Politieschutters van Alex Pretti blijken zelf een migratieachtergrond te hebben

De twee federale agenten die betrokken waren bij de dodelijke schietpartij op demonstrant Alex Pretti in Minneapolis zijn geïdentificeerd. Uit overheidsdocumenten blijkt dat het gaat om Border Patrol-agent Jesus Ochoa en Customs and Border Protection-medewerker Raymundo Gutierrez. Beiden komen uit Zuid-Texas en hebben zelf een migratieachtergrond, meldt het journalistieke platform ProPublica.
De bekendmaking van hun namen werpt nieuw licht op een zaak die al wekenlang tot felle ophef en massale protesten leidt. Verpleegkundige Alex Pretti (37) werd doodgeschoten tijdens een confrontatie met federale agenten die actief waren in Minneapolis als onderdeel van Operation Metro Surge. Dat is een grootschalige immigratieactie die in december werd gestart en waarbij gewapende en gemaskerde agenten door de stad patrouilleerden. Tien dagen eerder trapte Pretti het achterlicht van een politiebusje kapot, terwijl hij verbaal flink tekeer ging tegen de agenten.
Volgens documenten die door onderzoeksplatform ProPublica zijn ingezien, losten Ochoa (43) en Gutierrez (35) schoten tijdens de dodelijke confrontatie. Pretti overleed ter plaatse. Zijn dood leidde vrijwel direct tot grote protesten in Minneapolis en andere Amerikaanse steden.
Wie zijn de agenten?
Jesus Ochoa werkt sinds 2018 voor de Border Patrol. Raymundo Gutierrez trad al in 2014 in dienst bij Customs and Border Protection en is verbonden aan het Office of Field Operations. Hij maakt deel uit van een speciale responseenheid die wordt ingezet bij risicovolle operaties, vergelijkbaar met SWAT-teams.
Beide mannen zijn afkomstig uit Zuid-Texas, een regio met een grote Latijns-Amerikaanse bevolking. Dat is geen uitzondering. Volgens openbare cijfers bestaat ongeveer vijftig procent van de Border Patrol uit Latijns-Amerikaanse agenten, melden Los Angeles Times. Bij ICE ligt dat aandeel rond de dertig procent. Het gaat vaak om mensen uit grensgebieden, waar banen bij federale diensten relatief goed betalen en veel zekerheid bieden.
Onderzoek van Amerikaanse media en universiteiten laat zien dat economische motieven daarbij een grote rol spelen. Startlonen bij CBP en Border Patrol liggen aanzienlijk hoger dan het gemiddelde inkomen in veel grensregio’s.
Secrecy rond identiteit en onderzoek
Customs and Border Protection, dat onder het ministerie van Binnenlandse Veiligheid (DHS) valt, weigerde aanvankelijk de namen van de agenten bekend te maken. Ook aan lokale autoriteiten werd weinig informatie verstrekt, meldt ProPublica.
“Wij hebben geen informatie over de schutters,” zei een woordvoerder van de stad Minneapolis eerder. Ook het kantoor van de gouverneur van Minnesota, Tim Walz, liet weten geen namen of aanvullende details te hebben ontvangen.
Na dagen van protest en politieke druk maakte het ministerie van Justitie bekend dat de Civil Rights Division een onderzoek is gestart. De betrokken agenten zijn voorlopig op non-actief gesteld. Of bodycambeelden zijn gedeeld met onderzoekers, is niet duidelijk.



















































