Studie: Nederlanders zien migratie als grootste dreiging voor het land

Migratie wordt door Nederlanders nog altijd gezien als de grootste maatschappelijke dreiging. Niet oorlog, niet klimaat, maar migratie staat bovenaan. Dat blijkt uit de Publieksmonitor Maatschappelijke Stabiliteit van kennisinstituut HCSS, uitgevoerd met KiesKompas. In vier kwartalen werden ongeveer 20.000 vragenlijsten ingevuld.
Volgens Gerben Bakker, programmadirecteur nationale veiligheid en weerbaarheid bij HCSS, is dat een belangrijk signaal. Zelfs met oorlogen in Oekraïne en Iran blijft migratie voor veel Nederlanders de grootste zorg. “Dat alarmeert me wel”, zegt hij tegen Trouw.
De uitkomst laat zien dat migratie voor veel burgers meer is dan een beleidsdossier. Het gaat om het gevoel dat Nederland verandert zonder dat burgers daar grip op hebben. Mensen maken zich zorgen over de culturele samenstelling van hun wijk, over islamisering en over de vraag of hun kinderen nog wel een woning kunnen vinden.
Culturele verandering
Bakker zegt dat bestuurders dit sentiment niet kunnen wegpraten met economische argumenten. “Feitelijk is migratie nodig om in de toekomst problemen op de arbeidsmarkt op te lossen. Maar dat is niet wat mensen voelen. Zij hebben het over verandering van de culturele samenstelling van hun omgeving, over islamisering.”
Volgens hem raken deze zorgen aan een dieper rechtvaardigheidsgevoel. “Of het feitelijk klopt, dat maakt deze mensen niet uit. Men weet vaak niet eens hoe het precies zit met bijvoorbeeld toegewezen woningen aan statushouders. Het raakt aan hun rechtvaardigheidsgevoel. Dit is mijn land, mijn kinderen moeten hier toch kunnen wonen?”
Overheid verliest vertrouwen
Daar zit de politieke kern. Veel Nederlanders ervaren dat de overheid niet langer eerst naar haar eigen burgers kijkt. Zij zien woningnood, druk op voorzieningen en opvanglocaties die tegen lokaal verzet in worden doorgedrukt. Tegelijk blijven politieke beloften over minder instroom vaak zonder zichtbaar resultaat.
Volgens Bakker is de onvrede veel breder dan alleen de groepen die zichtbaar actievoeren tegen azc’s. “Ja, absoluut, het gaat niet alleen om de defendgroepen. Het gaat om een grote basis van mensen die zich in de eerste plaats druk maken om migratie.”
Politiek praat, maar lost weinig op
Hij waarschuwt dat bestuurders het onderwerp niet kunnen blijven parkeren. Kiezers die op migratiekritische partijen stemmen, merken volgens hem dat beloften vaak niet worden waargemaakt of politiek worden geblokkeerd. Daardoor groeit de vraag: voor wie is de overheid er eigenlijk?
Het probleem is volgens Bakker dat politiek Den Haag wel veel praat over migratie, maar weinig oplost. “Ja, het is duidelijk in debatten aanwezig, alleen blijft het oplossend vermogen achterwege, dat geeft bij veel mensen frustraties.”
Zijn conclusie is helder. Het sentiment zal niet verdwijnen door betere communicatie of door burgers uit te leggen dat arbeidsmigratie economisch nodig is. “Het sentiment zal pas verminderen als te zien is dat de asielcijfers kelderen.”
Zwijgende meerderheid
Volgens HCSS laat het rapport zien dat de zwijgende meerderheid veel kritischer is over migratie dan vaak wordt aangenomen. Op de vraag of die meerderheid niet vóór, maar juist tégen migratie is, antwoordt Bakker: “Ja, dat kun je wel zeggen.”
Dat maakt het onderzoek politiek explosief. Migratiekritiek is volgens deze cijfers geen randverschijnsel. Het leeft breed, ook bij mensen die zich daar niet dagelijks over uitspreken. “Het is niet een kwestie van de ‘waan van de dag’ of ‘het valt wel mee’, of ‘de meerderheid stapt eroverheen’. Dat is niet zo.”
Risico op verharding
HCSS waarschuwt ook voor verdere verharding. Als burgers het gevoel houden dat hun stem niets verandert, kunnen protesten toenemen. Volgens Bakker zijn de zogenoemde defendgroepen daarom geen afwijking, maar een teken van iets groters. “Ons rapport laat zien dat de defendgroepen geen aberratie zijn, ze zijn een symptoom van een veel grotere voedingsbodem.”
Ook de spreidingswet ligt volgens hem moeilijk. Die wet dwingt gemeenten om asielopvang te regelen, maar roept juist in kleinere gemeenten veel weerstand op. Bakker noemt de wet “lastig vol te houden” en stelt dat asielzoekers beter kunnen worden geclusterd in steden die hen makkelijker kunnen opnemen.
Grip op eigen land
De rode draad is controleverlies. Burgers willen grip op hun land, hun wijk en hun toekomst. “Wat duidelijk naar voren komt, is dat mensen het gevoel hebben dat de overheid geen controle heeft over maatschappelijke problemen. Ze vinden dat het om ‘hun land’ gaat, ze hechten aan soevereiniteit.”
Daarmee legt het HCSS-onderzoek een gevoelige waarheid bloot. Voor een groot deel van Nederland is migratie niet één probleem onder vele, maar het symbool van een overheid die de regie kwijt is. Zolang de instroom niet zichtbaar daalt, zal dat wantrouwen niet verdwijnen.



















































