Pensioenfondsen keren zich tegen plannen voor verplicht referendum

De vijf grootste pensioenfondsen van Nederland, waaronder ABP, verzetten zich fel tegen het voorstel van NSC en BBB om een referendum te houden over de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Volgens de fondsen dreigt het plan niet alleen onnodig duur te worden, maar pakt het ook negatief uit voor pensioendeelnemers. De overgang naar het vernieuwde stelsel is volgens hen juist nodig om pensioenverhogingen mogelijk te maken.
NSC en BBB willen dat pensioendeelnemers zelf mogen beslissen of ze overgaan naar het nieuwe pensioenstelsel of vasthouden aan het oude systeem. Op het eerste gezicht lijkt dat een eerlijke keuze, erkennen de pensioenfondsen, maar ze waarschuwen dat dit juist de pensioenopbouw minder stabiel maakt.
“We dreigen het kind met het badwater weg te gooien,” stellen de fondsen in een gezamenlijke verklaring. “De deelnemers zijn de dupe en zien de rekening terug op hun pensioenoverzicht.”
Volgens hen zorgt het huidige stelsel ervoor dat veel pensioenvermogen in buffers blijft zitten, waardoor pensioenfondsen jarenlang de pensioenen niet mochten verhogen. Het nieuwe stelsel zou juist helpen om het geld sneller bij de deelnemers te krijgen, stellen de fondsen.
Dubbele uitvoering kost miljarden
Een van de grootste bezwaren tegen het referendum is de mogelijkheid dat pensioenfondsen twee stelsels naast elkaar moeten uitvoeren: het oude én het nieuwe. Dit zou enorme extra kosten met zich meebrengen.
Volgens een analyse van PWC zou het uitvoeren van twee pensioenstelsels €18 miljard kosten. Daarnaast schatte het Ministerie van Financiën onlangs dat de overheid hierdoor tot €4 miljard aan belastinginkomsten misloopt.
Desondanks lijdt ABP nu al grote verliezen door haar groene beleggingsbeleid, onder leiding van afzwaaiend bestuurslid Paul Rosenmöller. Zo verloor het ABP in 2022 een recordbedrag van 96,9 miljard euro, mede door de afstoting van fossiele beleggingen net voordat de olie- en gassector historische winsten boekte. Critici, waaronder financieel commentator Jeroen Blokland, noemden het besluit “beleggingstechnisch een ramp”. Daarnaast betaalde ABP in datzelfde jaar 797 miljoen euro aan bonussen uit, wat onder pensioendeelnemers voor grote verontwaardiging zorgde.