Wierd Duk: “KOZP heeft geleid tot méér polarisatie”

Kick Out Zwarte Piet (KOZP) stopt ermee, maar volgens opiniemaker Wierd Duk is de campagne allerminst afgerond. In Nieuws van de Dag noemt hij het besluit van Jerry Afriyie opmerkelijk. De actiegroep zegt dat haar doelen zijn bereikt, maar volgens Duk is juist het tegenovergestelde gebeurd: de polarisatie is verdiept en het draagvlak voor de traditionele piet is eerder gegroeid dan afgenomen.
KOZP stelt dat Zwarte Piet vrijwel overal verdwenen is en dat het gesprek over racisme genormaliseerd is. Duk vindt die conclusies misleidend. “Ze hebben de polarisatie enorm aangewakkerd,” zegt hij. De werkwijze van de actiegroep — demonstreren tijdens intochten, midden tussen kinderen — ziet hij als een directe oorzaak van de maatschappelijke verharding.
Hij wijst op de videobeelden die in de uitzending worden getoond: jaren van felle protesten, confrontaties en harde taal. “Het gaat hier om een kinderfeest,” benadrukt Duk. “Dan snap ik eerlijk gezegd niet dat je, als een kinderfeest georganiseerd is, midden in het kinderfeest die demonstratie voortzet.”
Volgens hem heeft die zichtbare botsing in dorpen en steden veel woede veroorzaakt. “Dat heeft natuurlijk enorm veel woede gewekt bij de inheemse bevolking,” zegt hij.
Peilingen draaien het beeld om
De nieuwe peiling die in de uitzending wordt besproken, ondersteunt Duks analyse. Maar liefst 70 procent van de Nederlanders vindt Zwarte Piet acceptabel. Als mensen moeten kiezen tussen Zwarte Piet en de roetveegpiet, kiest 64 procent voor de traditionele variant.
Duk ziet daarin een duidelijke reactie op jaren van druk en morele veroordeling. “Een heel groot deel van de Nederlandse bevolking dacht: ik ben geen racist,” zegt hij. “Waarom moeten wij daaraan toegeven?” Volgens hem werkt zo’n gevoel als een boemerang: weerstand slaat om in koppigheid en versterkt juist de voorkeur voor de traditionele piet.
“Veel te veel gevraagd van de meerderheid”
Duk plaatst de discussie in een bredere context. Hij noemt het Sinterklaasfeest “het speerpunt van een cultuuroorlog” die in het Westen gaande is. Hij ziet een patroon waarin tradities en waarden van een groot deel van de bevolking onder druk komen te staan.
“Er is veel te veel gevraagd van de meerderheid van de Nederlandse bevolking,” zegt hij. Volgens hem speelt dit gevoel al langer, en zijn de acties van KOZP een duidelijke katalysator geweest. Niet het aanpassen van de traditie zelf, maar de manier waarop dat gebeurde — met beschuldigingen van racisme en hevige druk — heeft volgens hem de verhoudingen verhard.



















































