Christenvervolging in Haïti: bende richt bloedbad aan bij protestantse kerk

Een gewapende bende heeft in Haïti een bloedbad aangericht rond een protestantse kerk waar tientallen burgers bescherming zochten. Bij de aanval in Kenscoff kwamen zeker 47 mensen om het leven, onder wie vijf kinderen. Meer dan vijftig anderen werden ontvoerd. Christelijke organisaties spreken van een nieuwe klap voor gelovigen in het door bendegeweld geteisterde land. Een specifiek anti-christelijk motief is door de autoriteiten echter niet vastgesteld, meldt de organisatie Persecution.
De aanval begon in de nacht van 23 op 24 augustus. Ongeveer 150 zwaarbewapende bendeleden trokken volgens de Verenigde Naties door verschillende plaatsen rond Kenscoff, in de heuvels boven hoofdstad Port-au-Prince. Huizen gingen in vlammen op en vluchtende inwoners werden beschoten.
Meer dan vijftig mensen probeerden uiteindelijk veiligheid te vinden bij een protestantse kerk. De schutters achtervolgden hen. Volgens de VN werden 22 mensen op de binnenplaats van de kerk geëxecuteerd en nog eens twaalf achter het kerkgebouw gedood.
Kerk werd schuilplaats voor vluchtelingen
International Christian Concern (ICC), een organisatie die christenvervolging wereldwijd volgt, schrijft dat de Evangelische kerk Ark of the New Testament een belangrijk doelwit van de aanval was. In het gebedscentrum verbleven gezinnen die eerder al voor het geweld in Port-au-Prince waren gevlucht.
Andere bronnen leggen de nadruk breder. De Verenigde Naties en Amnesty International beschrijven de aanval vooral als onderdeel van de terreur waarmee gewapende bendes hun gebied proberen uit te breiden. De mensen in de kerk zouden daar juist bescherming hebben gezocht nadat het geweld was begonnen. Daarmee staat vast dat een kerk en de mensen die daar schuilden zwaar zijn getroffen, maar niet dat zij vanwege hun christelijke geloof zijn uitgekozen.
De vermoedelijke daders worden in verband gebracht met de machtige bendealliantie Viv Ansanm. Gewapende groepen controleren inmiddels grote delen van Port-au-Prince en proberen ook omliggende gebieden in handen te krijgen. Kenscoff wordt al sinds begin 2025 herhaaldelijk aangevallen.
‘Opnieuw een bloedbad’
Amnesty International spreekt van een nieuwe illustratie van de vrijwel onbeheersbare veiligheidssituatie in Haïti.
„Helaas zijn we opnieuw getuige van een bloedbad in Haïti”, zegt Astrid Valencia, adjunct-directeur onderzoek voor Noord- en Zuid-Amerika bij Amnesty. „Wij roepen de Haïtiaanse autoriteiten en de internationale gemeenschap op hun inspanningen te verdubbelen om mensen te beschermen tegen het escalerende geweld van gewapende bendes.”
Na de aanval werden volgens de VN ook minstens 52 mensen ontvoerd. De bende dreigde gijzelaars te executeren als veiligheidstroepen hun operaties tegen de criminelen zouden voortzetten. Inmiddels zijn enkele vrouwen en kinderen vrijgelaten, maar andere ontvoerden worden nog altijd vastgehouden.
Kerk blijft actief ondanks geweld
Voor kerken in Haïti wordt werken ondertussen steeds gevaarlijker. Gebedshuizen dienen niet alleen voor kerkdiensten, maar worden tijdens de crisis ook gebruikt als opvangplek voor mensen die huis en haard hebben moeten verlaten.
Aartsbisschop Max Leroy Mésidor van Port-au-Prince zegt dat de kerk zich ondanks het geweld niet wil terugtrekken. „De Kerk moet haar missie voortzetten, in goede én slechte tijden”, verklaarde hij in een gesprek dat via de Amerikaanse aartsbisschop Thomas Wenski naar buiten kwam.
De omvang van de crisis is enorm. Bijna 1,5 miljoen Haïtianen zijn inmiddels in eigen land op de vlucht. Alleen al in de eerste helft van 2026 kwamen volgens internationale cijfers meer dan 3.000 mensen om door het geweld. Sinds 2022 ligt het dodental boven de 21.000.
De aanval op Kenscoff laat daarmee zien hoe weinig veilige plekken er nog over zijn. Zelfs een kerk waar tientallen gezinnen hun toevlucht zochten, bood uiteindelijk geen bescherming tegen de zwaarbewapende bendes.


















































