Waarom krakers een COA-pand kraakten: “Voelt Nederlandse Staat zich niet schuldig dat ik onder een brug moet slapen?”

De kraak van een leegstaand kantoorpand in Diemen dat mogelijk vanaf 2027 als asielzoekerscentrum moet dienen, heeft een nieuw maatschappelijk debat losgemaakt. Terwijl de eigenaar en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) via de rechter proberen het gebouw te laten ontruimen, blijken sommige omwonenden liever krakers in het pand te zien dan asielzoekers. Ook de krakers zelf zeggen geen begrip te hebben voor de kritiek dat zij de toekomstige opvang van vluchtelingen onmogelijk maken.
Het gebouw aan het Diemerhof werd ongeveer twee weken geleden gekraakt door naar schatting veertig personen. Medewerkers van het COA ontdekten de bezetting toen zij het pand wilden betreden. Inmiddels bereiden het COA en de eigenaar een kort geding voor om de krakers uit het gebouw te laten verwijderen.
De kraak leidt niet alleen tot een juridische procedure, maar ook tot uiteenlopende reacties in de omgeving. Sommige bewoners geven openlijk aan liever krakers dan een asielzoekerscentrum in de buurt te zien.
Een buurtbewoonster zegt tegenover PowNed dat de woningnood voor Nederlanders voor haar zwaarder weegt dan de komst van een opvanglocatie. “Als mensen van hier een huis nodig hebben en dit gebouw staat zo lang leeg, laat ze het maar nemen.”
Op de vraag waar asielzoekers dan terecht moeten, antwoordt zij: “Terug naar hun eigen land.” Als zij gedwongen wordt een keuze te maken tussen beide groepen, is haar antwoord duidelijk. “Dan kies ik echt voor de krakers.”
hebben. Eerder verklaarden zij al dat de toegangsdeur niet op slot zat en dat zij dringend onderdak nodig hadden. Op de vraag of zij zich schuldig voelen omdat het gebouw daardoor voorlopig niet beschikbaar is voor mensen die uit oorlogsgebieden zijn gevlucht, wijzen zij juist naar de overheid. “Voelt de Nederlandse Staat niet schuldig dat ik onder een brug moet slapen?”
Van schuldgevoel over de gevolgen voor de geplande opvang is volgens de krakers geen sprake. “Gewoon in het pand van het COA, dat vind ik wel een lachertje.”





















































