Vandaag spreekt Brussel achter gesloten deuren over Chat Control: dit staat er op het spel

De EU onderhandelt vandaag opnieuw over Chat Control 2.0, een omstreden plan dat grote gevolgen kan hebben voor de vertrouwelijkheid van privéberichten. Centraal staat de vraag of internetdiensten berichten van gebruikers mogen of moeten controleren op materiaal van seksueel kindermisbruik, ook wanneer die gebruikers zelf nergens van worden verdacht. Het Europees Parlement wil zulke controles alleen gericht toestaan, bij concrete verdenkingen en na toestemming van een rechter. Daarmee draait het debat niet alleen om de bestrijding van kindermisbruik, maar ook om de vraag hoe ver de overheid en techbedrijven mogen gaan bij het controleren van privécommunicatie.
De plannen komen voort uit de strijd tegen online seksueel misbruik van kinderen. Internetdiensten moeten risico’s beoordelen en maatregelen nemen om misbruik tegen te gaan. De Raad wil daarnaast de mogelijkheid permanent maken dat bedrijven vrijwillig hun diensten scannen op materiaal van seksueel kindermisbruik. Het Europees Parlement stelt strengere grenzen aan het controleren van privécommunicatie.
Grote verschillen over controle
Juist bij het lezen of controleren van berichten botsen de standpunten. Het Parlement wil een detectiebevel alleen als 'laatste redmiddel' toestaan. Zo'n bevel moet gericht zijn op individuele gebruikers of specifieke groepen bij wie een redelijke verdenking bestaat. Ook moet een rechter het bevel afgeven en mag het niet gelden voor end-to-endversleutelde communicatie.
End-to-endversleuteling betekent dat alleen de afzender en ontvanger een bericht kunnen lezen en dat ook de aanbieder van de berichtendienst geen toegang heeft tot de inhoud. Bekende diensten die end-to-endversleuteling gebruiken zijn bijvoorbeeld WhatsApp en Signal, waarbij berichten onderweg niet door derden kunnen worden meegelezen.
De Raad koos in november 2025 voor een andere route. Verplichte detectiebevelen verdwenen uit zijn onderhandelingspositie. De lidstaten willen wel dat bedrijven vrijwillig kunnen blijven scannen. Daardoor ligt er momenteel dus geen gezamenlijk EU-standpunt voor algemene verplichte controle van privéberichten.
Onderhandelaars kunnen niet alles beslissen
De bijeenkomst van vandaag is een zogenoemde trilogue. Dat is een overleg tussen vertegenwoordigers van het Parlement, de Raad en de Europese Commissie. Het is geen definitieve stemming over de wet. De onderhandelaars moeten binnen de eerder vastgestelde standpunten van hun instellingen blijven.
Dat beperkt de ruimte voor een compromis over grootschalige controle. Het Parlement heeft vastgelegd dat detectie gericht, tijdelijk en door een rechter goedgekeurd moet zijn. Een algemene verplichting waarbij berichten van alle gebruikers worden gecontroleerd, past niet binnen die positie. Ook heeft het Parlement vastgelegd dat end-to-endversleutelde communicatie niet onder detectiebevelen mag vallen.
Op andere onderdelen is een akkoord eenvoudiger. Beide partijen willen regels waarmee internetdiensten risico’s moeten beperken en materiaal van seksueel kindermisbruik beter kan worden aangepakt. Ook ligt er een plan voor een nieuw EU-centrum dat lidstaten en internetbedrijven daarbij moet ondersteunen.
Geen akkoord betekent geen einde aan scanning
Als er vandaag geen akkoord komt, verdwijnt de bestaande regeling niet. Sinds juli 2026 geldt een tijdelijke Europese verordening die bepaalde aanbieders toestaat vrijwillig technologie te gebruiken om online seksueel kindermisbruik op te sporen. Die regeling loopt tot 3 april 2028.
Daar zit wel een belangrijke grens aan. De tijdelijke verordening geldt uitdrukkelijk niet voor communicatie die met end-to-endversleuteling is beveiligd. De komende onderhandelingen bepalen daarom mede of en onder welke voorwaarden er uiteindelijk een permanente Europese regeling komt.


























































