Hamas-prominent gaat vrijuit bij Nederlandse rechter wegens ambtelijke blunder

De Rotterdamse rechtbank heeft Gaza-activist Amin Abou Rashed vrijgesproken van het grootste deel van de aanklachten rond vermeende financiering van Hamas. Justitie wilde de Palestijns-Nederlandse activist, bijgenaamd “Abou Eenarm”, drie jaar onvoorwaardelijk de cel in hebben. Maar de rechtbank vindt dat er onvoldoende strafrechtelijk bewijs is dat hij geld heeft doorgesluisd naar Hamas. Uiteindelijk krijgt hij alleen een voorwaardelijke celstraf van zes maanden.
De uitspraak is een tegenvaller voor het Openbaar Ministerie. Dat zag Abou Rashed al jaren als een belangrijke speler binnen het Europese netwerk rond Hamas. Volgens justitie bewoog hij zich in een omgeving die “doordrenkt” was van Hamas. Toch bleek dat niet genoeg voor een zware veroordeling.
Toespraak van @aminabourashed_ met uitdelen van koekjes. Overwinningsstemming bij #PGNL pic.twitter.com/e7L6MBkAUr
— Kees Broer (@keesjemadura) May 27, 2026
Een belangrijk deel van de zaak liep stuk op een bestuurlijke fout. Het OM ging ervan uit dat de vroegere stichting Al Aqsa van Abou Rashed verboden was. Dat klopte in 2014 ook. Maar de stichting werd daarna tijdelijk weer gelegaliseerd, zodat zij zichzelf kon opheffen. Vervolgens werd Al Aqsa niet opnieuw op de sanctielijst geplaatst. Volgens de rechtbank gebeurde dat door nalatigheid.
‘Al Aqsa was helemaal niet verboden’
De voorzitter van de rechtbank legde tijdens de zitting uit waar het misging. “De FIOD is er waarschijnlijk pissig over dat Al Aqsa van de sanctielijst is gehaald”, zei hij. “Het ministerie van Buitenlandse Zaken doorzag de consequenties niet. Mensen van Al Aqsa gingen er ook niet voor rennen dat de stichting terug op de lijst kwam. Dus is het blijven liggen. En toen kwamen ze erachter: Verroest! Al Aqsa was na 2014 helemaal niet verboden!”
Die constatering raakt de kern van de zaak. Als de stichting niet op de sanctielijst stond, kon Abou Rashed niet op die grond worden veroordeeld voor het overtreden van die sanctieregels. Daarmee viel een belangrijk deel van de aanklacht weg.
Bekende figuur in pro-Palestijnse netwerken
Amin Abou Rashed is al lange tijd actief in pro-Palestijnse kringen in Europa. Hij kreeg de bijnaam “Abou Eenarm” omdat hij zijn rechteronderarm en een oog verloor. Volgens justitie is hij al jaren een bekende figuur rond Hamas-gerelateerde netwerken.
Het OM wees op foto’s, ontmoetingen en uitlatingen. Abou Rashed was volgens justitie eregast bij Hamas-evenementen. Hij stond op foto’s met kopstukken van de organisatie. Ook zou hij thuis in Leidschendam spullen hebben gehad die volgens het OM wezen op sympathie voor Hamas, waaronder een hoofdband.
De officier van justitie zei dat Abou Rashed wel degelijk “in een zwembad vol Hamas” zwom. “Het hele dossier is ervan doordrenkt”, aldus de officier.
Ook werd verwezen naar een video-interview waarin Abou Rashed zegt: “my job… Israel down”. Dat kan worden vertaald als: “mijn taak… Israël neer.”
Rechtbank ziet sympathie, maar geen lidmaatschap
De rechtbank erkent dat Abou Rashed positief sprak over Hamas. Ook ziet de rechtbank dat hij aanhanger en voorstander was van de organisatie. Maar dat is juridisch nog iets anders dan bewijzen dat hij of zijn stichting officieel deel uitmaakte van Hamas.
“U hebt zich ook positief uitgelaten over Hamas. Het is duidelijk dat u aanhanger en voorstander was”, stelde de rechtbank. “Maar dat maakt nog niet dat u of uw organisatie er officieel deel van uitmaakte; daarvoor is onvoldoende bewijs gevonden.”
Daarmee trekt de rechtbank een scherpe juridische grens. Sympathie, contacten en politieke steun zijn op zichzelf niet genoeg voor een veroordeling voor deelname aan of financiering van een terroristische organisatie. Daarvoor moet harder bewijs liggen.
VIP bij Hamas-jubileum
Het OM bracht ook het bezoek van Abou Rashed aan de viering van het 25-jarig bestaan van Hamas naar voren. Daar waren volgens de zaak 250.000 toeschouwers aanwezig. Abou Rashed had een vip-pas en zat op de eerste rij.
Hij droeg een groene pet en sprak daar lovend over “het land dat wordt geïrrigeerd met het bloed van de martelaren”. Ook gebruikte hij de term “het gezegende verzet”.
Abou Rashed verklaarde later dat die woorden anders moesten worden gelezen. “Dat was poëzie”, zei hij.
Voor het OM pasten zulke uitingen in het beeld van iemand die diep verbonden was met Hamas. Voor de rechtbank was dat wel relevant, maar niet voldoende om het zwaarste verwijt bewezen te verklaren.
AIVD-informatie niet bruikbaar als strafbewijs
De rechtbank wees ook op informatie van de AIVD. Volgens de inlichtingendienst kwam geld van Al Aqsa bij Hamas terecht. De rechtbank stelt dat de bevindingen van de AIVD “voldoende draagvlak bieden” voor die conclusie.
Maar daar zit een juridisch probleem. Inlichtingenrapporten kunnen niet zomaar worden gebruikt als bewijs in een strafzaak. De rechter moet zich baseren op strafrechtelijk bruikbaar materiaal. Dat lag er volgens de rechtbank onvoldoende.
Dat maakt de zaak extra gevoelig. Inlichtingenmatig kan er een stevig beeld bestaan, terwijl dat in de rechtszaal niet genoeg is voor een zware veroordeling.
Geld voor Gaza
Abou Rashed zamelde volgens de zaak 8,5 miljoen euro in voor Gaza. Zelf houdt hij vol dat het geld bedoeld was voor Palestijnse wees- en straatkinderen. Volgens hem ging het om humanitaire hulp.
Het OM probeerde aan te tonen dat het geld uiteindelijk bij Hamas terechtkwam. Daarbij verwees het naar een deskundigenrapport. De rechtbank vond dat rapport echter niet zwaar genoeg. Het zou te veel leunen op krantenberichten, websites en inlichtingenrapporten uit de Verenigde Staten en vooral Israël.
“Dat wringt, daar moeten we voorzichtig mee zijn”, oordeelde de rechtbank.
De rechters geloven bovendien dat Abou Rashed zich oprecht bekommerde om Palestijnse slachtoffers. “Daar kunnen we ons iets bij voorstellen. We zien ook dat u oprecht geprobeerd heeft zich in te zetten voor de weeskinderen. Wij denken niet dat u Hamas sterker wilde maken. Het zou kunnen van wel, maar we zien geen aanwijzingen in het dossier.”
Toch veroordeeld voor omzeilen sanctiewet
Helemaal vrijuit gaat Abou Rashed niet. De rechtbank ziet hem wel als iemand die bewust probeerde de sanctiewetgeving te omzeilen om geld in Gaza te krijgen. En in Gaza was Hamas aan de macht.
Volgens de rechtbank hield hij zichzelf op de achtergrond en zocht hij telkens nieuwe routes zodra eerdere wegen werden afgesloten. “Terwijl die wetten zijn bedoeld om de wereld veiliger te maken. U hield uzelf op de achtergrond; elke keer als er een deurtje dichtging vond u een omweg.”
De rechtbank noemt dat “een heel ernstig feit”. Toch blijft de straf beperkt tot zes maanden voorwaardelijk. Dat betekent dat Abou Rashed niet opnieuw de gevangenis in hoeft, tenzij hij opnieuw de fout ingaat.





















































