We betalen steeds vaker de prijs van wegkijken en nuanceren
De beelden waren weer schokkend. Een herhaling van we steeds vaker zien in Nederland. Na het verlies van Marokko in de Afrika Cup-finale kwamen in Den Haag en Amsterdam de vertrouwde beelden naar voren: brandjes, vernielingen, confrontaties met de politie. Een voorspelbaar tafereel dat de meeste Nederlanders met diepe zucht van herkenning bekeken. 'Weer rellen na een voetbalwedstrijd, en de politiek kijkt nog steeds weg.' PVV-Kamerleden dienden direct kamervragen in, maar laten we eerlijk zijn: zullen deze vragen leiden tot een fundamentele verandering, of blijft het bij een rituele dans van verbale verontwaardiging? Dit beleid faalt omdat we de kern van het probleem niet durven aan te pakken: de straatcultuur domineert en we staan erbij en kijken ernaar.
De retoriek is inmiddels zo ingesleten dat je bijna de woorden van de verantwoordelijke bestuurders en commentatoren al kunt invullen in de teleprompters van de talkshows komende avond. 'Onacceptabel gedrag', 'een kleine groep', 'treurig voor de normale Marokkaanse supporters'. Maar hoeveel zand in de ogen kunnen we nog strooien? Zijn dit de ‘culturele verrijkingen’ waar links zo lyrisch over is?' De feiten spreken voor zich en herhalen zich met een schokkende regelmaat. Dit zijn geen incidenten meer, dit is een patroon. Een patroon dat diep verankerd zit in een (straat)cultuur die lak heeft aan de Nederlandse rechtsstaat en cultuur.












































