Miljardenwinsten bij banken terwijl betaalrekeningen duurder worden

De Nederlandse grootbanken hebben opnieuw forse winsten geboekt. ING, Rabobank en ABN Amro verdienden samen miljarden euro’s. Toch stijgen de kosten voor een betaalrekening en blijft de spaarrente laag. Dat leidt tot onbegrip bij klanten. Hoe valt dit te verklaren?
De jaarcijfers laten zien dat de banken opnieuw een sterk jaar achter de rug hebben. ING behaalde 6,3 miljard euro winst. Rabobank kwam uit op 5 miljard euro. ABN Amro noteerde 2,2 miljard euro. Hoewel de winst iets lager lag dan in recordjaar 2024, was de toon bij de banken positief.
Lage spaarrente, weinig concurrentie
Veel spaarders vragen zich af waarom de spaarrente zo laag blijft. Volgens onderzoek van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) is er weinig concurrentie tussen de grote banken. Als één bank de rente aanpast, volgen de anderen snel. De ACM concludeerde eerder dat ontevreden klanten zelf actie moeten ondernemen.
In datzelfde onderzoek stelde de toezichthouder dat mensen moeten overstappen of daarmee dreigen. In de praktijk gebeurt dat weinig. Klanten blijven bij hun bank. Afgelopen jaar stroomden er opnieuw tientallen miljarden euro’s aan spaargeld naar de grootbanken. Daardoor ontbreekt de prikkel om de spaarrente te verhogen.
Hypotheekrente en spaarrente verschillen
Sommige klanten voelen zich dubbel geraakt. De hypotheekrente stijgt, terwijl de spaarrente achterblijft. Toch hebben beide weinig met elkaar te maken. Voor spaarrente kijken banken naar de korte rente. Die wordt grotendeels bepaald door de Europese Centrale Bank en is de afgelopen jaren gedaald.
De hypotheekrente volgt juist de lange rente. Die is gekoppeld aan staatsleningen met een looptijd van tien jaar. Deze rente wordt bepaald door vraag en aanbod op de kapitaalmarkt en is juist gestegen. Dat verklaart het verschil.
Hogere kosten, minder service
Naast de lage spaarrente stijgen ook de kosten voor betaalrekeningen. Banken wijzen op investeringen in veiligheid en digitale diensten. In het economenblad ESB verscheen eerder een onderzoek naar de kosten van betaalrekeningen binnen de EU. Nederland zat met 35 euro onder het EU-gemiddelde van 42 euro, meldt het AD.
In landen als Frankrijk en Duitsland liggen de kosten hoger. In landen met goedkopere rekeningen worden vaak extra kosten gerekend, bijvoorbeeld voor geldopnames bij andere banken.
Hoge winsten en buffers
De winsten roepen vragen op. ‘Kan dat niet wat minder?’ klinkt het vaak. Maar het verhogen van de spaarrente is volgens banken geen oplossing. Nederland spaart samen ruim 600 miljard euro. Een renteverhoging van 1 procent zou al de helft van de winst kosten.
‘Dat is goed voor de buffers’, zeiden banken onderling bij hoge winsten. Die buffers zijn nodig. Tijdens de kredietcrisis van 2008 kwamen banken in grote problemen. ABN Amro moest worden gered en ING kreeg staatssteun. Sindsdien gelden strengere regels. Banken moeten meer kapitaal aanhouden. Die buffers worden gevuld met winst. Volgens de banken zorgt dat voor stabiliteit waar de hele economie baat bij heeft. Critici wijzen er echter op dat die buffers ook kunnen worden behouden door minder risicovolle investeringen te doen als bank.






















































