KNMI geeft klimaatsceptici gelijk: Nederland kende zeven extra hittegolven tot 1950

Nederland heeft in de eerste helft van de twintigste eeuw meer hittegolven gekend dan tot nu toe werd aangenomen. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van het KNMI. Door een aangepaste meetmethode blijken tussen 1900 en 1950 niet zeven, maar veertien hittegolven te hebben plaatsgevonden. Daarmee krijgen klimaatcritici na jaren van discussie deels gelijk.
De aanpassing volgt na kritiek op de manier waarop het KNMI historische temperatuurmetingen vastlegde. Volgens critici vielen warme zomers in de oude statistieken onterecht buiten de definitie van een hittegolf. Het KNMI erkent nu dat die kritiek terecht was en heeft de cijfers gecorrigeerd.
Oude meetmethode onder de loep
Sinds 1900 meet Nederland systematisch het weer. In de eerste decennia gebeurde dat op het KNMI-terrein met een zogenoemde pagode. Dat is een afdak op palen waaronder thermometers hingen. In 1950 veranderde het instituut die methode.
De meetlocatie werd enkele honderden meters verplaatst. Voortaan werd de temperatuur gemeten in een afgesloten houten kast, de Stevensonhut. Die methode zorgde voor iets lagere gemeten temperaturen tijdens warme periodes. Daardoor vielen sommige zomers in de oude statistieken net buiten de officiële criteria voor een hittegolf.
Zeven hittegolven ‘verdwenen’
Die wijziging leidde al jaren tot kritiek, onder meer van stichting Clintel. Volgens de denktank waren er in de eerste helft van de vorige eeuw meer hittegolven dan het KNMI liet zien. Die zouden door de meetmethode uit de statistieken zijn verdwenen.
De discussie lag gevoelig. In de zomer van 2019 weigerde het KNMI nog om inhoudelijk te reageren op vragen hierover. De vrees was dat bijstelling van cijfers klimaatontkenners in de kaart zou spelen.
KNMI: kritiek bleek terecht
Volgens KNMI-klimaatexpert Peter Siegmund had die terughoudendheid niets te maken met onwil. “Eerst moet je weten of de kritiek terecht is. En dát weet je pas als je onderzoek hebt gedaan. Dat is een lang proces, want we willen dat goed en zorgvuldig doen. Nu blijkt dat het klopt, hebben we de getallen bijgesteld,” zegt hij.
Door de correctie blijken de zomers tussen 1900 en 1950 gemiddeld 0,14 graad warmer te zijn geweest dan eerder werd aangenomen. Daardoor voldoen zeven extra warme periodes alsnog aan de definitie van een hittegolf: vijf dagen boven de 25 graden, waarvan drie dagen boven de 30 graden.
Het jaar 1947 springt daarbij extra in het oog. In dat jaar waren er volgens de nieuwe cijfers zelfs vier hittegolven.
‘Grote overwinning’ voor critici
Marcel Crok, voorzitter van stichting Clintel, spreekt van een belangrijke erkenning. “Het is natuurlijk een oorlogje over details, een klein discussiepuntje, maar het staat voor iets groters, namelijk de betrouwbaarheid van de instituten,” zegt hij. “Kunnen we ze op hun blauwe ogen vertrouwen? Nee dus. Ik zie het als een les voor de instituten. Doe niet alsof critici gek zijn, druk ze niet in de hoek, maar ga de discussie aan met inhoudelijke argumenten.”
Volgens Crok zijn hittegolven in het verleden bewust buiten beeld geraakt. “Het KNMI liet een reeks hittegolven verdwijnen, om vervolgens te kunnen zeggen: ze komen nu véél vaker voor. Dat valt dus wel mee. Wij ontkennen niet dat het warmer wordt op de wereld, maar we vinden wel dat het eerlijke verhaal verteld moet worden.”
Beeld na 1950 blijft gelijk
Het KNMI benadrukt dat de aanpassing niets verandert aan de bredere conclusies over klimaatverandering. De cijfers vanaf 1950 blijven ongewijzigd. In de periode 1950 tot 1999 werden negen hittegolven geregistreerd. In de afgelopen 26 jaar waren dat er al zestien.
“Dat beeld is glashelder,” zegt Siegmund. “De trend van 0,4 graad opwarming per decennium blijft over de lange termijn onveranderd.”
Wel verandert de vergelijking tussen eeuwen iets. Voorheen was de kans op een hittegolf in deze eeuw vier keer zo groot als in de vorige. Door de extra hittegolven in de twintigste eeuw is die kans nu “rekenkundig iets kleiner”, aldus Siegmund. Maar nog altijd is de kans ongeveer drie keer zo groot.





















































