Stikstofstrijd breidt zich uit: vijf Friese boeren met legale vergunning nu ook onder vuur

De onrust onder boeren over het stikstofbeleid breidt zich uit naar Friesland. Milieuorganisaties hebben de provincie gevraagd om de natuurvergunning van vijf veehouderijen in te trekken. Opvallend is dat het hier niet gaat om PAS-melders zonder volledige vergunning, maar om bedrijven die juist over een definitieve natuurvergunning beschikken. Een vergelijkbare juridische strijd leidde er in Noord-Brabant onlangs toe dat de provincie voorbereidingen trof om vergunningen van vijf veehouderijen in te trekken.
Daarmee krijgt het stikstofdossier voor boeren een nieuwe lading, meldt Leeuwarder Courant. Een definitieve vergunning betekent niet automatisch dat een bedrijf die toestemming voor altijd kan behouden. Wanneer beschermde Natura 2000-gebieden achteruitgaan, kan de overheid onder omstandigheden worden gedwongen een bestaande vergunning opnieuw te bekijken.
Brabant zet boeren op scherp
De directe aanleiding ligt in Noord-Brabant. Mobilisation for the Environment (MOB) en Vereniging Leefmilieu vroegen de provincie daar om in te grijpen bij veehouderijen die volgens hen te veel stikstof laten neerslaan op kwetsbare natuur.
De provincie wees die verzoeken aanvankelijk af. De rechtbank Oost-Brabant zette daar in april 2025 een streep door. Brabant moest passende maatregelen treffen of aantonen dat andere concrete maatregelen binnen een jaar voor een blijvende en forse daling van de stikstofneerslag zouden zorgen.
Die oplossing kwam er volgens de provincie niet. Brabant maakte daarom op 17 juli bekend dat het van plan is de natuurvergunningen van vijf veehouderijen bij kwetsbare Natura 2000-gebieden in te trekken. De intrekkingsprocedure moet uiterlijk op 1 oktober beginnen. De bedrijven mogen volgens het voornemen maximaal 15 procent van hun emissieruimte behouden voor activiteiten waarbij geen landbouwhuisdieren worden gehouden.
Nu zijn Friese vergunningen aan de beurt
De Brabantse ontwikkeling werkt inmiddels door in Friesland. Daar zijn volgens Leeuwarder Courant verzoeken ingediend om de vergunningen van vijf veehouderijen in of rond kwetsbare natuurgebieden in te trekken. De laatste twee verzoeken dateren van maart dit jaar.
Dat ligt gevoelig, omdat deze boeren niet hetzelfde probleem hebben als de bekende PAS-melders. Die laatste groep mocht onder het vroegere Programma Aanpak Stikstof in bepaalde gevallen volstaan met een melding. Nadat de rechter een streep door het PAS zette, bleken veel van die bedrijven alsnog een volledige natuurvergunning nodig te hebben.
De vijf bedrijven waar het nu om gaat hébben juist zo'n vergunning. De juridische vraag is daarom anders: kan een overheid een rechtsgeldige en definitief geworden vergunning alsnog beperken of intrekken omdat bescherming van de natuur dat noodzakelijk maakt?
‘Dan zit je dus feitelijk klem’
Bij boerenorganisaties leidt die mogelijkheid tot grote zorgen over de rechtszekerheid. Friese LTO-voorzitter Jan Teakema is zelf een van de ondernemers tegen wie een verzoek is gericht.
“Als je net meer vertrouwen krijgt op de vergunning die je hebt, binnen je dus feitelijk klem”, zegt hij bij Leeuwarder Courant. “Dan ziet de wereld er wat verkeerd en fors stikstofreductie, ze de benodigde vergunning niet krijgen omdat er tijdens de werkzaamheden tijdelijk stikstof vrijkomt.”
Ook BBB-Statenlid Dieuwke Bakker, eveneens betrokken bij een van de zaken, reageert geschrokken. Volgens haar wordt investeren voor boeren bijzonder moeilijk wanneer ook een bestaande vergunning geen zekerheid meer biedt.
Dezelfde kritiek klonk vorige maand in Brabant. LTO-voorzitter Ger Koopmans stelde daar dat het intrekken van rechtsgeldige vergunningen volgens hem de rechtszekerheid aantast. De provincie benadrukt juist dat zij een rechterlijke uitspraak moet uitvoeren en binnen de geldende wettelijke kaders moet handelen.
MOB: vergunningen onterecht verleend
MOB-voorman Johan Vollenbroek ziet het anders. Zijn organisatie erkent volgens het krantenartikel dat zij zich nu richt op bedrijven met legale vergunningen. Volgens hem zijn sommige van die vergunningen echter op verkeerde gronden afgegeven.
“Wij ons richten op weliswaar legale natuurvergunningen, maar die nooit afgegeven hadden mogen worden omdat ze tot een veel te hoge stikstofneerslag leiden op natuurgebieden.”
Wanneer daardoor aantoonbaar verslechtering van de natuur optreedt, heeft de overheid volgens Vollenbroek uiteindelijk ook de plicht om bestaande vergunningen in te trekken.
Voor de vijf Friese bedrijven is dat nog geen uitgemaakte zaak. Er liggen vooralsnog verzoeken om hun vergunningen in te trekken; de provincie heeft die vergunningen dus niet daadwerkelijk ingetrokken.
De inzet is ondertussen groter dan deze vijf bedrijven alleen. Als de Brabantse lijn ook elders navolging krijgt, verschuift de stikstofstrijd van boeren die onvoldoende vergund zijn naar ondernemers die jarenlang dachten hun papieren juist wél op orde te hebben.






















































