Boete van 10.000 dollar voor privégesprek met transgender

In Canada is ophef ontstaan over een uitspraak van het mensenrechtentribunaal in Brits-Columbia (BC). De Canadese Kirstin Olsen kreeg een boete van 10.000 dollar opgelegd, enkel vanwege een persoonlijke opmerking waarin zorgen werden geuit over een 'transitieoperatie' tegen een bevriende transgender. Olsen vecht de beslissing nu aan bij het hooggerechtshof van BC.
Het draait om een gesprek uit 2017 tussen Olsen en Theresa Wiebe, die zich identificeert als transgender. Olsen en Wiebe waren jarenlang bevriend. Olsen liet Wiebe zelfs op haar terrein wonen voor een kleine vergoeding. Toen Wiebe vertelde een borstoperatie te willen ondergaan, uitte Olsen haar zorgen. Haar moeder had eerder een zware strijd met borstkanker doorstaan, inclusief een dubbele borstamputatie.
Geen bewijs van haat of uitsluiting
Na het gesprek bleef het contact bestaan. Olsen betaalde zelfs voor Wiebe's terugkeer naar Brits-Columbia na een ziekenhuisopname door hormoontherapie. Pas in 2018 vroeg ze Wiebe om te vertrekken vanwege spanningen met andere bewoners op haar terrein. Het tribunaal stelde later vast dat deze uitzetting niets te maken had met Wiebe’s transgenderidentiteit.
Toch oordeelde het tribunaal begin 2025 dat Olsen’s eerdere opmerkingen over de borstoperatie 'discriminerend' waren en 'schade aan waardigheid' hadden toegebracht. De uitspraak leidde tot een boete van 10.000 dollar. De vrijheid van meningsuiting werd niet meegenomen in het oordeel.
Juridisch bezwaar: 'onrustbarend precedent'
Op 21 maart diende Olsen een bezwaarschrift in bij het hooggerechtshof van BC. Haar advocaat, grondwettelijk jurist Marty Moore, noemt de uitspraak 'zorgwekkend'.
'Het is zeer verontrustend dat een overheidsorgaan privégesprekken tussen vrienden beoordeelt en er boetes voor oplegt,' aldus Moore. 'Een bezorgde opmerking naar een vriend is iets heel anders dan iemand uitsluiten vanwege ras, religie of geslacht. Het tribunaal moet zich richten op echte discriminatie, niet op persoonlijke gesprekken.'
Vrijheid van meningsuiting in gevaar
De zaak van Olsen stelt een principiële vraag: hoe ver mag een mensenrechtencommissie gaan in de privésfeer? En: mag je nog bezorgdheid uiten tegenover een vriend, zonder daar financieel voor te worden gestraft?
Volgens Moore raakt dit aan de kern van de vrijheid van meningsuiting. 'Het tribunaal heeft geen enkele afweging gemaakt over de impact op vrije meningsuiting', staat in het bezwaarschrift.
De uitspraak heeft internationaal veel reacties losgemaakt en wordt gezien als een gevaarlijk precedent.