Universiteit Utrecht zet pro-Gaza-beleid voort en verwelkomt studenten uit Gaza

De Universiteit Utrecht verwelkomt zeven studenten uit Gaza als onderdeel van een groep van 42 Palestijnse studenten die naar Nederland komen. De universiteit biedt hun een studiebeurs aan, waarbij zowel de studiekosten als de kosten voor huisvesting en levensonderhoud worden vergoed. Deze financiering wordt mede mogelijk gemaakt door een crowdfundingactie van twee hoogleraren en het Utrechts Universiteitsfonds. Hoewel het ministerie van Buitenlandse Zaken ondersteuning heeft geboden, lag het initiatief vooral bij de universiteiten, met de Universiteit Utrecht voorop.
De fractie Academisch Belang Utrecht in de Universiteitsraad, onder leiding van Lloyd-Leonard Opdam, is als enige studentenpartij kritisch op deze gang van zaken. “Wij hebben eerder al onze zorgen hierover uitgesproken. Veel Nederlanders hebben financiële problemen, waardoor sommigen zelfs afzien van een studie. Daarnaast kampen veel huidige studenten met geldzorgen, kunnen zij geen betaalbare kamer vinden en hebben zij moeite om rond te komen. Hoe is het mogelijk dat er wél direct geld beschikbaar wordt gesteld voor studenten uit Gaza?” vraagt Opdam zich af. De studenten ontvangen een beurs via het Utrechts Universiteitsfonds en daarnaast een aanzienlijk bedrag uit de crowdfundingactie, zodat zij zich geen zorgen hoeven te maken over hun financiële situatie. “Het zou mooi zijn als we als Nederlandse academische gemeenschap net zo gul voor onze eigen studenten zouden zijn.”
Het Utrechts Universiteitsfonds bedoeld ter ondersteuning van onderwijs, onderzoek, het studentenleven en het academisch erfgoed. “Wij zien niet hoe deze actie aansluit bij de doelstellingen van het fonds,” aldus Opdam.

Foto: Lloyd-Leonard Opdam.
Kamervragen
Hoewel er brede blijdschap is over de komst van de studenten (een raadslid noemde dit zelfs het mooiste nieuws van het afgelopen jaar), vraagt Academisch Belang Utrecht zich af of de Universiteit Utrecht als instelling nog voldoende oog heeft voor haar eigen kerntaken en verantwoordelijkheden. “Werken wij hiermee niet buiten ons eigen boekje? Ik begrijp de wens om mensen in nood te helpen, maar wanneer de democratisch gelegitimeerde overheid andere keuzes maakt, lijkt het mij niet de taak van een universiteit om die rol over te nemen. Dragen wij hiermee niet actief bij aan het omzeilen van reguliere migratie- en asielprocedures?”. Volgens Academisch Belang Utrecht ligt het voor de hand dat deze studenten een verblijfsstatus zullen aanvragen, waarbij mogelijk ook gezinshereniging aan de orde kan komen. De minister heeft in antwoord op Kamervragen van de VVD erkend dat dit een mogelijkheid is.
De VVD verwijst daarnaast naar een eerdere uitspraak van de Raad van State van 19 maart 2026, waarin werd gesteld dat ministers slechts beperkte inspanningen hoefden te leveren. Dit terwijl de overheid actief heeft geholpen bij het faciliteren van de reis van deze studenten vanuit Gaza naar Jordanië. Ook vroegen Kamerleden Ellian en De Beer de minister om uitleg over het feit dat naast 21 Gazaanse studenten ook 18 meereizende gezinsleden naar Nederland zijn gekomen. Daarnaast heeft Geert Wilders zorgen geuit over de vraag of de studenten voldoende zijn gescreend op mogelijke veiligheidsrisico’s en of zij Nederland daadwerkelijk zullen verlaten wanneer hun verblijfsrecht of visum afloopt.
Dit is pas het begin
De Universiteit Utrecht heeft aangegeven dit vaker te willen doen voor studenten uit oorlogsgebieden. Opdam: “Ik begrijp hier werkelijk niets van. Op basis waarvan wordt dit beleid gevoerd? Het past niet bij de kerntaken van de universiteit en ook niet bij de afspraken uit het regeerakkoord. Draagt dit bij aan beter onderwijs? Nee. Deze studenten zijn vaak niet op hetzelfde opleidingsniveau als studenten die hier al studeren. Het is opmerkelijk dat zij direct worden toegelaten tot opleidingen. Het regeerakkoord spreekt juist over de noodzaak om voldoende vakmensen op te leiden in sectoren waar de grootste uitdagingen liggen. Daar wordt hier helemaal niet naar gekeken, net als naar de bestuurlijke afspraken over het terugdringen van het aantal internationale studenten.”
Toen Academisch Belang Utrecht aanvullende vragen wilde stellen tijdens de openbare besluitvormende vergadering, ondervond fractievoorzitter Lloyd-Leonard Opdam weerstand van andere raadsleden. “In het vooroverleg werden mijn vragen als onmenselijk bestempeld. Ook werd gezegd dat ik met mijn vragen deze studenten uit Gaza mogelijk in gevaar zou brengen.” Door de beperkte tijd kreeg Opdam uiteindelijk niet de gelegenheid om al zijn vragen te stellen. “Er was echter wel tijd voor een vraag over het aanpassen van de term ‘gehandicapten toiletten’ naar ‘toegankelijke toiletten’, omdat dat inclusiever zou zijn. Het is duidelijk waar de prioriteiten liggen.”
De UU als vruchtbare grond voor antisemitisme?
De Universiteit Utrecht ligt al langer onder vuur vanwege de ruimte die wordt geboden aan extremistische acties op de campus. Er vinden regelmatig bezettingen, vernielingen en blokkades plaats waarbij meerdere huisregels worden overtreden, zonder dat hiertegen wordt opgetreden.
Het College van Bestuur en leden van de Universiteitsraad besloten zelfs in gesprek te gaan met UU Encampment (verantwoordelijk voor de bezettingen), ondanks dat Academisch Belang Utrecht meerdere malen heeft gewezen op een netwerk waarin verschillende pro-Palestijnse organisaties samenwerken. Dit netwerk heeft de Universiteit Utrecht de afgelopen twee jaar al meer dan 500.000 euro aan schade gekost, exclusief de schade die ontstond op 17 juni, toen vijf actievoerders het bestuursgebouw bestormden met onder meer brandblussers en hamers. Daarbij werden 33 ramen vernield en werd op meerdere plekken verf op het gebouw aangebracht. Academisch Belang Utrecht heeft hierover vragen gesteld en geëist dat het volledige kostenoverzicht openbaar wordt gemaakt.
Daarnaast wijst de fractie op de onderlinge verbondenheid tussen verschillende organisaties. Zo worden berichten van de verantwoordelijke organisatie Palestine Action Nederland regelmatig gezamenlijk gedeeld met Utrecht for Palestine en UU Encampment. Volgens Academisch Belang Utrecht delen deze organisaties op hun beurt weer berichten met VIDIUS, een organisatie die financiële steun ontvangt van de Universiteit Utrecht.
Het opende daarmee ook de deur voor antisemitisch gedachtegoed, dat steeds vaker zichtbaar werd in de openbare ruimte. Evenals agressie jegens studenten met een andere mening betreft dit conflict.






















































