Stop met Bevrijdingspop voordat 5 mei niets meer betekent

Als zoon van een voormalig voorzitter van Bevrijdingspop, het oudste bevrijdingsfestival van Nederland, groeide ik op tussen de klaptafels, portofoons, programmaboekjes en mensen die allemaal iets belangrijks leken te moeten regelen. Als jong jochie zat ik daar dan te kijken, soms verveeld, soms onder de indruk, terwijl mijn vader weer werd weggeroepen omdat er iets moest worden opgelost, besproken of besloten. En als hij dan een tv-omroep te woord stond, keek ik trots toe. Niet omdat ik precies begreep wat er allemaal gebeurde, maar omdat ik voelde dat het ertoe deed.
Eerst de stilte. Dan de muziek. Eerst de doden. Dan de vrijheid. Of ik als achtjarige precies begreep wat vrijheid inhield, weet ik niet. Waarschijnlijk niet. Maar ik wist wel: dit was belangrijk. Er kwamen mensen op af, er was media, er was spanning, er was organisatie, er was betekenis. Als kind hoef je dan nog niet alles te begrijpen om te voelen dat je bij iets groters in de buurt staat.
Wat later in mijn leven had ik een duidelijker beeld 4 & 5 mei gingen over onze historische strijd tegen totalitarisme. Tegen het nazisme, maar óók tegen het communisme. Twee ideologieën die in de twintigste eeuw even succesvol leken in het opslokken, onderwerpen en structureel afbreken van hele volkeren. Twee systemen waarin mensen geen mensen meer waren, maar materiaal voor een hoger doel. Twee vijanden van vrijheid, waardigheid en nationale zelfstandigheid.
Een festival met een historisch sausje
Lang dacht ik dat Bevrijdingspop een vanzelfsprekende plek had in de traditie van deze herdenking. Sterker nog: ik heb in de gemeenteraad van Zandvoort zelf voorgesteld om Bevrijdingspop financieel te ondersteunen. Dat voorstel werd aangenomen. Daardoor draagt Zandvoort nu jaarlijks duizenden euro’s bij aan het festival.
Ik deed dat vanuit het idee dat je zoiets moet koesteren. Dat een festival over vrijheid meer is dan zomaar een festival. Dat Bevrijdingspop niet alleen een dag muziek was, maar een levende herinnering aan wat vrijheid kost.
Daar heb ik nu spijt van. En misschien is dat nog wel het pijnlijkste: dat ik ooit dacht dat ik met dat voorstel hielp om de betekenis van 5 mei te beschermen, terwijl ik nu steeds sterker het gevoel krijg dat precies die betekenis aan het verdwijnen is.
Want steeds duidelijker zie ik dat veel van dit soort festivals weinig meer te maken hebben met een plechtige viering van vrijheid. Voor een groot deel van het publiek is het gewoon een dag muziek, bier, vrienden en een beetje morele aankleding. Daar is op zichzelf niets mis mee. Mensen mogen plezier maken. Maar noem het dan eerlijk wat het is: een festival met een historisch sausje.
Vrijheid voor de juiste mening
Die leegheid wordt nog duidelijker als je ziet dat een artiest als Sophie Straat dit jaar op het programma staat. Op Bevrijdingspop Haarlem stond zij als slotact op het kleine podium. Rond haar ontstond eerder ophef vanwege haar strijd tegen het lied “Nee, nee, nee tegen het azc”. Een lied dat raakt aan een discussie die breed leeft in Nederland. Een meerderheid van Nederland maakt zich zorgen over asielopvang, migratie en de druk op lokale gemeenschappen. Je hoeft het niet met iedere toon eens te zijn om te erkennen dat dit onderdeel is van het publieke debat.
Toch wordt juist zo’n boodschap snel verdacht gemaakt. Terwijl andere politieke boodschappen moeiteloos worden verpakt als kunst, verzet of bewustwording, wordt een mening die schuurt met het progressieve culturele kader ineens problematisch. Dan wordt vrijheid selectief. Dan mag je vrij zijn, zolang je de juiste mening hebt. Dat is de pijnlijke ironie.
We zeggen dat we vrijheid vieren, maar gebruiken die dag steeds vaker om één politiek moraal als vanzelfsprekend te presenteren. We herdenken de strijd tegen totalitaire ideologieën, maar lijken steeds minder te verdragen dat gewone Nederlanders buiten het gewenste kader denken.
Gekaapt voor politiek activisme
Erger wordt het wanneer ook 4 mei wordt losgetrokken van zijn kern. Een herdenking kan zinvol zijn, maar alleen als zij ergens over durft te gaan. Over onze geschiedenis. Over onze doden. Over Nederlandse vrijheid, Nederlandse traditie en de mensen die voor dit land het grootste offer brachten: hun leven.
Niet over alles. Niet over ieder hedendaags maatschappelijk thema dat toevallig politiek populair is. Niet over activistische voordrachten waarin racisme, Caribisch Nederland, vrouwen en algemene systeemkritiek door elkaar lopen zoals ik afgelopen maandag tijdens het herdenkingsconcert hoorde. Terwijl de jongens die vielen voor onze vrijheid nauwelijks nog centraal staan.
En dan die spoken word-regel van een van de mensen op het podium gisteren die riep: “de handen die nu vuisten worden.” Een totaal onbenul van wat hij daar zegt… Of misschien juist niet.
De vuist is niet zomaar een neutraal symbool van verzet. Zij is historisch beladen met socialistische en communistische strijdtaal. Met ideologieën die, net als het nazisme, miljoenen mensen hebben onderworpen, vervolgd en vermoord. Op een dag waarop we slachtoffers van totalitarisme herdenken, is zo’n verwijzing niet krachtig of poëtisch. Het is respectloos. Het verraadt een gebrek aan historisch besef.
Het einde van Bevrijdingspop
Als een herdenking over alles gaat, gaat zij uiteindelijk nergens meer over. En misschien is dat precies waar we nu zijn beland. De generatie die de Tweede Wereldoorlog nog echt heeft meegemaakt, is zo goed als dood. En daarom zouden we juist nu de kern moeten beschermen. Minder podium. Minder activisme. Minder behoefte om ieder actueel thema in het ritueel te duwen. Meer stilte. Meer namen. Meer geschiedenis. Meer Nederland.
Ik hoop daarom dat Bevrijdingspop op 5 mei stopt. Niet omdat vrijheid niet gevierd mag worden, maar omdat deze vorm haar betekenis heeft verloren. Als het vooral een festival is geworden, maak er dan een festival van op een andere dag. Maar gebruik 5 mei niet langer als moreel decor voor iets dat in de praktijk vooral draait om programmering, horeca en politieke framing.
En 4 mei? Maak dat kleiner. Plechtiger. Lokaler. Terughoudender. Voor de mensen die nog echt willen herdenken. Voor families. Voor veteranen. Voor nabestaanden. Voor inwoners die niet komen voor een maatschappelijk programma, maar voor stilte, eerbied en dankbaarheid.
4 en 5 mei hoeven niet rechts te zijn. Ook niet links. Juist niet. Ze moeten van ons allemaal zijn. Maar dat kan alleen als we de kern terughalen. Stilte voor wie vielen. Dankbaarheid voor wie opstonden. En een eerlijke herinnering aan de ideologieën die ons volk wilden onderwerpen. Nazisme én communisme.
Als dat niet meer lukt, moeten we misschien eerlijker zijn. Dan moeten we niet doen alsof elk podium, elk festival en elk programma met het woord vrijheid erop ook werkelijk bijdraagt aan de betekenis van die vrijheid.
Misschien is het tijd om alle Bevrijdingsfestivals op 5 mei af te schaffen. Niet omdat vrijheid geen feest verdient, maar omdat het feest de herinnering is gaan vervangen. En misschien moet ik in Zandvoort wel voorstellen om onze financiële bijdrage aan Bevrijdingspop stop te zetten. Niet uit minachting voor onze historie, maar juist uit respect ervoor.
Want onze vrijheid vieren we niet met lege slogans en een plastic bekertje bier in je hand. Onze vrijheid vier je pas echt als je nog weet waarvoor mensen gestorven zijn.

















































