straten wijken en steden onveilig. Vrouwen en meisjes durven niet meer over straat in bepaalde steden en wijken. En wat doen we? We plaatsen meer lantaarnpalen. We doen aan symptoombestrijding, in plaats van het probleem aan te pakken.
Er zijn straatrellen in Scheveningen, rellen in steden tijdens de jaarwisseling waarbij politie, brandweer en ambulancepersoneel worden mishandeld of bekogeld met illegaal zwaar vuurwerk, we hebben rechtsextremistische groepen die chaos willen creëren in gemeenten, vanwege de komst van azc’s. De discussie gaat dan dáárover, in plaats van over het echte probleem: de hoge instroom van migranten, de zorgen om de alleenstaande jonge mannen die bij scholen of bejaardencentra worden geplaatst.
De rechtsextremisten overschreeuwen de inwoners die oprechte zorgen hebben.
Maar we hebben ook links-extremistische groepen, die bijna ongestraft snelwegen blokkeren, boterzuur gooien in winkels en winkelstraten, inbreken in stallen van boeren, boeren bedreigen en intimideren, die schilderijen in musea bekladden.
Links-extremistische studenten die gesteund door buitenlandse extremisten, universiteiten bezetten en de meest schandalige vernielingen plegen, culturele instellingen en poppodia die Joodse artiesten of Joodse sprekers weigeren omdat ze uit Israël komen, of “geen afstand doen” van Israël.
Joden die niet meer veilig over straat kunnen, Joden wier kinderen op zwaar beveiligde scholen zitten, Joodse restaurants die worden beklad of vernield, aanslagen op onze Joodse gemeenschap.
En een regering, die in de ogen van veel mensen in Nederland, aan het pappen en nathouden is. Mensen zien XR-demonstranten vrijgelaten worden en niet berecht worden, terwijl de gewone burger bij een paar minuten te laat bij de parkeermeter zijn, een boete van 120 euro op de deurmat ziet vallen.
De meeste mensen in Nederland zijn geen racisten, fascisten of nazi’s. Zij willen gewoon leven, wonen en werken in een Nederland dat herkenbaar en veilig is. Zij willen een keer op vakantie kunnen, hun rekening kunnen betalen, hun kind op judo kunnen doen, een biertje drinken op een terras, genieten van hun AOW en pensioen en als ze hulpbehoevend zijn, de hulp kunnen krijgen die ze nodig hebben.
Voor deze mensen strijden wij met BBB elke dag in Den Haag. Voor de boeren en vissers die dagelijks ons voedsel maken en bestaansrecht verdienen, voor de burgers waarvoor we een vangnet en een trampoline willen zijn. Een vangnet voor mensen die in de knel zitten, voor mensen die onrecht wordt aangedaan of vóelen dat ze onrecht wordt aangedaan. Een trampoline voor de mensen die op eigen kracht hun leven kunnen leiden en geen hulp nodig hebben, enkel waardering willen en gezien en gehoord willen worden als ook zij een keer bij ons aankloppen.
Kunnen wij dan alle 18 miljoen mensen in Nederland even tevreden houden? Nee. Maar we kunnen dit wél als uitgangspunt nemen. Dit móet je uitgangspunt zelfs zijn.
Ik ga afsluiten
Ik denk dat wat ik Nederland en de mensen in Nederland toewens, niet veel verschilt wat Pim voor Nederland wenste
Helaas zullen we nooit weten wat er van Nederland was gekomen als hij wél minister-president was geworden. Wat we wel weten is dat hij een strijder was, die tegen de stroom inging.
Gelukkig maar, want zoals u weet: alleen dode vissen gaan met de stroom mee.
Dat hij iemand was die niet bang was om zijn mening te geven, die geliefd was bij veel mensen in Nederland, ook bij mensen van buitenlandse afkomst! Wat we ook weten is dat hij van ons mooie land hield en daarvoor keihard wilde werken. Een man die klare taal sprak, de taal van de mensen thuis begreep en verstond.
Daarom zijn we vandaag hier met zijn allen opnieuw aanwezig om Pim Fortuyn te herdenken.
Herdenken om wie hij was en herdenken om wie hij nooit heeft mogen zijn.
Rust in vrede Pim.
Je hebt een steen in de rivier gelegd op aarde.
Het water gaat er anders dan voorheen.
Je hebt een steen in de rivier gelegd op aarde.
Nu weet je dat je nooit zal zijn vergeten.
Je leverde het bewijs van je bestaan, omdat door het leggen van die ene steen de stroom nooit meer dezelfde weg zal gaan.
Laten we toosten op Pim Fortuyn. De minister-president die we nooit hebben gehad.
Dankuwel


















































