Natuurplan Bodegraven gaat door na broedseizoen: boeren vrezen nieuwe beperkingen

De provincie Zuid-Holland wil na het broedseizoen verder met de natuurontwikkeling in Bodegraven-Noord. Daarmee blijft de inrichting van het Natuurnetwerk Nederland in de Meijepolder op koers, blijkt uit documenten die zijn ingezien door NieuwR. Maar in het gebied groeit de onrust. Agrariërs en bewoners vrezen dat de nieuwe natuur straks alsnog gevolgen krijgt voor hun bedrijven, gronden en vergunningen. Ook leven er vragen over de bescherming van weidevogels.
Het project draait om de aanleg van nieuwe natuur in Bodegraven-Noord. Op papier moet dat goed nieuws zijn voor soorten als grutto, kievit en tureluur. Toch klinkt vanuit het gebied juist kritiek. Volgens betrokkenen is er te weinig duidelijkheid over de gevolgen voor boerenbedrijven. Ook zou de provincie te snel willen doorgaan, terwijl het broedseizoen officieel nog loopt tot 15 juli.
In een dringend verzoek aan de provincie vragen agrariërs en andere betrokkenen om de werkzaamheden niet te hervatten zolang belangrijke vragen onbeantwoord zijn. Zij wijzen erop dat er gesproken wordt over een mogelijke hervatting begin juni. Volgens hen moet deze periode juist worden gebruikt voor heroverweging en overleg, niet voor verdere uitvoering. Dit blijkt uit documenten die zijn ingezien door NieuwRechts.
Zorg over externe werking
De kern van de onrust zit bij de mogelijke zogenoemde externe werking. Boeren in het gebied kregen eerder de boodschap dat de nieuwe NNN-natuur geen aanvullende beperkingen zou opleveren voor omliggende bedrijven en gronden. Die geruststelling speelde volgens insprekers een belangrijke rol bij de besluitvorming.
Nu vrezen agrariërs dat die belofte niet hard genoeg is. Zij wijzen erop dat nieuwe stikstofgevoelige natuur mogelijk alsnog tot extra beschermingsregels kan leiden. Daarmee zou de situatie ontstaan waarvoor boeren eerder al waarschuwden.
In een inspraakbijdrage aan de Statencommissie Landelijk Gebied schrijven betrokkenen dat de zorgen destijds werden weggewuifd. Er zou zijn gezegd dat nieuwe natuur geen externe werking zou hebben. Daarbij werd ook verwezen naar eerdere ervaringen bij Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck. Volgens de inspreker is toen ook gezegd dat bestaand gebruik geen gevolgen zou ondervinden, maar is dat later anders uitgepakt.
‘Met deze kennis van nu’ pas op de plaats
De agrariërs vragen de provincie daarom om pas op de plaats te maken. Zij willen eerst helderheid over de juridische gevolgen. Pas daarna zou de inrichting verder moeten gaan.
In de inspraaktekst wordt het scherp verwoord: “Bent u, met deze kennis van nu, bereid om de inrichting van Bodegraven-Noord stil te leggen totdat er duidelijkheid is over de juridische gevolgen en de impact op onze bedrijven?” Volgens de inspreker is het probleem extra urgent, omdat betrokkenen bericht zouden hebben gekregen dat de werkzaamheden begin juni weer worden opgestart.
Daarmee dreigt volgens hen een situatie waarin onomkeerbare stappen worden gezet voordat alle gevolgen duidelijk zijn. Ook wijzen zij erop dat de instemming van Statenleden en gemeenten eerder mede gebaseerd zou zijn op de uitspraak dat er géén externe werking zou zijn.
Weidevogels en broedseizoen
Naast de juridische zorgen speelt ook de bescherming van weidevogels. BBB-Statenlid Heidi Looy heeft hierover vragen gesteld in de commissie Landelijk Gebied. Volgens haar schuurt het natuurbeleid in Bodegraven-Noord met de werkelijkheid in het veld.
Looy schrijft dat er signalen zijn over verstoring tijdens het broedseizoen. Ook noemt zij zorgen over werkzaamheden die na een pauze weer worden hervat. Daarnaast zouden vogels eerder zijn verjaagd, zodat later kan worden vastgesteld dat er geen broedende vogels meer aanwezig zijn. Volgens haar raakt dat direct aan de geloofwaardigheid van het beleid.
De BBB’er vraagt zich af hoe de hervatting van werkzaamheden zich verhoudt tot de bescherming van weidevogels. Ook wil zij weten of honden of andere maatregelen zijn ingezet om vogels te verjagen of vestiging te voorkomen. Verder vraagt zij welke onafhankelijke ecologische beoordeling ten grondslag ligt aan de conclusie dat er geen negatieve gevolgen zijn voor broedende vogels, tweede legsels of jonge vogels die nog niet kunnen vliegen.
‘Eerst vogels verjagen, daarna zeggen dat er geen vogels zijn’
Looy vat haar kritiek samen in een duidelijke zin. “Als je eerst voorkomt dat vogels gaan broeden en daarna zegt dat er geen broedende vogels zijn, klopt het dossier misschien. Maar het vertrouwen verdwijnt.”
Volgens haar is dat vertrouwen onmisbaar. Natuurherstel lukt volgens haar niet alleen met kaarten, regels en plannen. Daarvoor is ook kennis uit het gebied nodig. Boeren en bewoners weten volgens haar waar vogels landen, wanneer er onrust ontstaat en hoe kwetsbaar het seizoen is.
Daarmee draait het debat niet alleen om natuur. Het gaat ook om de verhouding tussen provincie en gebied. Boeren zeggen niet tegen natuur te zijn. Zij willen vooral dat beleid eerlijk, uitlegbaar en juridisch houdbaar is.
Twijfels over uitvoerbaarheid
In het dringende verzoek aan de provincie worden ook vragen gesteld over de praktische uitvoerbaarheid van de natuurdoelen. Betrokkenen noemen onder meer blauwgrasland. Volgens hen zijn er voorbeelden waaruit blijkt dat dit type natuur onder vergelijkbare omstandigheden onvoldoende tot ontwikkeling komt of zelfs achteruitgaat.
Daarbij noemen zij problemen als voedselrijk water, een onvoldoende functionerend watersysteem, gebrek aan kalkaanvoer, wegzijging van water, verzuring van afgeplagde veengronden en stikstofdepositie. Volgens de brief maakt dat het moeilijk uit te leggen waarom onomkeerbare ingrepen nu toch worden voortgezet zonder bredere heroverweging.
Ook het bredere gebiedsproces speelt mee. Daarin zou juist samen worden gezocht naar oplossingen voor natuur, water en landbouw. Door nu verder te gaan met de uitvoering, ontstaat volgens betrokkenen het beeld dat de belangrijkste besluiten al zijn genomen voordat het gesprek met het gebied echt is afgerond.
JA21 bereidt Statenvragen voor
Inmiddels zijn er Statenvragen in de voorbereiding van JA21. Daarmee lijkt het dossier ook politiek verder te worden opgepakt. De vragen zullen naar verwachting gaan over de hervatting van de werkzaamheden, de bescherming van weidevogels, de juridische status van eerdere toezeggingen en de mogelijke gevolgen voor omliggende agrarische bedrijven. Ook de timing is gevoelig. De provincie wil vertraging voorkomen, maar tegenstanders vinden juist dat zorgvuldigheid nu zwaarder moet wegen dan snelheid.
In de stukken wordt herhaaldelijk gevraagd om geen onomkeerbare vervolgstappen te zetten zolang fundamentele vragen openstaan. Ook willen betrokkenen dat de provincie opnieuw met agrariërs, bewoners, grondeigenaren en organisaties in gesprek gaat over alternatieven en uitvoerbaarheid.























































