NPO-expert heeft moeite met haar vader die PVV stemt: “Ik moet geen moeilijke taal gebruiken”

Waarom stemmen steeds meer Nederlanders op partijen als de PVV? Over die vraag sprak hoogleraar politicologie Catherine de Vries in de NPO-podcast De Publieke Tribune. Daarbij vertelde ze openlijk over haar eigen vader, die volgens haar van het CDA overstapte naar de PVV omdat hij het vertrouwen in de overheid verloor. Ze heeft er moeite mee dat hij 'radicaal rechts' stemt en stelt dat zij geen 'moeilijke taal' moet gebruiken om hem te kunnen bereiken.
De uitzending draaide om de vraag hoe mensen nog in gesprek kunnen blijven met “radicaal rechtse stemmers”. Volgens De Vries spelen daarbij gevoelens van verlies, onvrede en vervreemding een grote rol. Haar vader stond daarbij centraal als persoonlijk voorbeeld.
Van CDA naar PVV
De Vries vertelde dat haar vader jarenlang CDA stemde, maar uiteindelijk koos voor de PVV. Volgens haar had dat minder te maken met ideologie dan met het gevoel dat zijn leefomgeving langzaam werd afgebroken.
Ze noemde onder meer het verdwijnen van publieke voorzieningen in kleinere dorpen. “Hij voelde eigenlijk die waardigheid als burger niet meer”, zei De Vries in het programma. “Dus eigenlijk kan je denken: we houden ons aan de wet en je betaalt belasting en dan krijg je dingen voor je terug. En hij had eigenlijk het idee dat de regering gewoon niet die dingen meer deed.”
Volgens haar speelden ook persoonlijke ervaringen mee. Haar vader verloor namelijk zijn boerderij. Dat had volgens De Vries een grote impact. “Hij was een boer en had zelfs een boerderij verloren. Dus dat is ook heel beschamend eigenlijk voor hem.”
View this post on Instagram
Jarenlange ruzies binnen de familie
De hoogleraar vertelde dat de politieke verschillen binnen de familie jarenlang tot spanningen leidden. Uiteindelijk besloot ze het gesprek op een andere manier aan te gaan. “Maar op een gegeven moment dacht ik: ik kan niet de hele tijd ruzie maken. Ik moet ergens beginnen.”
Volgens De Vries begon dat met proberen te begrijpen waar de boosheid vandaan kwam. “Natuurlijk zou ik daar niet dezelfde politieke vertaalslag aan gehangen hebben”, zei ze. “Maar ik snap zijn verlieservaringen wel.” Daarbij verwees ze ook naar bredere ontwikkelingen op het platteland, zoals het verdwijnen van scholen, buurthuizen en buslijnen.
Kritiek op ‘moeilijke taal’
Tijdens het gesprek vertelde De Vries ook dat zij als wetenschapper leerde dat veel politieke communicatie volgens haar niet aansluit bij mensen die zich afgehaakt voelen. “Die cijfertjes waar we het over hadden, dat werkt helemaal niet”, zei ze. “Moeilijke taal aankomen, dan zei mijn vader: doe eens normaal.”
Volgens haar draait een gesprek met mensen die anders stemmen vooral om vertrouwen en erkenning. “Je moet echt zelf verbinding willen maken”, zei ze. “Maar dat betekent dus ook dat jij niet altijd alles moet doen op de manier waarop je dat zelf wil, maar kijken naar de ander.”
Kritische reacties op Facebook
De online reacties op het fragment zijn overwegend kritisch. Veel reageerders vallen vooral over de framing van de uitzending. Zij vinden dat PVV-stemmers te snel als “radicaal rechts” worden weggezet. “Radicaal rechts, of gewoon niet links?”, vraagt Marcel van der Burg zich af. Ook Det van Bavel schrijft dat er volgens haar “in Nederland geen radicaal rechtse partijen” zijn en dat partijen die opkomen voor “een leefbaar en sociaal Nederland” zo niet genoemd moeten worden. Samantha Dijkstra noemt het “lachwekkend” om de PVV als radicaal rechts aan te merken, omdat de partij volgens haar op veel andere punten juist links beleid voert.
Daarnaast richten meerdere reacties zich op de manier waarop De Vries over haar vader spreekt. Sommige reageerders ervaren haar toon als neerbuigend. San Koetsier schrijft: “Je pa heeft gelijk, daarbij is hij zijn boerderij, zijn levenswerk kwijtgeraakt en jij zit dat even te bagatelliseren.” Marlon Zelf reageert nog scherper: “Met een dochter die zo over je praat heb je geen vijanden meer nodig.” Andere gebruikers zien in het fragment vooral een bredere kloof tussen progressieve denkers en kiezers die zich niet gehoord voelen. Ray van Dam stelt dat “linkse denkers” vooral willen dat anderen veranderen, terwijl Nan Bahnen de vraag om in gesprek te blijven met “radicaal rechts” omschrijft als doen “of het een ziekte is”. Niet alle reacties zijn negatief: Henriët Heijligers noemt het juist “een mooi en waardevol gesprek”.




















































