Duits uitkeringsstelsel valt 5 miljard hoger uit dan geraamd

De hervorming van het Duitse uitkeringsstelsel moest de schatkist juist miljarden besparen. Nieuwe ramingen wijzen voorlopig de andere kant op. Volgens interne berekeningen van de Duitse regering, ingezien door NIUS, vallen de uitgaven voor de sociale uitkering in de jaren 2027 tot en met 2029 samen ruim 5,3 miljard euro hoger uit dan eerder voorzien. Dat komt op een gevoelig moment: volgende week begint de Bondsdag aan de behandeling van de begroting voor 2027.
Voor 2027 zou de regering inmiddels ongeveer 500 miljoen euro meer reserveren dan een jaar geleden werd verwacht. In 2028 loopt het verschil op tot 1,85 miljard euro. Voor 2029 gaat het om nog eens 3,05 miljard. Bij elkaar is dat ongeveer 5,4 miljard euro aan hogere geraamde uitgaven.
Dat staat haaks op de verwachtingen die de regering eerder zelf uitsprak. Minister van Financiën Lars Klingbeil zei vorig jaar nog dat de hervorming forse besparingen moest opleveren. Voor 2026 werd destijds gerekend op 1,25 miljard euro minder uitgaven, voor 2027 op 2,5 miljard en vanaf 2028 op 3 miljard euro per jaar.
Grootste ministerie wordt opnieuw duurder
Het Bürgergeld, dat inmiddels wordt hervormd en verdergaat als een strengere vorm van Grundsicherung, is bedoeld voor mensen die niet zelf volledig in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Naast een vast maandbedrag worden onder voorwaarden ook woon- en verwarmingskosten betaald.
Dat sociale stelsel drukt zwaar op de Duitse begroting. Het ministerie van Arbeid en Sociale Zaken krijgt in het begrotingsvoorstel voor 2027 ongeveer 201,5 miljard euro. Dat is 4,1 miljard meer dan in 2026. Daarmee blijft het met afstand het grootste ministerie op de federale begroting.
De hogere kosten zijn politiek pijnlijk, omdat CDU/CSU en SPD hun hervorming juist verkochten als een manier om meer ontvangers aan het werk te krijgen en de overheidsuitgaven terug te dringen.
De uiteindelijke kosten kunnen bovendien nog veranderen. De begroting voor 2027 is nog slechts een regeringsvoorstel en moet de komende maanden door de Bondsdag worden behandeld. De stemming over de definitieve begroting staat pas later dit jaar gepland.
Nog een rekening bij de zorg
Daar komt een tweede financieel probleem bij. Binnen de regering wordt geruzied over de ziektekosten van mensen die Grundsicherung ontvangen.
De wettelijke zorgverzekeraars dragen nu een groot deel van die lasten. Om hen te ontzien heeft de regering afgesproken dat de federale overheid vanaf 2027 meer gaat bijdragen. Het gaat om 1 miljard euro in 2027, oplopend naar 1,25 miljard in 2028, 1,75 miljard in 2029 en uiteindelijk 2,75 miljard euro per jaar vanaf 2031. Het Duitse ministerie van Volksgezondheid bevestigde die bedragen in juli.
Volgens NIUS wil het ministerie van Arbeid van SPD-minister Bärbel Bas echter niet alle extra kosten uit zijn eigen begroting betalen. Het zou gaan om 750 miljoen euro per jaar waarvoor elders in de federale begroting dekking moet worden gevonden.
In een intern document staat volgens de krant: „Het ministerie van Arbeid en Sociale Zaken kan deze extra financiële behoefte niet binnen begrotingshoofdstuk 11 dekken en verwacht compensatie uit de algemene begroting.”
Het bedrag van 750 miljoen is geen verzonnen begrotingspost: het Duitse ministerie van Volksgezondheid bevestigt dat de federale bijdrage voor de zorg van ontvangers van Grundsicherung structureel met precies 750 miljoen euro per jaar wordt verhoogd. De politieke strijd gaat vooral over de vraag uit welke begrotingspot dat geld uiteindelijk moet komen.
Begroting toch al onder druk
De discussie speelt tegen de achtergrond van sterk stijgende Duitse overheidsuitgaven. Voor 2027 plant Berlijn 555,4 miljard euro aan federale uitgaven, ruim 30 miljard meer dan dit jaar. Daarvoor wil de regering ook fors meer lenen: de nettoschuld in de reguliere begroting stijgt volgens het financiële plan naar 118,7 miljard euro.
Juist daarom zijn de oplopende kosten van het Bürgergeld politiek gevoelig. De hervorming moest aantonen dat de regering ook op sociale uitgaven kon besparen. Voorlopig laten de nieuwste ramingen echter zien dat van die beloofde besparing in de begrotingscijfers weinig zichtbaar is.


















































