WHO zet volgende stap richting digitaal gezondheidspaspoort

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft samen met internationale partners een nieuw programma gelanceerd om digitale gezondheidsportemonnees in te voeren. Daarmee moeten landen overstappen van papieren medische dossiers naar systemen waarin persoonlijke gezondheidsgegevens digitaal worden opgeslagen en gedeeld. De eerste proeven starten in Zuidoost-Azië. De stap past in een bredere ontwikkeling waarbij gezondheidsdata steeds vaker centraal en digitaal worden georganiseerd.
Het initiatief wordt uitgevoerd met de Alliance for Health Policy and Systems Research en de Temasek Foundation. In de komende drie jaar moeten landen binnen de ASEAN-regio hun zorgadministratie moderniseren. Volgens de WHO leidt dat tot betere zorg en minder fouten. Tegelijk groeit daarmee een internationale infrastructuur waarin medische gegevens makkelijker uitwisselbaar worden.
Digitale portemonnee voor medische gegevens
De zogenoemde digital health wallets vervangen bestaande documenten zoals vaccinatieboekjes en medische dossiers. Gebruikers krijgen toegang tot hun gegevens via een digitale omgeving die zij kunnen meenemen, bijvoorbeeld bij reizen of verhuizing. De systemen maken gebruik van versleuteling en internationale standaarden, zodat gegevens gecontroleerd kunnen worden gedeeld tussen zorgverleners en overheden.
Volgens Kee Kirk Chuen van de Temasek Foundation is die stap noodzakelijk. “De coronapandemie liet zien hoe belangrijk het is dat gezondheidsgegevens betrouwbaar, controleerbaar en grensoverschrijdend bruikbaar zijn.” Hij stelt dat landen nu overstappen van “versnipperde papieren dossiers” naar digitale systemen die mensen “overal met zich mee kunnen dragen”.
Ook de WHO benadrukt het belang van die ontwikkeling. “Digitale gezondheidsportemonnees zijn meer dan een technologische upgrade – het is een belofte om betrouwbare, mensgerichte zorgsystemen op te bouwen,” zegt directeur Alain Labrique. Volgens hem moeten mensen hun gegevens “met vertrouwen en waardigheid” kunnen gebruiken.
Van coronacertificaat naar permanent systeem
De ontwikkeling staat niet op zichzelf. Tijdens de coronaperiode werden digitale vaccinatiebewijzen in hoog tempo ingevoerd. Het Europese coronacertificaat werd in korte tijd de norm en vond ook buiten de EU navolging.
De WHO bouwt nu voort op die systemen. Het bestaande netwerk voor digitale certificaten, het Global Digital Health Certification Network (GDHCN), wordt uitgebreid. Waar het eerder ging om vaccinatiebewijzen, moet het nu een breder systeem worden voor medische gegevens, van vaccinaties tot samenvattingen van het patiëntendossier.
Ook de Europese Unie werkt aan die uitbreiding. Sinds 2023 ontwikkelt de EU samen met de WHO een wereldwijd digitaal gezondheidspaspoort dat bij toekomstige gezondheidscrises kan worden ingezet.
Efficiëntie versus afhankelijkheid
Volgens betrokken organisaties liggen de voordelen voor de hand. Minder papierwerk, minder fouten en betere toegang tot zorg. Vooral voor reizigers en migranten kan het systeem praktische voordelen bieden.
Tegelijk verandert de aard van gezondheidsdata. Waar medische gegevens traditioneel verspreid waren over verschillende instellingen, worden ze nu gekoppeld en gestandaardiseerd. Dat maakt systemen efficiënter, maar ook afhankelijker van digitale infrastructuur en internationale afspraken.
De WHO stelt dat landen eigenaar blijven van hun data. In de praktijk betekent de invoering van gedeelde standaarden en netwerken wel dat systemen op elkaar worden afgestemd en informatie makkelijker kan worden uitgewisseld.
Kritiek op mogelijke gevolgen
De plannen roepen daarom ook vragen op. Onderzoeksjournalist Thomas Bollen waarschuwt dat de ontwikkeling gevolgen kan hebben voor het vrije verkeer van personen. Hij schrijft dat een dergelijke “technische voorbereiding” kan leiden tot nieuwe vormen van beperking.
Hij verwijst naar de coronaperiode, waarin digitale certificaten werden gebruikt om toegang tot reizen en openbare ruimtes te reguleren. Volgens hem werd dat gepresenteerd als een manier om vrijheid te herstellen, terwijl het in de praktijk ook beperkingen oplegde.
Ook over de effectiviteit bestaat discussie. Journalist Marc van der Vegt stelt dat vaccinatiepaspoorten volgens onderzoek “bijna niets hebben gedaan om de verspreiding tegen te gaan”. Dat roept de vraag op in hoeverre een wereldwijd systeem het beoogde effect heeft.
Daarnaast wijzen onderzoekers en privacydeskundigen op het risico dat systemen in de loop van de tijd een bredere functie krijgen. Wat begint als hulpmiddel voor zorg, kan later worden gebruikt voor andere doeleinden, zoals grenscontrole of risicoprofilering.





















































