Provincie Utrecht gebruikt verouderde data om landbouw aan te wijzen als vervuiler

De Nederlandse landbouw krijgt opnieuw een zware wateropgave opgelegd. Ditmaal via het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG). Volgens data-analist Geesje Rotgers en wetenschapper Jaap Hanekamp gebeurt dat op basis van verouderde cijfers, aangescherpte normen en een beoordelingswijze die afwijkt van de Europese aanpak. Hun analyses sluiten op elkaar aan en schetsen samen een consistent beeld: de landbouw wordt structureel verantwoordelijk gehouden voor vervuiling die deels of grotendeels uit andere bronnen komt.
Provincie Utrecht presenteerde eind 2025 het ontwerp van het UPLG. Met alarmerende kaarten laat de provincie zien waar de waterkwaliteit volgens haar ernstig tekortschiet. Vooral Noordwest-Utrecht wordt aangewezen als probleemgebied. Zowel stikstof als fosfor zouden daar ver boven de normen liggen. De conclusie volgt snel: de landbouw moet fors ingrijpen.
Geesje Rotgers van Stichting Agri Facts onderzocht deze kaarten en stuitte op een opvallend detail. De provincie baseert zich grotendeels op een bronnenanalyse uit 2016, met meetgegevens uit de periode 2010–2013. Een nieuwe bronnenanalyse, die pas medio 2025 verscheen, laat een heel ander beeld zien. Wageningen Universiteit concludeert daarin dat in Noordwest-Utrecht nutriënten ten onrechte aan de landbouw zijn toegeschreven. Een belangrijk deel blijkt afkomstig van natuurlijke processen, zoals kwel.
Landelijke kaarten zijn daarop inmiddels aangepast. Noordwest-Utrecht kleurt nu groen voor de landbouwbijdrage. Toch bleef dit gebied in het UPLG aangemerkt als regio met een grote wateropgave.
Natuurlijke achtergrond genegeerd
Volgens Rotgers houdt Provincie Utrecht vast aan haar normen, ook nu duidelijk is dat de natuurlijke achtergrondconcentraties hoger liggen dan eerder aangenomen. Dat heeft grote gevolgen. Zelfs als agrarische activiteiten volledig zouden verdwijnen, blijven normen in sommige wateren onhaalbaar.
Dat effect wordt versterkt doordat provincie en waterschap strengere normen hanteren dan de landelijke maatlatwaarden. Voor de Vecht werd de fosfornorm aangescherpt van 0,25 mg per liter naar 0,09 mg. De stikstofnorm ging van 3,8 naar 1,6 mg per liter. Vergelijkbare aanscherpingen gelden voor andere wateren. Volgens Rotgers creëert de provincie daarmee bewust een grotere opgave dan noodzakelijk is, die vervolgens bij het platteland wordt neergelegd.
Hanekamp: dit patroon bestaat al jaren
Jaap Hanekamp ziet hierin een bekend patroon. In zijn commentaar wijst hij op eerdere rapporten van de Unie van Waterschappen, waarin landbouw al verantwoordelijk werd gehouden voor circa zestig procent van de nutriëntenbelasting van oppervlaktewater. Die cijfers bleken gebaseerd op aannames waarbij onder meer natuurgronden en buitenlandse aanvoer op het landbouwconto werden geschreven.
Volgens Hanekamp is dit geen technisch detail, maar een structurele keuze. Nutriënten uit kwelwater of uit rivieren die Nederland binnenstromen, tellen formeel niet als emissiebron. In de praktijk bepalen ze wel of normen worden gehaald. De landbouw kan deze aanvoer niet beïnvloeden, maar wordt er wel op afgerekend.
Europese regels anders uitgelegd
Opvallend is dat Europa zelf een andere benadering hanteert. De Europese Kaderrichtlijn Water schrijft geen vaste stikstof- en fosfornormen voor. Lidstaten moeten rekening houden met natuurlijke achtergrondwaarden en lokale omstandigheden. Europa stelt expliciet dat nul-emissies onrealistisch zijn.
Toch kiest Provincie Utrecht voor een nationale beoordelingswijze die strenger uitpakt dan de Europese. Dat leidt tot merkwaardige situaties. Rotgers wijst op een reeks beken in Oost-Utrecht die volgens Europese rapportages al voldoen aan de nutriënteneisen. In het UPLG krijgen deze wateren desondanks een forse landbouwopgave opgelegd.
De provincie stelt dat dit verschil voortkomt uit een andere beoordeling voor de Kaderrichtlijn Water dan voor de Nitraatrichtlijn. Volgens Rotgers klopt dat niet. De Europese Commissie hanteert in beide gevallen dezelfde systematiek. Het verschil zit in de Nederlandse interpretatie.
Flevoland laat zien dat het anders kan
Dat het ook anders kan, blijkt volgens Rotgers uit Flevoland. Daar kwam eveneens naar voren dat nutriënten ten onrechte aan de landbouw waren toegerekend. De provincie besloot daarop de waterdoelen bij te stellen. Natuurlijke achtergrondconcentraties worden daar expliciet meegenomen.
Ook het waterschap Amstel, Gooi en Vecht bevestigt dat een nieuwe bronnenanalyse laat zien dat de landbouw in Noordwest-Utrecht een veel kleiner aandeel heeft dan eerder gedacht. Die gegevens zijn echter niet verwerkt in het UPLG. Een bestuurder zegt daar nu alsnog werk van te willen maken.
‘De vervuiler betaalt’ raakt uitgehold
Zowel Rotgers als Hanekamp plaatsen vraagtekens bij het gebruik van het principe ‘de vervuiler betaalt’. In theorie betekent dit dat wie vervuilt, verantwoordelijk is voor zijn eigen bijdrage. In de praktijk verandert het volgens hen in een generieke heffing, losgekoppeld van daadwerkelijke invloed.
Hanekamp wijst erop dat boeren hierdoor niet meer kunnen sturen op verbetering. Zelfs bij maximale inspanning blijven normen onhaalbaar, omdat een groot deel van de belasting buiten hun macht ligt. Daarmee verliest het beleid zijn prikkelwerking en zijn legitimiteit.


















































