Delft subsidieert woningverbouw voor statushoudersgezin met negen personen

De gemeente Delft staat voor toenemende uitdagingen bij de huisvesting van statushouders. Veranderingen in landelijke wetgeving, onzekerheid over financiering en een structureel krappe woningmarkt maken het steeds moeilijker om aan de opgelegde taakstellingen te voldoen. Vooral grote gezinnen zorgen voor extra druk, omdat passende woningen nauwelijks beschikbaar zijn.
Dit jaar moest Delft in totaal 212 statushouders huisvesten. Dat aantal bestaat deels uit een achterstand van 41 personen uit 2024. Begin november waren 170 statushouders ondergebracht via woningcorporaties en tijdelijke woonlocaties, waaronder aan de Van Bleijswijckstraat. Naar verwachting blijft begin 2026 een beperkte achterstand bestaan.
De grootste knelpunten doen zich voor bij de huisvesting van grote statushoudersgezinnen, meldt AD. Het gaat daarbij om huishoudens van zeven tot soms negen personen. Voor deze gezinnen zijn in Delft nauwelijks geschikte woningen beschikbaar. In sommige gevallen is bovendien aangepaste woonruimte nodig, bijvoorbeeld vanwege een lichamelijke beperking. De gemeente geeft aan dat dit leidt tot maatwerkoplossingen die afwijken van reguliere woningtoewijzing.
Een concreet voorbeeld daarvan is een statushoudersgezin van negen personen waarvoor momenteel een woning met subsidie van het Rijk wordt verbouwd. Volgens de gemeente is dit nodig om het gezin passend te kunnen huisvesten en te voldoen aan wettelijke verplichtingen. Zulke ingrepen vragen niet alleen extra tijd, maar ook aanvullende financiële middelen.
De rol van nareizigers
De problematiek wordt versterkt door nareizigers. Vrijwel alle minderjarige statushouders in Delft laten familieleden overkomen, waardoor bestaande huishoudens groter worden. Tegelijkertijd schrijven landelijke regels voor dat ook deze gezinnen sneller vanuit asielzoekerscentra aan gemeenten worden toegewezen. Dat vergroot de druk op het toch al beperkte woningaanbod.
Naast statushouders blijft ook de opvang van andere groepen, zoals Oekraïense vluchtelingen en asielzoekers, aandacht vragen. Delft beschikt inmiddels over bijna het volledige aantal opvangplekken dat landelijk is toegewezen, maar de marges zijn klein. Door de beperkte uitstroom moet de gemeente regelmatig nieuwe aanvragen afwijzen.
Het stadsbestuur wijst erop dat de onzekerheid over toekomstige wetgeving en financiering het lastig maakt om vooruit te plannen. Tegelijkertijd benadrukt de gemeente dat zij binnen de bestaande kaders moet blijven opereren. De vraag hoe de huisvesting van grote statushoudersgezinnen structureel kan worden opgelost, blijft voorlopig onbeantwoord.



















































