Boeren krijgen vaak de schuld van vies water, maar klopt dat?

Boeren krijgen in het debat over waterkwaliteit vaak de hoofdrol als vervuiler. Mest, nitraat en landbouwgrond staan al jaren centraal in discussies over schoon grond- en oppervlaktewater. Toch is dat beeld niet compleet. Ook rioolwaterzuiveringen, huishoudens, industrie en buitenlandse lozingen drukken zwaar op de kwaliteit van beken en rivieren. De Dinkel in Twente laat zien hoe ingewikkeld dat probleem is.
De Dinkel is een grensrivier tussen Duitsland en Overijssel. In die rivier komt gezuiverd afvalwater terecht van de rioolwaterzuivering bij het Duitse Gronau. Dat water wordt effluent genoemd. Het is behandeld, maar niet volledig schoon. Er kunnen nog altijd stoffen in zitten zoals stikstof, fosfor, medicijnresten, resten van schoonmaakmiddelen en PFAS.
Vooral in droge perioden kan de invloed daarvan groot zijn. Volgens beschikbare gegevens kan het effluent van de rioolwaterzuivering bij Gronau dan een groot deel van de basisafvoer van de Dinkel vormen. In sommige situaties gaat het zelfs om ongeveer zeventig procent. Dan is rioolwater niet zomaar een kleine bijzaak, maar een bepalende factor voor wat er door de rivier stroomt.
Rioolwater is niet volledig schoon
Rioolwaterzuiveringen zijn belangrijk voor de volksgezondheid. Zonder die installaties zou afvalwater rechtstreeks in beken en rivieren terechtkomen. De zuiveringen halen veel vervuiling uit het water. De afgelopen decennia is de uitstoot van stikstof en fosfor via rioolwater ook flink gedaald.
Toch betekent zuiveren niet dat het water daarna schoon is als bronwater. Een deel van de stoffen blijft achter in het effluent. Zeker moeilijk afbreekbare stoffen vormen een probleem. PFAS zijn daarvan het bekendste voorbeeld. Ook resten van medicijnen, reinigingsmiddelen en andere chemische stoffen kunnen via rioolwaterzuiveringen in het oppervlaktewater belanden.
Dat is een ongemakkelijke waarheid in het waterdebat. Burgers, bedrijven en steden dragen ook bij aan vervuiling. Niet alleen de boer aan de rand van het dorp, maar ook het toilet, de wasmachine, de industrie en het riool verderop hebben invloed op de sloot en de rivier.
De Dinkel als gevoelig voorbeeld
De situatie rond de Dinkel speelt al langer. Nederlandse waterbeheerders maken zich zorgen over de kwaliteit van het water dat vanuit Duitsland Nederland binnenkomt. Waterschap Vechtstromen en de provincie Overijssel hebben hun Duitse partners hier in 2025 formeel op aangesproken.
Daarbij speelt niet alleen de huidige lozing van gezuiverd rioolwater een rol. Er zijn ook zorgen over plannen om dat effluent te gebruiken voor industriële zoutwinning. Als die waterstroom wordt omgeleid, kan dat gevolgen hebben voor de ecologische doelen van de Boven-Dinkel. De kwestie kan zelfs worden opgeschaald naar de Nederlands-Duitse Grenswatercommissie.
Dat maakt de Dinkel tot een belangrijk voorbeeld. Het laat zien dat waterkwaliteit niet stopt bij de landsgrens. Boeren in Twente kunnen worden afgerekend op normen in Nederlandse wateren, terwijl een deel van de belasting uit Duitsland komt. Dat schuurt.
Boeren krijgen overal de schuld van, maar hoe zit het nou écht? 👇🏻 pic.twitter.com/tXIafsGTUJ
— Mienke de Wilde (@MienkedeW) June 8, 2026
Landbouw blijft wel grote bron
Tegelijk is het te simpel om rioolwater aan te wijzen als de enige echte boosdoener. Landbouw blijft landelijk een grote bron van stikstof en fosfor in het oppervlaktewater. Ook het nitraatgehalte in grondwater onder landbouwbedrijven blijft op veel plekken te hoog.
Het RIVM meldde recent dat de nitraatconcentraties onder landbouwgrond in de periode 2020 tot 2023 zijn gestegen ten opzichte van de periode daarvoor. Vooral zandgronden blijven kwetsbaar. Het huidige beleid is volgens het RIVM onvoldoende om overal aan de doelen van de Europese Nitraatrichtlijn te voldoen.
Daarom verdient ook het boerenverhaal nuance. Niet elke boer vervuilt. Niet elke sloot naast landbouwgrond is vies. Sommige lokale wateren kunnen juist goed scoren. Maar landelijk gezien is de landbouwbijdrage aan nutriëntenbelasting nog altijd meetbaar.





















































