‘Stikstofcrisis is één grote leugen’: felle kritiek vanuit pluimveesector

Het Nederlandse stikstofbeleid ligt opnieuw onder vuur. Volgens NVP-bestuurslid Bart-Jan Oplaat is het hele systeem gebaseerd op verkeerde aannames. Hij spreekt zelfs van “drie leugens in één zinnetje”. In een opiniestuk bij Pluimveeweb pleit hij voor een fundamentele herziening van het beleid.
Oplaat richt zijn pijlen op het gangbare beeld van de stikstofcrisis. Dat beeld bestaat volgens hem uit drie onderdelen: natuur die instort, stilvallende bouw en de schuld van de landbouw.
“Iedereen kent het verhaal over de stikstofcrisis. De natuur valt om, de bouw ligt stil en de boer en zijn vee zijn de schuldige. Dit zijn drie leugens in één zinnetje. Het is echter de enige verklaring die de burger krijgt te horen,” stelt hij.
Volgens hem is dat beeld te simpel en niet gebaseerd op de werkelijkheid. Hij wil dat er meer wordt gekeken naar hoe het echt gaat met planten en dieren, en minder naar rekenmodellen.
Oorsprong van het beleid
De basis van het huidige beleid ligt in Europese regels. Lidstaten moesten natuurgebieden aanwijzen en beschermen. In Nederland leidde dat tot ongeveer 160 Natura 2000-gebieden.
Volgens Oplaat is de manier waarop Nederland dit heeft uitgewerkt problematisch. In plaats van te kijken naar de staat van de natuur zelf, koos de overheid ervoor om stikstofneerslag als belangrijkste maatstaf te nemen.
Hij stelt dat daarmee andere oorzaken van achteruitgang, zoals droogte, ziektes of veranderingen in waterhuishouding, buiten beeld zijn geraakt. Volgens hem is dat een belangrijke reden voor de huidige juridische problemen rond vergunningen en beleid.
‘Natuur stort niet massaal in’
Een belangrijk punt in zijn betoog is dat de natuur volgens hem niet op grote schaal verslechtert. Hij verwijst naar observaties uit natuurgebieden zelf.
Volgens Oplaat is in ongeveer 80 procent van de gebieden geen duidelijke achteruitgang zichtbaar. In een deel van de overige gebieden is het volgens hem lastig vast te stellen, omdat er geen goede referentiegegevens zijn.
Bij een klein percentage is wel sprake van achteruitgang. Daar spelen volgens hem vooral andere factoren een rol. Denk aan verdroging of juist vernatting van gebieden. Daaruit trekt hij de conclusie dat stikstof volgens hem niet de dominante oorzaak is die het in het beleid lijkt te zijn.
Bouw en stikstof: ‘beperkt effect’
Ook de invloed van stikstof op de bouwsector wordt volgens Oplaat overdreven. Hij stelt dat het grootste deel van de projecten gewoon doorgaat.
Vertragingen zouden volgens hem vooral komen door procedures, regels en bezwaartrajecten. Het aantal projecten dat volledig stilvalt door stikstofregels noemt hij beperkt. Volgens hem is stikstof daardoor een veelgebruikte verklaring geworden, terwijl de werkelijke oorzaken breder liggen.
Rol van landbouw ter discussie
De derde pijler van zijn kritiek richt zich op de landbouw. Volgens Oplaat wordt de veehouderij ten onrechte als hoofdverantwoordelijke aangewezen.
Hij wijst erop dat stikstof in verschillende vormen voorkomt. Zo ontstaan stikstofoxiden bij verbranding en ammoniak uit mest. Beide stoffen vallen onder regelgeving, maar volgens hem liggen de niveaus onder Europese grenzen. Daarnaast benadrukt hij dat een groot deel van de stikstofuitstoot uit andere bronnen komt, zoals industrie, verkeer en natuurlijke processen.
Onhaalbare normen
Een centraal punt in zijn kritiek is de normstelling zelf. Nederland hanteert maximale waarden voor stikstofneerslag per natuurgebied. Die verschillen per type natuur.
Volgens Oplaat zijn die doelen niet haalbaar. Hij stelt dat zelfs ingrijpende maatregelen, zoals het volledig verdwijnen van landbouw en verkeer, niet voldoende zouden zijn om de normen te halen. Daarmee ligt volgens hem de kern van het probleem niet bij de uitstoot, maar bij de gekozen grenswaarden.
De conclusie van Oplaat is duidelijk. Hij vindt dat het huidige beleid niet werkt en zelfs schadelijk is voor economie en samenleving. Volgens hem moet het beleid terug naar de basis. Dat betekent kijken naar de feitelijke staat van de natuur in plaats van uitsluitend naar berekeningen. Oplaat legt de verantwoordelijkheid nadrukkelijk bij de wetgever. Zolang de regels niet worden aangepast, ziet hij weinig kans op een oplossing.

















































