PAS-melders kunnen vervolgd worden onder nieuwe EU-milieuwet, erkent kabinet

VVD-minister David van Weel van Justitie en Veiligheid wil PAS-melders niet garanderen dat zij nooit worden vervolgd onder de nieuwe Europese wet tegen milieucriminaliteit. Dat staat in zijn antwoorden op Kamervragen van BBB-leider Caroline van der Plas. Een garantie van honderd procent „is nooit te geven”, schrijft de minister. Hij gaat alleen met het Openbaar Ministerie praten.
De antwoorden kwamen op 2 november naar de Tweede Kamer, kort voordat de Kamer het wetsvoorstel behandelt dat een herziene Europese richtlijn tegen milieucriminaliteit invoert. Van der Plas wilde weten of PAS-melders onder de nieuwe strafbepalingen kunnen vallen. Haar laatste vraag was kort: „Kunt u nogmaals 100% garanderen dat PAS-melders en andere ondernemers niet strafrechtelijk vervolgd kunnen worden?”
Het antwoord van Van Weel: „Een 100% garantie is nooit te geven en uiteindelijk is dit een beslissing van het Openbaar Ministerie.”
Boeren zonder vergunning
PAS-melders zijn vooral boeren die onder het Programma Aanpak Stikstof (PAS) geen natuurvergunning nodig hadden. Voor een kleine stikstofuitstoot volstond toen een melding. De rechter verklaarde die vrijstelling in 2019 onverbindend, waardoor zij sindsdien zonder geldige vergunning werken. Het kabinet moet volgens de Omgevingswet een programma maken om hen alsnog te legaliseren.
Onder de nieuwe wet is milieuvervuiling strafbaar als die „wederrechtelijk” is en (gevaar voor) aanzienlijke schade veroorzaakt. Een vergunning beschermt daarbij in de regel, maar niet als een bedrijf met een sterk verouderde vergunning „evident” in strijd handelt met de inmiddels aangescherpte regels. Van der Plas vroeg of dat niet precies de situatie van de PAS-melders is.
Volgens Van Weel ligt het anders, omdat PAS-melders „juist zonder vergunning” werkten op basis van de vrijstelling van toen. Dat betekent dat de bescherming die een vergunning normaal geeft voor hen niet geldt. Ook een arrest van de Hoge Raad uit 1984, waarop de minister eerder wees, gaat over iemand met een vergunning.
‘Ligt niet in de rede’
De minister schrijft wel dat vervolging van PAS-melders „niet in de rede ligt”, ook als er sprake zou zijn van wederrechtelijk handelen en aanzienlijke schade. „PAS-melders zijn immers buiten hun schuld om in de problemen gekomen”, staat in de antwoorden. De overheid heeft volgens hem erkend dat de vrijstelling geen stand hield. Strafrecht is bovendien een laatste middel, en volgens de landelijke handhavingsregels weegt mee of iemand te goeder trouw handelde.
Van der Plas wees ook op een jurist van milieuclub MOB, die in procedures betoogt dat PAS-melders het juridische risico hadden kunnen kennen. Van Weel verwijst daarop naar hetzelfde antwoord: zij zijn buiten hun schuld in deze situatie terechtgekomen.
Geen belofte in de wet
Een uitzondering voor PAS-melders in de wettekst belooft de minister niet. De Kamer nam eerder een motie van Van der Plas aan die het kabinet vraagt met het OM te bekijken hoe PAS-melders die binnen hun melding blijven „nooit strafrechtelijk zullen worden vervolgd alleen omdat de beloofde natuurvergunning nog ontbreekt”. Van Weel gaat met het OM „in gesprek” over „de mogelijkheid of er nadere waarborgen te geven zijn”.
Wanneer dat gesprek plaatsvindt, staat niet in de antwoorden. Ook niet of de Kamer de uitkomst krijgt voordat zij over het wetsvoorstel stemt. De minister belooft alleen de Kamer te informeren.
Volgens Van Weel verandert de Europese richtlijn niets aan hoe de rechter wederrechtelijkheid beoordeelt. „Ik begrijp uw zorgen”, schreef hij Van der Plas. „Ik hoop met de beantwoording van uw vragen deze zorgen weg te kunnen nemen.” Over vervolging beslist uiteindelijk het OM, niet de minister.



















































