Defensie kan kerntaken niet meer uitvoeren wegens Oekraïne-steun

Nederland bleek afgelopen najaar niet goed in staat om drones boven eigen vliegvelden te detecteren. Niet omdat de dreiging onbekend was, maar omdat een deel van de beschikbare radarapparatuur in Oekraïne staat. Dit bericht van Trouw leidde tot scherpe vragen vanuit de Tweede Kamer. PVV-Kamerlid Vicky Maeijer wil van het kabinet weten of de veiligheid op Nederlands grondgebied ondergeschikt is gemaakt aan buitenlandse inzet.
Maeijer diende op vorige week Kamervragen in aan de staatssecretaris van Defensie. Aanleiding was berichtgeving dat Nederland drones boven vliegvelden niet kon spotten omdat zogeheten Robin Radars naar Oekraïne zijn gestuurd. Zij vraagt onder meer hoeveel van deze radars precies zijn geleverd aan Oekraïne en of nieuwe bestellingen volledig bedoeld zijn voor de bescherming van Nederland.
Ook wil Maeijer weten of er scenario’s denkbaar zijn waarin het huidige gebrek aan dronedetectie mensenlevens kan kosten. Daarnaast vraagt zij hoe Defensie vliegvelden en andere vitale objecten veilig houdt tot nieuwe systemen pas in 2028 operationeel zijn.
Drones boven Eindhoven en Volkel
De vragen volgen op incidenten in november boven onder meer Eindhoven Airport en vliegbasis Volkel. Daar werden ‘vliegende objecten’ waargenomen die het vliegverkeer verstoorden. Defensie sprak aanvankelijk over drones, maar hard bewijs over herkomst ontbreekt tot nu toe.
Volgens demissionair staatssecretaris Gijs Tuinman (BBB) wordt nog onderzocht of het om Russische drones ging. “Dat kan ik nog niet zeggen,” verklaarde hij in een interview met Trouw. “Het ligt bij het Openbaar Ministerie en onze veiligheidsdiensten.”
Uit onderzoek bleek dat bij veel meldingen in Europa uiteindelijk geen sprake was van drones. In veertien gevallen ging het om politiehelikopters, ballonnen of sterren. Bewijs voor Russische drones werd alleen gevonden in Polen, Roemenië en Moldavië.
Radars zagen niets
Opvallend was dat de objecten in Nederland niet door radars werden opgepikt. Militairen zagen ze met het blote oog. Speciale dronedetectiesystemen waren niet beschikbaar. Pas na de incidenten besloot Defensie versneld nieuwe apparatuur aan te schaffen.
Het gaat onder meer om Robin Radars. Deze systemen zijn oorspronkelijk ontwikkeld om vogels rond vliegvelden te detecteren, maar kunnen ook kleine drones herkennen. Nederland heeft er honderd besteld. Die zijn echter pas rond 2028 volledig inzetbaar.
“Een bewuste keuze”
Waarom deze radars niet al beschikbaar waren, legde Tuinman openlijk uit. “De Robin Radars die eerder beschikbaar waren, hebben we naar Oekraïne gestuurd. Daar zijn ze harder nodig. Dat is een keuze geweest.” Volgens hem redden ze daar direct mensenlevens.
Tuinman erkent wel dat het beter was geweest als Nederland eerder nieuwe systemen had besteld. “We moeten na jaren van bezuinigingen versneld opschalen. Dat kost tijd. We zijn er nog niet.”
Tussen hulp en zelfbescherming
Daarmee erkent Defensie impliciet dat er een spanningsveld bestaat tussen steun aan Oekraïne en de bescherming van eigen grondgebied. “Als je wilt opschrijven dat het een kwestie is van kiezen tussen hulp aan Oekraïne of het materieel hier houden, ben ik het met je eens,” aldus Tuinman.
PVV-Kamerlid Maeijer wil juist daar duidelijkheid over. Zij vraagt of nieuwe radars volledig voor Nederland zijn bedoeld of opnieuw deels naar het buitenland gaan. Ook wil zij weten hoe groot het risico is dat het huidige tekort aan detectiemiddelen tot slachtoffers kan leiden.














































