SP'er Renske Leijten verdedigt wachtgeld voor oud-politici: ‘Even op adem komen’

Voormalig SP-Kamerlid Renske Leijten vindt dat vertrekkende politici recht moeten houden op wachtgeld. Volgens haar kan een politieke loopbaan plotseling eindigen en is een overgangsperiode daarom redelijk. Tegelijk vindt zij dat de regeling soberder kan worden. Leijten stelt voor om het wachtgeld meer in lijn te brengen met de WW voor gewone werknemers.
De discussie is opnieuw opgelaaid door de strengere lobbyregels voor voormalige ministers en staatssecretarissen. Oud-bewindspersonen zeggen dat die regels het lastiger maken om na hun vertrek een nieuwe baan te vinden. Ministers, staatssecretarissen en Kamerleden kunnen na hun politieke functie tijdelijk een uitkering ontvangen. Leijten vindt dat die voorziening nog steeds een nuttig doel heeft.
Ruimte na hectische politieke baan
Volgens Leijten kan wachtgeld politici helpen om afstand te nemen van het werk in Den Haag. ‘Het wachtgeld is aan de ene kant ook goed om even uit die politiek te komen en daar de ruimte voor te krijgen. We hebben inmiddels sollicitatieregels voor het wachtgeld, dat vind ik goed. En je zou gewoon kunnen kijken of je het kan harmoniseren met de WW, wat gewone mensen ook krijgen.’
Zij wijst erop dat politieke functies vaak onzeker zijn en onverwacht kunnen stoppen. ‘Dat je de tijd krijgt om na een hele hectische baan even op adem te komen, dat vind ik goed. En dat het zo hoog is, dat komt ook omdat ministers gewoon ontzettend veel verdienen.’ Volgens haar horen bij die hoge salarissen ook extra verplichtingen, zoals beperkingen op lobbywerk na vertrek.
Historicus Maarten van Rossem vindt de salarissen van Nederlandse ministers niet uitzonderlijk hoog. ‘Dat valt best mee. Kom op, dat stelt zeker op internationaal niveau geen bal voor.’ Leijten kijkt liever naar andere beroepen in Nederland. Zij noemt banen in het onderwijs, de zorg en de veiligheidssector, waar mensen volgens haar veel minder verdienen.
Leijten ontving zelf wachtgeld
Leijten maakte na haar vertrek uit de Tweede Kamer zelf gebruik van de regeling. Op de vraag of zij wachtgeld ontving, antwoordde zij: ‘Zeker. Ik heb drie jaar en twee maanden wachtgeld gekregen.’ Toch ziet zij geen tegenstelling tussen kritiek op de regeling en het gebruikmaken van een wettelijk recht.
‘Die wachtgeldregeling mag wat mij betreft veel soberder. Als je hem gelijk maakt met de regels van de WW, vind ik dat logisch’, zegt Leijten. Van Rossem waarschuwt dat politieke functies zonder goede regeling minder aantrekkelijk worden. Volgens hem is het afbreukrisico in de politiek groot.
Ook afkoelperiode voor Kamerleden
Leijten wil daarnaast bredere regels tegen belangenverstrengeling. Een afkoelperiode zou volgens haar niet alleen voor bewindspersonen moeten gelden. Ook Kamerleden die lang op één beleidsterrein hebben gewerkt en topambtenaren kunnen volgens haar onder zulke regels vallen.
‘Ook voor Kamerleden, zeker als ze lang op een terrein hebben gezeten. Voor topambtenaren zou dat ook niet slecht zijn. Daar gebeurt het namelijk ook wel dat er een draaideur is.’ Volgens Leijten gaat het uiteindelijk om één hoofdzaak: ‘Het heeft te maken met de integriteit van het openbaar bestuur.’























































