Bestuurder pleit voor ‘spreidingswet’ voor ex-tbs’ers om wachtlijsten te verkorten

Het tbs-stelsel in Nederland loopt steeds verder vast. Volgens bestuursvoorzitter Harry Beintema van Forensisch Psychiatrisch Centrum Mesdag in Groningen is er dringend actie nodig. Hij pleit daarom voor een spreidingswet voor (ex-)tbs’ers, vergelijkbaar met de wet die gemeenten verplicht asielzoekers op te vangen, meldt EW.
Het idee achter zo’n maatregel is dat de uitstroom uit tbs-klinieken beter kan worden geregeld. Op dit moment kunnen burgemeesters namelijk weigeren dat ex-tbs’ers in hun gemeente worden gehuisvest. Dat gebeurt vaak wanneer zij vrezen voor onrust of veiligheidsrisico’s in de buurt.
Door die blokkades blijven patiënten langer in klinieken zitten dan eigenlijk nodig is. Daardoor kunnen nieuwe tbs-gestelden niet worden opgenomen. Volgens Beintema wachten inmiddels honderden veroordeelden op behandeling. ‘Er moet iets gebeuren om die wachtlijsten weg te werken, want nu zit het systeem muurvast.’
Critici wijzen er echter op dat een spreidingswet voor ex-tbs’ers juist nieuwe risico’s kan creëren voor de veiligheid in gemeenten. Zij vrezen dat lokale bestuurders minder ruimte krijgen om rekening te houden met zorgen van bewoners wanneer ex-tbs’ers verplicht worden gehuisvest. Volgens tegenstanders speelt datzelfde spanningsveld al bij de spreiding van asielzoekers en de plaatsing van azc’s, waar veiligheid en draagvlak in veel gemeenten een belangrijk punt van discussie zijn. In hun ogen zou een verplichte verdeling van ex-tbs’ers de maatschappelijke onrust eerder kunnen vergroten dan verminderen.
Wachttijden lopen sterk op
De problemen zijn zichtbaar in de cijfers. Op dit moment wachten ongeveer 270 tbs-gestelden in de gevangenis op een plek in een kliniek. Zij kunnen daar soms jaren op wachten voordat er ruimte vrijkomt.
De wachttijd voor zogenoemde longstay-plekken is nog veel langer. Deze vorm van langdurige forensisch psychiatrische zorg is bedoeld voor patiënten die niet meer kunnen terugkeren in de samenleving. Volgens Beintema kan de wachttijd hier oplopen tot acht tot tien jaar.
Nieuwe plekken creëren is volgens hem ook lastig. Het kabinet-Jetten wil richting 2030 tweehonderd extra behandelplaatsen realiseren. Beintema heeft daar weinig vertrouwen in. ‘Welke burgemeester wil een tbs-kliniek? Het regelen van een stikstofvergunning duurt zo tien jaar, en waar haal je het personeel vandaan?’
Samenleving wil steeds minder risico
Volgens Beintema speelt ook de houding van de samenleving een rol bij de problemen. Hij werkt sinds 2004 bij de Mesdagkliniek en ziet dat de omgang met risico’s is veranderd. ‘Vroeger lag de nadruk op resocialisatie, maar de maatschappij is veel angstiger geworden. We mogen geen fouten maken. Die illusie van controle zorgt voor verlamming', meldt EW.
Een belangrijk onderdeel van de behandeling is volgens hem verlof. Daarmee wordt getest hoe iemand zich buiten de kliniek gedraagt. Dat gebeurt op grote schaal. ‘Verlof is misschien wel het belangrijkste onderdeel van de behandeling. Dan moet je kijken hoe een patiënt zich, na al die jaren, buiten staande houdt.'
Landelijk zijn er volgens hem jaarlijks ongeveer 90.000 verlofbewegingen. Af en toe gaat er iets mis, maar die incidenten krijgen veel aandacht. Beintema zegt daarover: ‘We hebben alles goed gedaan, maar het is fout gegaan.’
























































