Interne strijd bij D66 escaleert: aangifte tegen partijtop om valsheid in geschrifte en intimidatie

Een intern conflict binnen D66 heeft een strafrechtelijk vervolg gekregen. Een partijlid heeft aangifte gedaan tegen D66 en betrokken functionarissen wegens mogelijke valsheid in geschrifte, bewijsverhulling en getuigenintimidatie. De zaak draait om regels voor het uitdelen van flyers over eergerelateerd geweld tijdens een partijcongres in oktober 2025, die kort na het congres op de D66-website werden aangepast. Dit blijkt uit documenten die zijn ingezien door NieuwRechts.
De politie nam de aangifte op eind juli op. Volgens het dossier veranderde de status daarvan vier dagen later in het politieportaal naar „onderzoek gestart”. Ook het College van procureurs-generaal van het Openbaar Ministerie is over de zaak geïnformeerd.
Flyer over eergeweld zorgt voor conflict
De kwestie begon op 4 oktober 2025 tijdens het landelijke D66-congres in de Brabanthallen. Het betrokken lid wilde daar een flyer verspreiden over geweld tegen vooral vrouwen en lhbti'ers met een migratieachtergrond. Op de voorkant stond Rayaan al-Najjar, die volgens de flyer vanwege haar verlangen naar vrijheid door haar vader en broers werd gedood.
Het betrokken lid wilde daar een flyer verspreiden over geweld tegen vooral vrouwen en lhbti’ers met een migratieachtergrond. Op de voorkant stond Ryan, de 18-jarige vrouw uit Joure die door haar vader en twee broers werd vermoord omdat zij volgens hen „te westers” leefde. Haar vader kreeg dertig jaar cel, haar broers ieder twintig jaar. De tekst riep D66-leden op om zich uit te spreken tegen onder meer eergerelateerd geweld, huwelijksdwang en gedwongen achterlating in het buitenland.
Tijdens het congres werd het verspreiden van de flyer beperkt. Volgens het proces-verbaal vertelde directeur van het Landelijk Bureau Sabine Andeweg het lid dat flyeren niet zomaar was toegestaan.
Daar wees hij haar op de eigen D66-website. Daar stond op dat moment juist: „Op het congres mag je D66-gerelateerde flyers uitdelen. Zorg dat de flyers er netjes en verzorgd uitzien in de D66 huisstijl, zodat iedereen ziet dat ze van D66 zijn.”
Volgens zijn verklaring bleef Andeweg bij haar besluit. Uiteindelijk mocht hij nog korte tijd doorgaan met uitdelen.
Regels drie dagen later veranderd
Het belangrijkste onderdeel van de aangifte volgt enkele dagen later. De webpagina met congresregels bleek na het congres te zijn gewijzigd. Uit een technische eigenschap van de pagina zou blijken dat de aanpassing op 7 oktober 2025 plaatsvond, drie dagen na het congres. In de nieuwe tekst stond dat voor het uitdelen van flyers toestemming van de congresorganisatie nodig was.
D66 verklaarde later volgens de stukken dat de wijziging was gedaan „om verwarring te voorkomen” en om de tekst in overeenstemming te brengen met de huisregels. Het Landelijk Bestuur stelde vervolgens dat vooraf toestemming vragen deel uitmaakte van een „vaste en bestendige werkwijze”.
Daar zit volgens de aangever juist het probleem. Uit de door hem verzamelde stukken zou blijken dat de destijds aangehaalde huisregels geen expliciete bepaling bevatten die voorafgaande toestemming voor flyers verplicht stelde. Op 5 maart 2026 verscheen volgens het dossier een nieuwe versie van de huisregels waarin zo'n bepaling wél was opgenomen.
De aangever vermoedt daarom dat documenten achteraf zijn aangepast om het optreden tijdens het congres alsnog van een formele basis te voorzien.
Aangifte wegens valsheid in geschrifte
Dat vermoeden leidde uiteindelijk tot de politie. Op 24 juli werd een formele aangifte opgenomen. Daarbij werden volgens het proces-verbaal ook tientallen aanvullende bestanden als bewijsmateriaal aangekondigd.
In het uitgebreide dossier wordt het Openbaar Ministerie gevraagd onderzoek te doen naar mogelijke valsheid in geschrifte. De aangever stelt onder meer dat een digitaal document met congresregels bewust zou zijn aangepast nadat het al als bewijsstuk relevant was geworden.
Ook een doorgestuurde e-mailketen zou volgens hem zijn gemanipuleerd. Het dossier bevat daarvoor technische analyses en correspondentie, maar het OM heeft hierover nog geen inhoudelijk oordeel bekendgemaakt.
Ook beschuldiging van intimidatie
De aangifte gaat verder dan alleen de gewijzigde regels. Nadat het partijlid D66 had laten weten dat hij overwoog de kwestie aan het Openbaar Ministerie voor te leggen, kreeg hij een brief van het Landelijk Bestuur.
Daarin werd hem gevraagd de correspondentie over het congres te staken omdat die de vereniging zou belasten „op een wijze die niet van haar kan worden gevergd om voort te duren”. Ook kondigde D66 een gesprek aan over „welke verwachtingen de vereniging over en weer mag hebben ten aanzien van het lidmaatschap en het functioneren binnen de vereniging”.
De aangever ziet daarin een dreiging met disciplinaire maatregelen vanwege zijn gang naar justitie. Hij heeft dat daarom als mogelijke getuigenintimidatie in het dossier opgenomen.
D66 heeft die kwalificatie niet overgenomen. De partij stelde eerder dat zij al inhoudelijk op de kwestie had gereageerd en betwistte expliciet dat sprake was van onrechtmatig handelen.
Zaak inmiddels ook bij Tweede Kamer gemeld
De aangifte is inmiddels ook onder de aandacht gebracht van het Presidium van de Tweede Kamer. Het D66-lid vraagt de Kamer onder meer om kennis te nemen van het dossier en de kwestie rond de verkiezingen van 2025 politiek te bespreken.
In de brief wordt gesteld dat mogelijke manipulatie van documenten de journalistieke berichtgeving in de aanloop naar de verkiezingen kan hebben bemoeilijkt. Ook wordt gevraagd om een reactie van het kabinet.
Daarmee is een ruzie over één flyer uitgegroeid tot een strafrechtelijke kwestie rond de vraag of D66 achteraf zijn eigen regels heeft aangepast en daarbij mogelijk grenzen heeft overschreden. Of daar daadwerkelijk strafbare feiten zijn gepleegd, moet uit verder onderzoek blijken.






















































