Zo betaalt Nederland aan de klimaattransitie terwijl Brussel miljarden herverdeelt

Nederlanders betalen op steeds meer manieren voor energiegebruik en CO2-uitstoot. Soms is die rekening zichtbaar, zoals bij de energiebelasting, brandstofaccijns en vliegbelasting. Andere kosten zitten verwerkt in de prijs van producten en diensten. Elektriciteitscentrales, fabrieken, luchtvaartmaatschappijen en rederijen moeten Europese CO2-rechten kopen. Die kosten kunnen doorwerken in de prijs van stroom, staal, kunstmest, vliegtickets, transport en uiteindelijk boodschappen en andere producten. Tegelijkertijd wordt een deel van de opbrengsten van het Europese klimaatbeleid bewust herverdeeld naar landen die economisch minder sterk zijn. In dit artikel leggen we uit hoe dat systeem werkt, hoeveel Nederland eraan bijdraagt en waar het geld terechtkomt.
Er zijn verschillende Europese mechanismen die bedoelt zijn om belastinggeld via klimaatbeleid te herverdelen. Een belangrijk voorbeeld is het Europese Moderniseringsfonds. Nederland kan daar zelf geen geld uit ontvangen, maar draagt via het Europese emissiehandelssysteem wel indirect aan de financiering bij. Doordat CO2-rechten voor het fonds worden geveild, blijven er minder rechten over die Nederland zelf had kunnen verkopen. De opbrengst daarvan gaat naar dertien andere EU-landen, waaronder Polen, Roemenië, Hongarije en Bulgarije. Polen is een van de grootste ontvangers en gebruikt het geld onder meer voor energienetten, verduurzaming en subsidies voor emissieloze vrachtwagens. Daarmee ontstaat een opvallende situatie: Nederlandse huishoudens en bedrijven betalen zelf aanzienlijke kosten voor de energietransitie, terwijl een deel van de Europese CO2-opbrengsten wordt gebruikt om diezelfde transitie in andere lidstaten te financieren.
















































